Er zijn kunstenaars die, zelfs als ze de breuklijnen in de kunstgeschiedenis niet eigenhandig hebben veroorzaakt, er wél het gezicht van worden. Fra Angelico is zo’n figuur. Aan het begin van het quattrocento, op de grens tussen late gotiek en vroege renaissance, ontwikkelde hij een beeldtaal die tegelijk vertrouwd en nieuw aanvoelt — en die, zes eeuwen later, nog altijd kan ontroeren. Dat zijn werk bovendien tot ver buiten zijn tijd is blijven resoneren, blijkt uit de manier waarop ook moderne kunstenaars als Mark Rothko of Philip Guston zich door zijn verstilling en licht hebben laten inspireren.
Revolutionair in de strikte zin was hij niet. Giotto en Duccio hadden al voorzichtig stappen om hun figuren meer massa, beweging en emotionele leesbaarheid te geven; tijdgenoten als Masaccio wisten Bijbelse figuren al nadrukkelijker in een concrete, overtuigende ruimte te plaatsen. Fra Angelico keek, leerde en nam elementen op, maar hij bleef vooral zijn eigen intuïtieve pad volgen. Zijn schilderkunst is minder een demonstratie van vernuft die in groeiende mate de Renaissance zou kenmerken, dan een consequente vertaling van een innerlijke, spirituele gerichtheid — een kunst die haar kracht ontleent aan concentratie, helderheid en aandacht.
Als dominicaanse broeder in het klooster van San Marco leefde hij letterlijk tussen zijn beelden. De fresco’s in de gangen — met onder meer de beroemde Annunciatie — vormden een dagelijks decor van passage en herhaling. Het is niet ondenkbaar dat hij ook in zijn cel mediteerde bij een eigen voorstelling. Precies daar ligt een kern van zijn betekenis: het kunstwerk als drager van ervaring, als toegangspoort tot een andere laag van betekenis. Niet via spectaculaire effecten of theatrale ingrepen, maar via een directe, bijna intieme intensiteit die ook vandaag nog overeind blijft.
De tentoonstelling Beata Angelico, die loopt tot 21 januari 2026, biedt dan ook een uitgelezen kans om die ervaring zelf te toetsen. Niet alleen omdat uitzonderlijk veel werken opnieuw samen worden gebracht, maar ook omdat de expo zich over twee locaties in Florence ontvouwt, waardoor context en kunstwerk na al die tijd terug harmonieus worden samengebracht.
Inhoudelijk richt de tentoonstelling zich op Fra Angelico’s ontwikkeling, zijn werkwijze en zijn invloed, en plaatst ze hem nadrukkelijk in het netwerk van kunstenaars dat het vroege vijftiende-eeuwse Florence mee vormgaf. De relaties met schilders als Lorenzo Monaco, Masaccio en Filippo Lippi worden belicht, net als de kruisbestuiving met beeldhouwers en architecten zoals Lorenzo Ghiberti, Michelozzo en Luca della Robbia. Met meer dan 140 kunstwerken — schilderijen, tekeningen, sculpturen en verluchte handschriften — schetst Beata Angelico niet alleen een rijk beeld van zijn oeuvre, maar ook van de bredere visuele cultuur waarin hij opereerde.
Dat dit project meer is dan een ‘klassieke’ overzichtstentoonstelling, blijkt uit de voorbereiding: ruim vier jaar onderzoek ging eraan vooraf, met een restauratiecampagne én een zeldzame gelegenheid om uiteengehaalde en verspreide altaarstukken, die al meer dan twee eeuwen uit elkaar zijn, opnieuw samen te brengen. Daarmee wordt de tentoonstelling niet alleen een kijkervaring, maar een manier om een stukje van de magie -sommigen spreken zelfs van het mirakel-van het oeuvre volop te beleven.

- Basisinkomen voor kunstenaars in Ierland. Een voorbeeld voor Vlaanderen? - januari 3, 2026
- ‘Beata Angelico’: Fra Angelico’s magische oeuvre opnieuw verenigd in Firenze - januari 2, 2026
- Een beeld van de stilte, Helene Schjerfbeck in het MET, New York - december 27, 2025






januari 4, 2026
Expo loopt nog tot zon 25/01 met extra nocturnes op 24 en 25/01 tot 23u.
Helaas uitverkocht, heb op de valreep nog eentje kunnen scoren, nice! 🙂