Jesse van Dun: een jonge meester in oude traditie

De oude meesters blijven een bron van inspiratie, ook voor jonge kunstenaars. De Nederlandse kunstschilder Jesse van Dun kiest er heel bewust voor om oeroude thema’s uit de christelijke kunst in een eigentijds jasje te stoppen.

Eigenlijk verdient hij een medaille voor moed, omdat hij zich anno 2020 aan een bewening en een kruisiging van Christus waagt. Door met de christelijke symboliek aan de slag te gaan, schrijft hij zich in een heel lange traditie in, een traditie bovendien die een aantal van de meest iconische werken uit de schilderkunst heeft voortgebracht. Dat is zonder meer een gedurfde keuze. Wat de dringende vraagt oproept: hoe komt een jonge kunstenaar op het spoor van de klassieken terecht?

Jesse van Dun is opgegroeid in een katholiek gezin uit Thorn, een gemeente net over de grens, tussen Maaseik en Roermond. Als gelovige christen kwam Jesse als vanzelf bij de klassieke thema’s uit. Hij is ervan overtuigd dat de verhalen uit het Oude en het Nieuwe Testament verborgen waarheden bevatten die in onze moderne maatschappijen vervaagd zijn of verloren zijn gegaan. En dus ging hij op zoek naar een manier om duidelijke verhalen te vertellen via de schilderkunst.

Jesse van Dun – Crucifixion of Christ (2020)

Een reis naar Rusland en een avondje opera brachten de nodige inspiratie. Tijdens een opvoering van ‘Mazeppa’ kreeg Jesse het idee om theater op doek te creëren. Zelf zegt hij: “De dynamiek van de opera intrigeerde me enorm en ik vroeg me af of ik die kon vertalen naar de schilderkunst. Toevallig was mijn promotor Pieter Mathyssen op dat moment onderzoek aan het doen naar de manier waarop Jean Auguste Dominique Ingres zijn schilderijen ontwierp. En daaruit bleek dat neoklassieke schilders sterk verbonden waren met de podiumkunsten van hun tijd. De manier waarop Ingres zijn schilderijen opbouwde, was heel waarschijnlijk sterk beïnvloed door de manier waarop een opera- of toneelregisseur zijn voorstellingen vorm gaf. Niet veel later, bij het zien van een tentoonstelling over Caravaggio en Bernini in Amsterdam, werd het mij duidelijk dat niet alleen de 19de-eeuwers hier al mee bezig waren, maar ook de kunstenaars uit de barok. Bernini was niet alleen beeldhouwer, maar ook acteur, regisseur en decorontwerper.”

Crucifixion of Christ is alvast even monumentaal (200x300cm) als een kruisiging uit de barok. Het clair-obscur doet de drie figuren en de voorgrond dramatisch oplichten tegen de zwarte nacht. De lichtbron zit links buiten het doek en zorgt voor onheilspellende schaduwpartijen, die onwillekeurig aan De Chirico doen denken.

Jesse van Dun – Lamentation of Christ (2020)

Datzelfde spel met licht en donker zien we in The Lamentation, waar twee hoofdrolspelers worden uitgelicht: het lichaam van Christus en Jozef van Arimathéa, de man in de blauwe mantel, die de lijkwade in zijn handen houdt. Dit werk is een mooie illustratie van Jesses zoektocht naar een narratieve vormentaal. “The Lamentation is voor mij een spel met de compositie,” aldus de kunstenaar. “Het werk is nog niet af, ik ben nog aan het ordenen. De figuren en de scène moeten in elkaar overgaan en één geheel vormen, en dat is een ingewikkeld proces. Een bijkomende uitdaging is om de eeuwenoude religieuze symboliek te vatten in beelden van vandaag, zodat de verhalen weer relevant kunnen zijn voor onze hedendaagse realiteit. De iconografische betekenis van de kleuren neem ik daarbij over: de blauwe kleur van het kleed van Jozef staat voor goddelijkheid en onschuld, en het gele gewaad van de anonieme figuur op de voorgrond kan opgevat worden als verraad of afgunst.”

Rechts in de achtergrond biedt een uitsparing in de muur een zicht op de Calvarieberg. Een techniek die doet denken aan de Vlaamse Primitieven, die vaak een blik op de achterliggende omgeving boden door een venster of een muuropening. Met de drie kruisen op de achtergrond verwijst de kunstenaar naar de gebeurtenis die zich voor de bewening heeft afgespeeld, én naar zijn andere schilderij, Crucifixion of Christ. In de rechterbovenhoek kijken twee putti toe, geen mollige kinderfiguurtjes zoals gebruikelijk, maar twee gewone jongens die naar christus wijzen. En zo leiden ze de blik van de toeschouwer weer naar het onderwerp.


Deze tekst verscheen eerder op de blog ‘Kunstparel in de kijker en wordt hier met akkoord van de auteur gepubliceerd.

Author: David De Pooter

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op