Sofie Mullers Clean Room, het koesteren van de onafgewerkte mens

De ‘maakbare’ mens. Het is lang geen ijdele droom meer ontsproten aan een te onstuimige of ruimdenkende geest, maar meer en meer een realiteit, die ons beeld van de mens grondig in vraag stelt. Van bio-engineering tot epigenetica en artificiële intelligentie, lijken zowel wetenschappers als ‘visionaire’ ondernemers ervan uit te gaan dat deze, wat heet, vooruitgang niet meer te stoppen is. De zeldzame stemmen die wijzen op de ethische wenselijkheid van dit alles lijken steevast achter de ontwikkelingen te hinken, zo ze al gehoord worden. Het is nochtans een aangelegenheid die elk van ons aanbelangt, veel te belangrijk om enkel aan wetenschappers en filosofen over te laten.

Vanuit een religieus standpunt leidt de drang -en de mogelijkheid- om ons te perfectioneren tot een paradox waar de Amerikaanse theologe/filosofe Meghan O’Gieblyn in haar fascinerende autobiografie ons op wijst. Enerzijds erven we uit religieuze tradities (zoals het christendom) het verlangen om te transcenderen, onszelf te overstijgen en dichter bij een goddelijk ideaal te komen – iets wat nu via technologie nagenoeg binnen handbereik lijkt. Anderzijds impliceert het geloof in een schepper dat de mens een beperkt, niet-autonoom wezen is, dat zijn waarde ontleent aan zijn gegeven aard, niet aan zelfgeschapen perfectie.

Meer dan ooit staat de mens nu tussen twee verleidingen: het techno-utopische geloof in totale autonomie en de erkenning van een transcendent mysterie dat onze controle overstijgt.

Een humanistische invalshoek biedt al evenmin soelaas. Het dualistisch beeld waar Descartes ons mee opzadelde – dat van een levenloze materiële wereld die los van ons ‘plaats heeft’ en een immateriële ziel, die ten gronde als enige een reële zekerheid biedt – blijft ons parten spelen. Door de materiële wereld naar onze hand te willen zetten, verliezen we niet alleen een heel stuk ‘betoverende’ en even werkelijke realiteit, maar verliezen we uiteindelijk ook een groot deel van onze zelfbeleving, die slechts zin kan hebben wanneer we rekening houden met – en respect hebben voor – de beperkingen waaruit we bestaan.

©TheArtCouch

‘Ik wil dat je bent’

Het lijkt alsof de hevige discussie tussen de filosofische en theologische standpunten rond het transhumanisme heeft postgevat in de ‘Clean Room’ van Sofie Muller. De broze installatie, 10 albasten foetussen elk in een glazen ruimte geplaatst, nopen tot een diepere reflectie over de menselijke staat, niet enkel omdat ze de vaak verdoken gevoelens en gedachten van de toeschouwer weerspiegelen.

De reeks is eerst en vooral een reflectie op en over de maakbaarheid van de mens, de wenselijkheid om ongewenste eigenschappen te corrigeren of, zo nodig, volledig weg te schrapen. Het gehavende albast van hun materiële vorm helpt om in een antropomorfistische draaikolk de eigenschappen die we van onszelf zouden willen wijzigen te projecteren op de broze beeldjes. Waren ze wenselijk in hun geheel, zelfs gehavend of onvolledig? Is onze maatschappij danig ontaard in consumentarisme dat we kleine levens als beschadigde goederen bij het grof vuil werpen, vanuit een reeds overvoldane verlangen hoopvol uitkijkend naar een volgende upgrade? De foetussen schreeuwen hun recht op bestaan. Het is het bestaan, een waardig bestaan, dat Sofie Muller hen biedt.

Volo ut sis, ‘Ik wil dat je bent.’ Het is een zinnetje waar Hannah Arendt haar leven lang over zou reflecteren. Dit tegen iemand zeggen zag ze als het hoogst haalbare, het hoogst menselijke. Het overtreft de blinde liefde, zelfs de religieuze overgave. Het is het erkennen van het gedeelde lot: “We zijn allemaal vreemdelingen die het nodig hebben om ontvangen te worden,” vat Linsey Stonebridge de gedachte van Arendt samen. Volo ut sis. Het is wat de tien beeldjes ons in koor lijken toe te schreeuwen.

Gewichtloosheid

Ergens in haar ‘La pesanteur et la grâce’ beschrijft de Franse filosofe Simone Weil hoe de verhouding tussen mensen bepaald wordt door het gewicht dat ze meedragen: “D’une manière générale, ce qu’on attend des autres est déterminé par les effets de la pesanteur en nous; ce qu’on en reçoit est déterminé par les effets de la pesanteur en eux. Parfois, cela coïncide (par hasard), souvent non.” De menselijke verhouding wordt bepaald door wederzijdse verwachtingen, en de mate waarin we daaraan kunnen voldoen wordt bepaald door het respectieve gewicht, de ballast die ieder van ons meedraagt, en de draagkracht die eruit voortspringt. Maar hoe wordt deze verhouding bepaald wanneer we met een gewichtloos leven te maken krijgen? Vullen we de verhouding met ons eigen gewicht?

Vermoedelijk gebeurt er zoiets. En vermoedelijk is de intensieve arbeid van het scheppen van kunst het juiste vehikel om dit gewicht over te dragen. De mogelijkheid van de kunstenaar om leven in te blazen zit diep in het onbewuste. In de bundel ‘De scheppende mens’, waar de losse gedachten van Carl Gustav Jung over de scheppingsdaad van de kunstenaar werden gebundeld, staat onder meer: “Het ongeboren werk in de ziel van de kunstenaar is een natuurkracht die hetzij met tiranniek geweld, hetzij met die subtiele listigheid van een natuurlijke drang zijn eigen gang gaat, onbekommerd om het persoonlijke wel en wee van de mens die de drager van het creatieve is.” Een kunstenaar creëert volgens Jung niet moedwillig, maar vanuit een drift die in het diepst van zijn onbewuste huist.

De maker is zich niet geheel bewust van het proces van het maken. Ook hij is ‘gewichtloos’, in de betekenis die Simone Weil eraan gaf. De relatie tussen de schepper en de foetus is er een tussen gewichtlozen, het is een gesprek onder gelijken.

©TheArtCouch

Zuiverheid

De titel van de reeks benadrukt de zuiverheid van het onderwerp, net als de aseptische enscenering achter de glazen wanden. Geen sterker symbool dan een foetus om het smetteloze te verbeelden, ook al tonen de beelden reeds de onvermijdelijke groeven die het luttel bestaan met zich meebrengt.

Zuiverheid lijkt hier niet langer een biologische of morele staat, maar een existentieel begrip: een toestand vóór elke ingreep, vóór selectie, vóór oordeel. In de context van een maakbare mens roept dit ongemakkelijke vragen op: wat bedoelen we precies wanneer we spreken over ‘zuiverheid’? Is het een esthetisch ideaal, een technische standaard, een moreel kompas? De foetussen van Sofie Muller tonen hoe de drang naar zuiverheid het onzuivere zichtbaar maakt. Elke kras in het albast, elke barst in de vorm is een weerwoord tegen het gladgestreken ideaal van de perfectie – en daarmee een pleidooi voor de onherleidbare realiteit van het onvolmaakte bestaan.

Handen

Beeldhouwkunst is bij uitstek een activiteit waar de gedachte tot vorm verwordt. De handen dienen als tolk voor de emotionele lading in het bloed, dat in het geval van Sofie langs de genen sijpelt – haar vader was naast antiquair ook verpleger, een vreemde mengeling van twee stromen die op heel natuurlijke wijze in het estuarium van haar kunst uitmonden. Het verhevene en het verzorgende, het mystieke en het profane, het zijn slechts twee uitersten van hetzelfde spectrum.

De brede gangen van Sofies woonhuis zijn bezaaid met antieke beelden die haar zoektocht lijken te benadrukken, schipperend tussen het spirituele en het materiële eisen ze een plek op in de ruimte. Ze banen zich schuw en onmerkbaar een weg in het werk van Sofie, die met dit voortzetten van een eeuwenoude traditie, zij het in een eigentijdse interpretatie, een onderliggende élan vital blootstelt die zich dwars door steen en marmer, over tijdsgewrichten heen een weg traceert naar een onkenbaar doel.

De Australische galerie Fox Jensen raakt een gevoelige snaar wanneer ze in het beschrijven van het werk van Sofie de stelling van Nietzsche bovenhaalt, dat de – menselijke – kennis in het lichaam huist, meer dan in de hersenen. De creatiedrift die de eeuwen doorkruist en in heel verschillende uitingen vanuit eenzelfde stroom rijzen, wat Merleau-Ponty zo mooi de ‘sédimentation’ noemde, vindt een uitweg, een manier om zich uit te drukken, in de vingertippen van de beeldhouwer, die uiteindelijk machteloos staat tegenover haar eigen creatie, als was het de hare niet. “I am not what I am, I am what I do with my hands,” verwoordde Louise Bourgeois deze gedachte.

Zien

Wat zie je precies wanneer je naar de twaalf foetussen kijkt? De emoties die ze oproepen zijn onvermijdelijk compromisloos, je voelt hun aanwezigheid, maar de impact van het zien is reëler dan de fysieke verschijning. Ze druisen in tegen onze drang om verklaring, om ‘informatie’ over wat we zien, die vaak in de plaats komt van het gewoonweg zien. De Franse kunstfilosofe Estelle Zhong Mengual beschrijft deze drang treffend in haar ‘Leren kijken’: “Hoe meer we zien, hoe meer wij er in gedachten aan moeten kunnen toevoegen. En naarmate we er meer bij denken, moeten wij het gevoel hebben dat wij meer te zien krijgen.” Het is waar de moderne kijker zich aan laaft, maar het hindert de ervaring, het werkelijke zien, die niet louter met de zintuigen gebeurt, maar een lichamelijke ervaring inluidt.

Wat blijft over, na het zien? Een blijvende rimpeling in het bewustzijn van de tijd. Het is het hoogste haalbare, het hoogste goed dat een kunstwerk kan bereiken. De beelden begeven zich in het veld van wat de middeleeuwse islamfilosoof Al Ghazali het ‘onmiddellijke weten’ noemt. In het zijn, bevrijd van uitleg of verklaring, worden ze transcendent.

©TheArtCouch

Toekomst/hoop

Behoudens broosheid roept het beeld van de foetus onvermijdelijk ook toekomst en hoop op. Dat we de mens verbeteren naar een transhumanistisch ideaal, er de eigenschappen van kunnen selecteren of aan een voorafgaande selectie kunnen onderwerpen, is onherroepelijk een afscheid van een huidig mensbeeld.

Een wrang afscheid. Zoals de theoloog William F. May aangeeft, de drang om perfecte kinderen voort te brengen “zou de ouders beroven van de nederigheid en het toegenomen vermogen tot empathie waar het cultiveren van de ontvankelijkheid voor het ongevraagde toe kan leiden.” De menselijke beleving kan pas vol zijn, kan pas betekenis krijgen wanneer je het toeval, gelukkig of ongelukkig als het mag zijn, omarmt. Ook daarin zit het intrinsiek menselijke in de foetussen, die aan de ongewilde grilligheid van het materiaal waaruit ze zijn gehouwen ten prooi vallen, zonder ooit aan menselijke essentie, laat staan aan menselijke waardigheid, in te boeten. Ze zijn een blijvende herinnering aan de grillen van het toeval die ons tot nederigheid dwingen.

De kracht van ‘Clean Room’ ligt in haar stilte. In een tijd die zo luid roept om controle, perfectie en vooruitgang, plaatst Sofie Muller ons voor iets dat we niet kunnen verbeteren, niet kunnen verklaren, niet kunnen ‘optimaliseren’. Haar werk vraagt geen mening, geen oordeel – het vraagt om aanwezigheid. In die zin is ‘Clean Room’ niet enkel een reflectie op de maakbare mens, maar een resolute weigering om de mens reduceerbaar te maken tot maaksel.

Misschien ligt daar haar meest subversieve daad: in het stilzwijgend erkennen van wat ons overstijgt. Datgene wat we niet beheersen, maar waarmee we moeten leren samenleven – het ongevraagde, het gebarsten, het onzuivere. In een glazen ruimte, midden in een wereld die almaar zuiverder en perfecter wil, biedt Muller een beeld dat niet gezuiverd kan worden, maar wel gekoesterd: onze broze, onafgewerkte menselijkheid.


De installatie ‘Clean Room’ van Sofie Muller is van 23 mei tot 31 augustus te zien in het Museum dr. Guislain in Gent.


Referenties:
Al Ghazali – Verlost van onzin
Simone Weil – La pesanteur et la grâce
Max Tegmark – Life 3.0
Estelle Zhong Mengual – Leren kijken
Bas Heijne – Kleine filosofie van de volmaakte mens
Meghan O’Gieblyn – God, Human, Animal, Machine
Carl Gustav Jung – De scheppende mens
Victor Frankl – Man’s search for meaning
Lindsey Stonebridge – Vrij om de wereld te veranderen, denken zoals Hannah Arendt

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

2 Comments

  1. Knappe tekst over het werk van Sofie!!

    Post a Reply
  2. Veel dank voor deze mooie inhoudelijk rijke tekst rond het werk van Sofie Müller. Ik ben er trots op dat ik een bijdrage heb mogen doen aan het exposeren van dit bijzonder werk in Malta dit voorjaar…

    Post a Reply

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op