Je zal er als kunstliefhebber nauwelijks naast kunnen kijken. Willem de Kooning is ‘na honderd jaar terug in Nederland’, waarmee bedoeld wordt dat hij een grote retrospectieve krijgt in het Rijksmuseum. Ik weet niet hoe het met u zit, maar wat mij betreft blijft zijn werk me mateloos fascineren – net als zijn leven, maar daarover later meer.
De expo focust zich hoofdzakelijk op zijn werk op papier. Van één stijl kan je bij De Kooning nauwelijks spreken, en voor zover er al een duidelijke grens bestaat tussen tekenen en schilderen, heeft hij die eigenhandig uitgewist. Juist daarom is de focus op zijn tekenwerk zo interessant: het sluit naadloos aan bij zijn hele artistieke evolutie, de dus aan de essentie van zijn praktijk. Als keiharde werker en compromisloos onafhankelijke kunstenaar lijkt het papier misschien zelfs de plek waar zijn praktijk het meest zichtbaar wordt, waar zoektochten aanvangen, zijwegen worden verkend en richtingen ontstaan die later in schilderijen of sculpturen verder worden uitgewerkt, al zou hijzelf het woord ‘definitief’ vermoedelijk met de nodige wantrouwen hebben bekeken, hij was slechts zelden tevreden met het werk dat hij leverde.
Het Rijksmuseum benadrukt terecht dat De Koonings tekeningen niet als voorbereidende studies moeten worden gezien. Tekenen was voor hem een vorm van onderzoek: schetsen, corrigeren, herhalen, uitwissen, opnieuw beginnen en vooral zichzelf verrassen. Dat proces loopt als een onderstroom door zijn volledige oeuvre.
Dat maakt het ook moeilijk om precies te zeggen waar een tekening ophoudt en een schilderij begint. De Kooning zelf maakte dat onderscheid nauwelijks. In gesprekken over de tentoonstelling wordt erop gewezen hoe sommige van zijn late schilderijen bijna als ‘getekende schilderijen’ kunnen worden gelezen: de lijn blijft er de drager van de compositie, zelfs wanneer verf en kleur het oppervlak beheersen. Omgekeerd kunnen sommige vroege tekeningen bijna schilderkunstig aandoen. De grens tussen beide media wordt bij hem daardoor minder een technische dan een mentale kwestie.
De Kooning gebruikte het tekenen niet om zijn virtuositeit te etaleren. Integendeel. Hij was van jongs af aan uitstekend geschoold als tekenaar, maar precies wanneer die vaardigheid hem te gemakkelijk afging, legde hij zichzelf beperkingen op. Hij tekende met gesloten ogen, gebruikte beide handen tegelijk, werkte met uitwissingen, overtrekking en collage, en probeerde zo de vanzelfsprekendheid van zijn eigen kunnen te ondergraven. Het ging hem niet om beheersing, maar om het behouden van onzekerheid.
Het is dan ook de sleutel om zijn hele oeuvre te begrijpen. De Kooning wilde nooit te lang blijven wonen in een oplossing die hij zelf had gevonden. Hij bleef zich verzetten tegen de neiging om een eenmaal verworven stijl te herhalen. Zijn bekende uitspraak “I have to change to stay the same” vat die houding mooi samen. Verandering was voor hem geen breuk met zichzelf, maar juist een manier om trouw te blijven aan de beweeglijkheid van zijn eigen denken.
Op papier wordt dat misschien nog duidelijker dan op doek. De aarzeling blijft zichtbaar, net als het voortdurend wissen, het tergend langzaam uiteenvallen van figuren, de decompisitie van het geheel. De Kooning sprak over inhoud als een ‘glimpse’, een kortstondige kijk: iets dat aan de rand van het zicht verschijnt en alweer dreigt te verdwijnen vooraleer het helemaal gevat kan worden. Tekenen bood hem de mogelijkheid om precies in die toestand te blijven werken: open, voorlopig, onbeslist. Deze zoektocht was het werk zelf.
Het loont daarom de moeite om, voor je naar het Rijksmuseum trekt, de reportage te bekijken die naar aanleiding van Willem de Kooning Drawing in het Art Institute of Chicago werd gemaakt. Curator Kevin Salatino en papierconservator Margaret Holben Ellis tonen daarin hoe De Kooning doorheen zeven decennia bleef sleutelen aan de mogelijkheden van de lijn, het materiaal en vooral aan zijn eigen gewoontes. De tentoonstelling in Chicago liep van juni tot september 2026 en vormde de directe voorloper van de huidige presentatie in Amsterdam.

- Willem De Koonings werk op papier, een bijzondere inkijk - november 4, 2026
- ‘Drawn Void,’ Steven Baelen en de leegte tussen kijken en zien - november 2, 2026
- ‘Artistes au Muséum’, kunst als manier om de wereld te zien - oktober 30, 2026



