De sublieme synesthesieën van Saskia Weyts

Saskia Weyts imponeert of pretendeert niet met haar kunst, ze verfijnt. In een subliem, subtiel spel met licht en kleur tilt ze de waarneming van de kijker naar een andere dimensie. Wat je ziet is de muziek van haar ziel, zijn de tonen van haar hart. Want schoonheid schenken aan de wereld vindt ze zoveel belangrijker dan naam en faam.

“Ik heb geen enkele pretentie”, vertelt ze, “en weinig uitstaans met de klassieke kunstwereld. Ik voel me meer met de mensheid verbonden dan met trends. Wat ik wens is iets creëren dat de ander met warmte vervult. Kunst is voor mij een daad van liefde, een tegengif voor de lelijkheid en het geweld in de wereld.”

Hiervoor schakelt ze in haar werk twee medestanders in: licht en kleur. Ze designeert het zelf zo niet, maar wij kunnen niet anders dan synesthesieën zien in haar werk: een moeiteloos overvloeien van kleur in klank en omgekeerd. “Voor mij zijn deze één”, vertelt ze, “ik probeer de gevoelens in mij zo goed mogelijk te vertalen naar een samengaan van kleuren, ik probeer te luisteren naar mijn innerlijke muziek en dit te transponeren naar het blad, te laten weerklinken wat ik hoor.”

Ze kiest liever voor papier dan voor canvas. “Papier is warmer, ontvankelijker, sensueler. Het is een andere levensvorm.” Oog in oog met het witte blad ontstaat een welhaast sacrale ontmoeting: “Elke tekening, elk schilderij is voor mij een conversatie. Face-à-face met een spiegel van jezelf. Iets waarvan ik diepgaand geniet, want het haalt onbewuste betekenislagen naar boven, die ik anders nooit opgemerkt had.”

Meditatief

Vooraleer ze aan het werk gaat, volgt er een periode van verstilling. Ze zoekt de plek in zichzelf waar alles tot stilstand komt, ver weg van de verstrooiing. Dat kan door simpelweg stilzitten, maar ook door wandelen of luisteren naar sacrale muziek die “uithemelt om ons op te hemelen”, aldus Saskia. “Ik probeer mijn lichaam voor te bereiden om zo goed mogelijk te kunnen luisteren. Hoe meer je mediteert, hoe meer openheid ontstaat voor dit alles”.

Ze begreep de noodzaak van die diepe concentratie en urenlange observatie voor het eerst toen ze in 2013 voor een wilde oceaan stond, in Portugal. Ze heeft daar een terugtrekplek, een ‘niemandsland’ weg van de wereld: “Het is alsof ik daar echt tot leven kom. De dynamiek van de golven geeft me een energie en een inspiratie die geen mens me kan schenken. Ik leerde daar te kijken, écht te kijken naar het wezen der dingen. De oesterschelpen die ik vond in de lagune waren een eerste stap. Hoe langer je observatie, hoe meer je inspiratie actief wordt. Dan pas kun je een authentieke representatie maken. Iets wat helemaal van jou is, wat dieper gaat dan de oppervlakte, dat raakt aan de werkelijke essentie van schoonheid.”

Schilderen lijkt voor Saskia Weyts dus erg op meditatie. Haar affiniteit met het oosten is groot. Ze is verknocht aan het denken van François Cheng (Vide et plein, 1991), die haar het belang leerde van leegte en witruimte. Al haar werken zijn voorzichtige apparities in het grote niets – een quasi vluchtige getuigenis in de omringende gastvrije oneindigheid. “Die witte ruimte is voor mij het licht zelf. Een puurheid en zuiverheid die kracht geeft aan de volle vorm. Iets wat leven laat ontstaan, zoals een pasgeborene wordt gewikkeld in een smetteloos wit doek.” Zo keek ze ook naar de keien die ze schilderde in 2017: “Hoe langer je kijkt, hoe meer het licht zich openbaart. Deze keien zijn anders van kleur, contrastrijker, meer opgelicht, als ze onder water zitten. Ik schilderde ze wanneer ze gedroogd waren, maar met het verblindende licht in het achterhoofd.”

Een droom

Als je Saskia Weyts hoort praten, heb je weinig vermoeden over haar achtergrond. Ze woont al jarenlang in Brussel, maar groeide op in Brugge. Haar ouders waren juristen en droomden voor haar een gelijkaardige toekomst – rationeel, afgelijnd. Maar zij werd omringd door andere inspirerende geesten, die haar de weidsheid toonden van de wegen die het leven kon gaan. Haar grootvader bijvoorbeeld, de schrijver en dichter Staf Weyts, die elke avond een verhaal vertelde voor het slapengaan en hiermee haar verbeelding aanzwengelde: “‘Doe vooral anders’, was zijn devies. Alles wat buiten de school viel, vond hij belangrijk.” En dan waren er ook de vele muzikanten aan haar moederskant en haar grootneef Herman Sabbe, waarmee ze een jarenlange correspondentie voerde als kind: “Uit die brieven kan ik afleiden dat ik reeds op jonge leeftijd tekende en poëzie schreef. En dat hij vond dat ik artiest moest worden.”

Zij allen, en misschien nog het meest de twee astrologen die deel uitmaakten van haar familie, zorgden ervoor dat ze haarfijn luisterde naar de droom die ze op een nacht had: ze moest kunst gaan studeren. En zo geschiedde – hoewel haar ouders het aanvankelijk beschouwden als een gril – eerst aan Sint-Lucas in Gent, daarna aan de academie van Doornik, waar ze op dit moment ook hoofddocent tekenen is. “Ik heb het geluk gehad dat ik zelf de nieuwe afdeling mocht oprichten en vormgeven, met collega’s die ik mocht kiezen en met de filosofie waar ik zelf achtersta. Ik loop hiermee helemaal niet in het geijkte paadje van andere kunstscholen, waar het conceptuele vaak primeert. Kunst draait voor mij om schoonheid, om ‘l’émerveillement’, de verwondering om het mooie. Pure passie is het. Dat tracht ik mijn studenten mee te geven.”

Golfbeweging

Kunst als onstilbaar verlangen, een criante noodzaak voor zij die als Saskia Weyts met zeer receptieve voelhorens uitgerust zijn. Een ‘nécessité intérieure’, zoals Kandinsky het noemt in zijn boekje Het geestelijke in de kunst (1911). “Ze zeggen wel eens dat ik geboren ben met een zesde zintuig. De uitdaging is voor mij om dat om te zetten in kunst. Het gevoel, weg van de rede, te laten openbloeien als een bloem, op papier. Schoonheid maakt ons innerlijk rijk. Ik probeer enkel tot mij te nemen én te creëren wat vreugde genereert, wat resoneert met het lichtrijke deel in mezelf.”

Hiertoe hanteert ze heel bewust kleur. Ze mengt haar kleuren nauwgezet vooraf, tot een harmonie die haar bevalt, en brengt dit dan in één of meerdere onbevangen bewegingen aan. Door te strijken met papier, of te masseren met haar handpalm, nooit met penseel. Sinds kort gebruikt ze ook het heen en weer wiegen van het papier zelf om tot een vorm te komen. “Als golfbewegingen, als eb en vloed, in eenheid met wat ons omringt. Er is verf die ik lang laat staan, tot ze een korrelige structuur krijgt, zoals erosie in de natuur. De verf zoekt haar weg, zoals een waterval of een rivier slingert in haar bedding. Ik ben slechts degene die me overgeeft aan de beweging. In de woorden van Picasso: ‘Je ne conduis pas, je suis conduit.’ Het moment dat ik macht tracht uit te oefenen over de beweging, valt deze stil, sterft deze af. Elke tekening is slechts een ademzucht, een kortstondige geste die zowel geboorte als dood in zich draagt. Ik ontvang ze als een gift, zoals ik ook het leven ontvang.”

Een mooier slotakkoord kunnen wij niet bedenken. Soms moet ook de kunstschrijver weten wanneer te zwijgen. En dat is nu dus. (point final)


Het werk van Saskia Weyts is opgenomen in het aanbod van Kunst in Huis. Kunst in Huis werkt als een bibliotheek waar je kunstwerken kan uitlenen. Voor €12 per maand haal je een uniek kunstwerk in huis. Kopen kan uiteraard ook! Alle info op kunstinhuis.be


Dit artikel verscheen in de juni -editie van TheArtCouch Magazine. Het volgende nummer verschijnt in de week van 26 oktober, je kan beide hier bestellen!

Share This Post On

1 Comment

  1. Helemaal ondergedompeld..
    voor mij
    meditatief om te lezen, Annelies

    Werk uit diepe ik, Saskia. Puik.
    X-10

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op