Het zal je als kunstliefhebber ongetwijfeld niet ontgaan zijn. Een solo van een 32-jarige Belgische kunstenaar in een instituut als het S.M.A.K. mag dan ook vrij uitzonderlijk worden genoemd.
Niet verrassend dus dat zowat de hele Belgische pers er iets over schreef. Wat telkens terugkomt, is het filmische karakter van zijn schilderijen. De Tijd vat het mooi samen als figuratief werk dat tegelijk ongrijpbaar blijft: je kijkt als het ware naar een film waarvan je de plot zelf moet construeren.
Ook de inherente ambiguïteit van de scènes valt op. Figuren bevinden zich vaak in handelingen of situaties die herkenbaar lijken, maar waarvan de betekenis onduidelijk blijft. Het is intussen zowat een keursmerk van Eyckermans geworden: dat gevoel van psychologische spanning en onbestemdheid. Het ligt zowel aan zijn techniek als aan zijn invloeden. De Standaard noemt hem vrij direct een “rasschilder” en situeert zijn beeldtaal tussen realisme en expressionisme, met veel aandacht voor dramatisch licht.
Ook de romantiek rond de persoon wordt gretig opgepikt. Als vijfde generatie kunstenaars en ambachtslieden werkt Eyckermans op dezelfde plek als zijn voorvaders, letterlijk omringd door sculpturen en objecten die zij nalieten en die als vormen, herinneringen of motieven opnieuw in zijn schilderijen opduiken. S.M.A.K. benadrukt zelf hoe sterk die familiegeschiedenis doorwerkt in zijn beeldtaal.
Daarnaast is er het contrast tussen zijn internationale carrière en zijn relatief beperkte bekendheid in België. Internationaal is hij al stevig aanwezig, terwijl deze tentoonstelling voor een breder Belgisch publiek bijna als een introductie werkt.
Wat mij alleszins opviel, waren de werken op papier. Daar permitteert Eyckermans zich merkbaar meer vrijheid dan op doek, een vrijheid die niet zozeer stilistisch als thematisch lijkt. Een drietal werken neigt zelfs naar iets wat ik voorlopig maar voorzichtig als esoterisch zou omschrijven, met lichte wenken naar Blake en Hilma af Klint – een gewaagde vergelijking voor een kunstenaar die zijn inspiratie juist zo nadrukkelijk uit het concrete dagelijkse haalt.
Het deed me denken aan de mystiek van het zelf: aan het vreemde feit dat bewustzijn zich nergens zo intens laat voelen als in de contemplatie van ogenschijnlijk banale dingen. Een stoel, een raam, een lichaam, een lichtreflectie – op zichzelf betekenisloos misschien, maar in onze ervaring plots geladen met herinnering, verwachting, angst of verlangen. Precies die immateriële lagen die onze zelfbeleving vormgeven en misschien uiteindelijk minstens zo bepalend zijn als de tastbare wereld rondom ons.
In die zin krijgt een werk als The Space We Love uit 2023 voor mij een bijzondere betekenis. Daar wordt een ingetogen, haast mystiek aandoend beeld voor een meer materiële, kubistische vorm geplaatst. Je zou het kunnen lezen als een botsing tussen twee registers: het tastbare en het ongrijpbare, het object en de ervaring ervan, het concrete en het mystieke.
Misschien zoek ik er te veel achter. Maar het is een verleidelijke gedachte, en zodra je eraan vasthoudt, ga je ook andere details anders bekijken.
De krioelende witte lijntjes waarmee Eyckermans lichtreflecties afbeeldt, kunnen dan plots gelezen worden als meer dan louter een schilderkunstig effect. Ze suggereren iets van verwevenheid, beweging, misschien zelfs instabiliteit in onze waarneming. Het zwarte bolletje in het werk met de drie raven – waarvan ik de titel helaas niet noteerde – krijgt dan eveneens een andere lading: oorsprong, einde, leegte, concentratiepunt dat de hele beleving opzuigt. En in Emblems lost verschijnt zelfs een ander soort discontinuïteit, alsof tijd en betekenis niet netjes in elkaar grijpen maar uit losse fragmenten bestaan.
Ik kan zo nog wel even doorgaan.
Vermoedelijk zit zo’n interpretatie niet bewust als een volledig uitgewerkt systeem in zijn praktijk ingebed. Eyckermans vertrekt duidelijk vanuit het concrete: zijn omgeving, zijn atelier, vrienden, objecten, straatbeelden. S.M.A.K. beschrijft precies hoe zulke dagelijkse elementen in zijn schilderijen nieuwe betekenissen krijgen en dragers worden van herinnering en verandering.
Misschien ligt daar uiteindelijk net de kracht van zijn werk. Het blijft concreet genoeg om herkenbaar te zijn, maar tegelijk voldoende open om andere betekenislagen toe te laten. Een kunstenaar hoeft niet zelf alle interpretaties in zijn werk te hebben gelegd. Misschien volstaat het dat hij de ruimte creëert waarin ze kunnen ontstaan.







Bendt Eyckermans | The Passenger loopt nog tot 21 februari in het S.M.A.K., Gent.
- Bendt Eyckermans en de mystiek van het alledaagse - november 5, 2026
- Willem De Koonings werk op papier, een bijzondere inkijk - november 4, 2026
- ‘Drawn Void,’ Steven Baelen en de leegte tussen kijken en zien - november 2, 2026



