De Belgische documentaire- en persfotograaf John Vink (1948, Elsene), opgeleid aan La Cambre in Brussel, begon in 1971 als freelancefotograaf te werken. Daarbij legde hij van meet af aan een bijzondere interesse aan de dag voor sociale thema’s in ontwikkelingslanden. Vink kwam voor het eerst in aanraking met fotografie toen hij als tiener in de kelder van het ouderlijk huis een grote partij nummers van het populaire Amerikaanse weekblad Life ontdekte. Dat tijdschrift stond bekend om zijn fotoreportages en het was daar dat de jonge Vink in geïnteresseerd was. Al bladerend, kijkend en speurend oefende hij zijn oog. Vooral de details en composities van fotografen als David Douglas Duncan spraken hem aan. Duncan versloeg als fotojournalist onder meer de Koreaanse oorlog en maakte er beelden van Amerikaanse GI’s in de modder. Zelf is Vink nooit oorlogsfotograaf geworden, maar de fotoreportages in Life legden wel de basis voor zijn latere beroep. Een globaal overzicht van zijn oeuvre is nog tot 21 september 2025 onder de titel Le Fil (De draad) te bekijken in het fotografiemuseum te Charleroi. Bij uitgeverij Hannibal Books verscheen ook een lijvig fotoboek van Vink onder de titel Sidelines.

©Patrick Auwelaert
Niet de foto, maar de fotograaf
Nog vóór hij professioneel fotograaf werd, maakte Vink al kleurenfoto’s met een telelens op de racecircuits van Francorchamps en Zolder, samen met Michel Vanden Eeckhoudt, ook een Brusselse fotograaf. De foto’s werden gepubliceerd in het automagazine Virage Auto. Dat was Vinks eigenlijke debuut. Daarna koos hij meestal zelf zijn onderwerpen, geïnspireerd door de foto’s van de Britse fotograaf Tony Ray-Jones. Die maakte, als voorganger van en voorbeeld voor Martin Parr, foto’s dicht bij huis, meer bepaald van de Engelsen in hun vrije tijd. Vink trok op zijn beurt in eigen land naar de zee, naar carnavalsstoeten en wielerkoersen: ook een soort strijd in de modder. Het was straatfotografie met oog voor folklore. ‘Nostalgie is een sterke motor,’ zegt Vink, die ook nog een tijdje als theaterfotograaf werkte, met foto’s die balanceerden tussen kunst en documentaire, interpretatie en weergave.
Vanaf 1985 begon John Vink op regelmatige basis te werken voor het Franse dagblad Libération. Zijn eerste opdracht: de Ronde van Frankrijk in beeld brengen. In dezelfde periode startte hij ook een persoonlijk project op, Water in the Sahel, dat hem meermaals naar landen bracht als Niger, Mali, Burkina Faso en Senegal. Hij won er in 1986 de prestigieuze W. Eugene Smith Grant in Humanistic Photography mee, wat internationale belangstelling voor zijn werk met zich meebracht. Meteen daarna sloot Vink zich aan bij het Franse fotoagentschap Agence VU, dat onder leiding stond van medeoprichter en artistiek directeur Christian Caujolle. Het agentschap hanteerde vanaf het begin een eigenzinnig credo: niet de foto staat centraal, maar de fotograaf. Agence VU, dat nog steeds bestaat, richtte zich daarmee op de fotograaf als auteur.
Zijlijn van de actualiteit
Het agentschap, waartoe vanaf het begin fotografen behoorden als Hugues de Wurstemberger, Françoise Huguier en (alweer) Michel Vanden Eeckhoudt, onderscheidde zich van andere fotoagentschappen door een aparte aanpak. Vink: ‘Het was de nouvelle vague van de Franse fotografie. Allemaal probeerden we een andere kijk op de wereld te geven dan de traditionele, humanistische en degelijke journalistieke fotografie.’ Dat hield onder meer in dat de fotografen niet langer beelden maakten bij teksten van journalisten, maar met beelden hun eigen verhaal vertelden, op dezelfde plek, over hetzelfde onderwerp. Caujolle maakte de leden van het agentschap ook bewust van de zijlijn (sideline) van de actualiteit. Niet per se de oorlog, maar wat de oorlog met de mens doet.
In het voorwoord van Sidelines schrijft Vink over die zijlijnen het volgende: ‘De zijlijnen die ik zie bevinden zich op de scheidingslijnen tussen rust en chaos, tussen kalmte en rumoer, tussen veiligheid en gevaar, tussen zekerheid en twijfel. (…) De zijlijnen zijn verloren valleien, ruimtes vlak voor of vlak na een oorlog, coherente maar weinig spectaculaire levensroutes. Bijna altijd gaat het over het behoren tot een gebied, een land, een cultuur of, integendeel, over een ontworteling, een breuk, over het ontkennen van een identiteit. Sidelines is een stippellijn die door een landschap trekt.’
Vinks werk in een notendop: zien waaraan anderen voorbijlopen. Blijven waar anderen vertrekken. Het vormt de (rode) draad doorheen zijn werk: Le Fil. Die draad staat ook voor een visuele lijn die mensen, verhalen, grenzen en herinneringen met elkaar verbindt, en dat consequent geportretteerd in zwart-wit. Vink gelooft dat zwart-wit het publiek dwingt zich bewust te zijn dat het gaat om een foto, een interpretatie van de werkelijkheid, zonder te verdwalen in kleur. Zwart-wit dwingt tot aandacht.


©Patrick Auwelaert
Lid van Magnum
In 1987 startte Vink een project op over vluchtelingenkampen in de wereld. Daarvoor trok hij naar landen als India, Honduras, Koerdistan en Kroatië. Dat project zat hem als gegoten, want bij hem draait alles om ergens thuishoren en ontheemding. Het leidde in 1993 tot het fotoboek Réfugiés en een jaar later tot de gelijknamige tentoonstelling in het Centre National de la Photographie te Parijs. Nog in 1993 werd Vink genomineerd als lid van het wereldberoemde fotoagentschap Magnum Photos. In 1997 werd hij volwaardig lid, met als enige andere Belgen Harry Gruyaert en Carl De Keyzer. In 2017 verliet hij Magnum vanwege bezwaren tegen nieuwe contractvoorwaarden voor externe investeerders. Sinds 2016 is hij lid van MAPS Photo Agency, dat hij mee oprichtte.
In de periode 1994-1995 richtte Vink samen met Alain D’Hooghe en Patrice Junius het tweemaandelijks tijdschrift Thèmes op, gewijd aan documentaire fotografie. Er verschenen slechts vijf nummers van en het kostte Vink handenvol geld. Ondertussen werkte hij aan een nieuw project: Peuple d’en Haut (1993-2000), een serie over gemeenschappen in bergachtige gebieden. Hiervoor trok hij naar Guatemala, Laos en de Georgische Kaukasus. Het bijbehorende boek kwam uit in 2004.
Krachtige getuigenissen
In 2000 besloot Vink naar Cambodja te verhuizen, een land dat worstelde met democratie en sociale ongelijkheid. Hij wilde zich ergens vestigen in plaats van overal louter langs te komen. Van daaruit wilde hij meer diepgaand proberen te werken rond thema’s als land en identiteit. Hij legde landonteigeningen vast en dat had een rechtstreeks verband met schendingen van mensenrechten. De band met Cambodja deed hem ook nadenken over de vraag waar hij zelf thuishoort: ‘Wie ben ik? Een beetje Belg, een beetje Cambodjaan? Vlaams, Brussels, Franstalig?’ Hij is altijd bezoeker en maakt nooit volledig deel uit van wat hij fotografeert. In 2016 keerde hij terug naar België en vestigde zich in Brussel.
Vink heeft met zijn foto’s nooit een activistische boodschap willen uitdragen. Zijn objectief was, en is nog steeds, krachtige getuigenissen afleveren. Hoewel hij inmiddels al lang afstand genomen heeft van het nieuws, ging hij nooit mainstream fotograferen. ‘Onderwerpen die evident waren, interesseerden me niet,’ zegt Vink in Sidelines. Dat boek is de eerste grote retrospectieve publicatie over zijn werk en bevat een uitstekende tekst van De Tijd-journalist Rik Van Puymbroeck. Alleen jammer van het vrij kleine formaat: 23,5 bij 17,5 cm. Gelukkig zijn tal van foto’s over twee bladzijden verspreid, maar dan zit je weer met die vouw in het midden, waardoor je altijd visuele informatie mist. Een eerste bladertocht door het boek liet dan ook weinig indruk op ons na. Pas toen we de foto’s in Charleroi in het echt zagen, met een passe-partout, een glasplaat en een zwart kader eromheen, daagde het ons hoe goed ze zijn en wat voor een belangrijke fotograaf John Vink wel is. Daarmee is nog maar eens bewezen dat gereproduceerde foto’s in een fotoboek het lang niet halen bij originele afdrukken, en dat geldt bij uitbreiding ook voor schilderijen, sculpturen en andere artistieke disciplines.

©Patrick Auwelaert
Twee vaderlanden
De foto’s in het boek zijn gerangschikt per onderwerp: Beginnings, Sahel, Migrations, Turmoil, Cambodia, Asia, Mountains en Heimat. Achteraan het boek vind je bij elke foto de bijschriften. Die geven niet alleen het land weer waar de foto’s zijn genomen, maar ook het jaartal en een korte omschrijving. De foto op het voorplat toont een Cambodjaans meisje dat zich voorbereidt op een tv-show in de openlucht. Hij is genomen in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh op 23 november 1999, toen Vink nog niet in het land woonde. Het meisje zit in een soort bruidstooi in amazonezit op de eerste van een rij zware motorfietsen. Ze kijkt met amandelvormige ogen naar een punt in de verte, net naast de fotograaf. Aan de uitdrukking op haar gelaat te zien wacht ze af tot haar instructies worden gegeven. Tegelijk is haar blik dromerig. Wat de foto zo bijzonder maakt, is dat het meisje omgeven is door een wirwar van stellages en kabels. Met de motoren erbij lijkt alles rond haar op techniek te wijzen, waar zij in witte kledij tegen afsteekt als een kwetsbaar, bang vogeltje.
De foto op het achterplat is van een heel andere aard. Hij is genomen tijdens het jaarlijks carnaval in Binche op 4 maart 1984. Voor een bouwvallig huis met openstaande deur zien we vier kinderen in identieke carnavalskostuums. Ze dragen hoge, kegelvormige hoeden. De grond rond hen is bezaaid met rechthoekige witte papiertjes. Het zijn wellicht wikkels rond de hotdogs die, zoals blijkt uit opschriften op de gevel, verkocht worden in het huis. De algemene indruk die de foto nalaat is er een van smoezeligheid. Van de tonnen afval die komen kijken bij een volks gebeuren als carnaval, en van ongezond, bewerkt voedsel dat tijdens carnaval door velen verorberd wordt.
Die twee foto’s op voor- en achterplat zijn natuurlijk niet toevallig gekozen. Ze vertegenwoordigen Oost en West, Azië en Europa, Cambodja en België, ofwel de twee landen – vaderlanden – waar John Vink de grootste affiniteit mee heeft. Zowel de expo in Charleroi als het fotoboek bieden een uitstekende gelegenheid om het werk te verkennen van een groot fotograaf, die in vergelijking met andere Belgische groten als Carl De Keyzer en Harry Gruyaert nog veel te onbekend en dus onbemind is.


©Patrick Auwelaert
De expo ‘Le Fil’ van John Vink is nog tot 21 september 2025 te bekijken in Le Musée de la Photographie, 11 avenue Paul Pastur (gps: Place des Essarts), 6032 Charleroi. Klik hier voor meer info.

Rik Van Puymbroeck: John Vink – Sidelines. Hannibal Books, Veurne, 2025, 304 blz., hardcover, € 55,00. De teksten in het boek zijn drietalig: Nederlands, Frans en Engels. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel. Je kan het ook kopen in de shop van het fotografiemuseum te Charleroi.
- Bram Bogart: rock-‘n-roll met verf - maart 4, 2026
- Frank Raes: voormalig sportjournalist ontpopt zich tot fotograaf - februari 20, 2026
- Een existentieel avontuur: 45-65. Jan Walravens, kunstcriticus - januari 23, 2026






augustus 1, 2025
Beste Patrick,
Bedankt voor het bezoek en de tekst.
Cheers,
John Vink
augustus 1, 2025
Dat is zeer graag gedaan, John. Het fotografiemuseum in Charleroi leent zich uitstekend voor je werk. Ik ben blij dat ik het beter heb leren kennen. Santé, Patrick.