Sommige kunstenaars passen moeilijk in één discipline, stroming of kunstgeschiedenis. Brion Gysin is zo’n figuur. Geboren in Groot-Brittannië in 1916, maar een groot deel van zijn leven verbonden met Parijs, bewoog hij zich vrij tussen schilderkunst, poëzie, performance, fotografie, muziek en experimentele film. Hij wordt vaak in verband gebracht met de Beat Generation, maar zijn invloed reikt verder dan dat label. Gysin was een kunstenaar van grenzen en kruispunten: tussen tekst en beeld, tussen toeval en controle, tussen westerse avant-garde en niet-westerse vormen van denken, tussen kunst en ervaring.
Zijn naam blijft vooral verbonden met twee uitvindingen die een blijvende impact hadden op de kunst en literatuur van de twintigste eeuw: de cut-up-techniek en de Dreamachine. De cut-up, die hij in 1959 in het Parijse Beat Hotel herontdekte als een soort dadaïstische ingreep, bestaat erin teksten letterlijk te versnijden en de fragmenten opnieuw, vaak toevallig, te ordenen. De techniek zou onder meer William S. Burroughs diepgaand beïnvloeden. De Dreamachine, een draaiende cilinder met openingen en een lichtbron binnenin, moest dan weer geen beeld tonen, maar beelden oproepen: wie met gesloten ogen naar het flikkerende licht keek, kon visioenen ervaren via de eigen oogleden.
Met Le dernier musée presenteert het Musée d’Art Moderne de Paris nu de eerste retrospectieve van Gysins werk in een Parijs museum. Dat is opmerkelijk, niet alleen omdat Parijs zo’n belangrijke rol speelde in zijn leven, maar ook omdat de stad een bijzondere band met zijn nalatenschap heeft. Gysin studeerde er in de jaren 1930 aan de Sorbonne, maakte er rond 1960 deel uit van het milieu rond het Beat Hotel en woonde vanaf het midden van de jaren 1970 tegenover het Centre Pompidou. Kort voor zijn overlijden in 1986 maakte hij de Stad Parijs tot zijn universele erfgenaam.
De tentoonstelling brengt meer dan 140 werken samen en vertrekt vanuit de uitzonderlijk rijke Gysin-collectie van het Musée d’Art Moderne de Paris, aangevuld met bruiklenen uit publieke en private collecties. Het parcours volgt de grote lijnen van een uitzonderlijk veelzijdig oeuvre: van vroege werken rond droom, surrealisme en bewustzijnsverruiming tot reiservaringen, kalligrafie, tekeningen, fotomontages, performances, spelvormen en experimenten met magie en perceptie.
Bijzonder aan deze retrospectieve is dat Gysin niet als geïsoleerd genie wordt gepresenteerd, maar als knooppunt in een levend netwerk. Werken van kunstenaars en geestverwanten als William Burroughs, Françoise Janicot, Bernard Heidsieck, John Giorno, Keith Haring, Patti Smith en Ramuntcho Matta tonen hoe breed zijn uitstraling was. Ook figuren als Victor Hugo, Henri Michaux, René Laubiès en Mohamed Hamri worden in dialoog gebracht met zijn werk. Zo wordt Le dernier musée meer dan een overzichtstentoonstelling: het is een uitnodiging om een kunstenaar te ontdekken die voortdurend nieuwe talen zocht om de werkelijkheid, het bewustzijn en de verbeelding open te breken.
De expo van Brion Gyson ‘Le dernier musée’ loopt nog tot 12 juli in het Musée d’Art Moderne in Parijs



