Focus op een werk: “Lo que fué de Pandora en su caja” van Cecilia Jaime

Ik kan me niet van deze indruk ontdoen: heeft niet elke kunstenaar een soort ‘startwerk’, een werk dat levensbepalend is geweest voor zijn of haar verdere creatieve levensloop. Een werk dat symbool staat voor een bepaalde breuk, in het leven, of in de kunst die hij maakt. Een werk waar hij nooit afstand van zou nemen.

Voor de Argentijnse Cécilia Jaime ligt het wellicht complexer. Ze begon haar kunst te beoefenen wanneer het juk van de militaire Junta nog voelbaar was. De voortdurend wisselende politieke inclinaties maakten dat van het ene moment op het andere werk dat perfect accepteerbaar was, en geaccepteerd werd, tot onacceptabele antikunst verviel. Het overkwam Cécilia op het ogenblik dat ze ging doorbreken met een eerste solotentoonstelling in Buenos Aires, als jonge kunstenares uit het verre Noorden van het land. Een belangrijk moment, dat door de willekeur van het politieke systeem nooit concreet werd.

Een land dat haar hart nimmer zal verlaten. Haar werk, ook nu nog, ondanks de decennia die ze in België doorbracht, is doorspekt van referenties ernaar. Soms in het tafereel dat ze schept, soms in de details ervan. Steeds in het gevoel dat ze in een schilderij legt. Haar ziel, haar leven lijkt erin vervat te liggen.

Het mag verbazen, zo op het eerste zicht. De taferelen die ze opbouwt lijken onschuldig. Alledaags alleszins. Een man aan een zwembad. Flarden oerwoud of jungle, losgerukt van hun natuurlijke habitat. Een drukke winkel die chaos als verkoopsargument lijkt te hebben aangenomen. Stukjes bestaan, stukjes leven. Stukjes cultuur ook, hoe je het ook bekijkt.

Maar kijk dan naar dat ene werk, “Lo que fué de Pandora en su caja” (Wat zich afspeelde in de doos van Pandora). Het ene werk dat ze nooit zou verkopen. Een daad van verzet? Zo lijkt het wel. Een situatie aankaarten. De absurditeit ervan. Het drama ook. Opeengestapelde lichaamsdelen, losweg over elkaar geslagen. Lachwekkend misschien, voor wie de achtergrond niet kent, de gruwel achter de Argentijnse heuvels die ze soms in haar schilderijen verwerkt, het waanzinnig arbitraire van de almacht. Misschien liggen almacht en onmacht niet eens zo ver van elkaar.

Cecilia Jaime, Lo que fué de Pandora en su caja

Het werk maakte ze wanneer ze nog in Argentinië leefde, twee jaar voor ze naar België verhuisde. Het ergste van de dictatuur was al voorbij, al zal de nasleep ervan zich nog lang doen voelen, zo vertrouwt ze me toe. Een kantelmoment niettemin. Voor het land als voor de kunstenares. Een droeve vaststelling dat politiek de wereld niet vooruit helpt. Een gruwelijke poppenkast. Een grotesk schouwspel met enkel slachtoffers. Winnaars zijn er niet, zo lijkt het beeld te willen aangeven. Zelfs machthebbers zijn slechts marionetten.

Niet verbazend dat ze nadien enkel onschuldig ogende taferelen zou creëren. Al is niets wat het lijkt. In een tango neemt bij haar de vrouw de leiding. Gevilde koeien op de markt worden in negatieve kleuren weergegeven. Wie de tijd neemt om te zoeken zal vaak een schemer van rebellie terugvinden in haar werk, wellicht een echo van dit oorspronkelijke werk. Al wil ze nu enkel bezig zijn met leven, alle gruwel van haar vaderland achter haar laten.

“Mijn atelier bevind zich in mijn hoofd”, vertelt ze me. Ik ben te weinig psycholoog om precies te achterhalen wat er zich in afspeelt, maar ik kan me er ergens wel iets bij inbeelden. Hoe het gewicht van het verleden de drang naar een bepaalde luchtigheid voedt.

Cecilia Jaime, Lo que fué de Pandora en su caja (detail)

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op