Hoe kan de mens zich nog staande houden nu zelfs zijn autonomie en eigenheid in vraag worden gesteld door een handvol tech-oligarchen met bizarre dystopische toekomstvisies? Wat laten we achter aan de vooravond van een posthumaan tijdperk dat sommigen onder hen openlijk lijken na te streven? Misschien vormen onze constructies uiteindelijk onze belangrijkste nalatenschap, zoals tempels en ruïnes vandaag nog sporen dragen van gemeenschappen waarvan we de geheimen nooit helemaal hebben doorgrond. Maar wie of wat zal de onze later nog onderzoeken?
Ik weet niet hoe het met u zit, maar het zijn vragen die spontaan bij me opkomen bij het zien van het werk van Dominiq V.D.Wall.
Zijn recente reeks lijkt overigens allerminst voort te komen uit een plotse reactie op de onheilspellende ontwikkelingen van de voorbije jaren. Ook in zijn vroege tekeningen bevroeg hij al de positie van de mens. Die verschijnt er vaak als een wat absurde figurant, gevangen in bestemmingloze poses of futiele bezigheden. Vanaf 2014 duikt hij steeds nadrukkelijker op als organisch wezen dat wat verloren loopt tussen zijn eigen constructies. Soms liggen die hem in de weg, soms lijken ze hem juist te ondersteunen of recht te houden. Het levert een ambivalente verhouding op tussen mens en omgeving, tussen wat we voortbrengen en wat ons vervolgens zelf begint te vormen. Gaandeweg wordt die spanning verder opgedreven, tot de mens uiteindelijk helemaal uit beeld verdwijnt.
In de recente schilderijen blijven enkel de constructies over. Toch is de mens er merkwaardig aanwezig, precies door zijn afwezigheid. In de bouwsels die hij ooit oprichtte, in de idealen die erin werden gestold, in het verlangen om iets blijvends te maken. Ze zijn niet toevallig vaak fijn en verticaal, naar de hemel reikend als hedendaagse Icarusconstructies, ambitieus en broos tegelijk. In de wazige toekomst waarin V.D.Wall ze plaatst, blijven slechts resten over van wat ooit betekenis droeg. Ze verdwijnen in de mist, verliezen hun functie of brokkelen letterlijk af, samen met de betekenissen die we er ooit in hebben gelegd.
Dat klinkt mistroostig, maar vreemd genoeg voelt het werk zelden zo aan. In de desolaatheid ontstaat juist een serene schoonheid. De leegte wordt minder einde dan ruimte waarin nog iets essentieels van de mens lijkt achter te blijven: zijn behoefte om betekenis te geven biedt zelf een vorm van betekenis, ook al houdt deze geen stand. Misschien schuilt daarin iets van een nieuw existentialisme. De mens mag verdwijnen uit het beeld, zijn verlangen om sporen na te laten blijft levendig en onaantastbaar aanwezig.
De combinatie met het werk van Isidoor Goddeeris kan op het eerste gezicht verrassen, maar blijkt bijzonder raak. Ook bij hem wisselen kracht en broosheid elkaar voortdurend af. Zijn beelden suggereren aanwezigheid zonder dat de mens noodzakelijk zelf verschijnt; materialen, vormen en structuren lijken sporen te dragen van iets wat er was, of misschien nog moet komen. De afwezigheid wordt daardoor juist tastbaar.
Beide kunstenaars vertrekken vanuit een heel eigen beeldtaal, maar raken aan een verwant gevoel. Bij V.D.Wall verschijnt het in verlaten constructies die langzaam hun betekenis verliezen, bij Goddeeris in vormen waarin kwetsbaarheid en weerstand tegelijk aanwezig blijven. De ene kijkt naar wat de mens achterlaat, de andere naar wat ondanks alles standhoudt. Samen lijken ze eenzelfde fundamentele vraag op te roepen: hoeveel menselijkheid blijft er nog aanwezig wanneer de mens zelf uit beeld verdwijnt?






foto’s: ©STEK Gallery
De expo ‘Splinter’ met werk van Dominiq V.D.Wall en Isidoor Goddeeris loopt nog tot 15 november bij STEK Gallery in Torhout. Klik hier voor alle info.
- Wanneer de mens uit beeld verdwijnt… Dominiq V.D.Wall en Isidoor Goddeeris bij STEK in Torhout - oktober 30, 2026
- Twee vrouwelijke stemmen van het impressionisme herontdekt in Parijs - oktober 23, 2026
- Tussen grote namen en kleine ontdekkingen, een kort overzicht van de Belgische kunstgeschiedenis bij Intra Muros, De Pinte - oktober 23, 2026



