Biografieën om te lezen deze zomer (#4): Louise Bourgeois

“Je veux pleurer d’être née. Je veux des excuses, je veux du sang.” Voor zover je kunst wilt associëren met getourmenteerde kustenaars en het verwerken van existentiële trauma’s, zal je gauw op de naam Louise Bourgeois stoten. Maar wat is dat trauma dan precies? In deze intense biografie duikt Marie-Laure Bernadac in diepte in op het onderwerp, al mijdt ze zorgvuldig alle goedkope psychanalyse of overdramtatisering. Uit de jeugdjaren van Louise, die uiteindelijk heel haar leven het onderweerp hebben uitgemaakt van haar artistieke praktijk, komt alleszins een genuanceerd beeld naar voor. Als middelste van drie werd ze al snel het lievelingskind van haar ouders, de samen een behoorlijk  succesvolle tapisseriefabriek beheerden, de moeder als maakster, de vader als verkoper.

Op materieel en affectief vlak kwam Louise alleszins niets tekort, maar de latente ontwikkelingen zouden niettemin diepe, blijvende littekens achterlaten die tot haar overlijden zouden blijven etteren. Ze werd de inzet van de machtstrijd tussen de ouders in hun onderlinge conflicten, met als hoogtepunt de relatie die haar vader openlijk onderhield met de dienstmeid – die Louise als een ‘verraad’ van haar  vader aanschouwde. Het gekke, of juist het normale, is dat ze zich als kind hier niet van bewust was. Het is pas bij de introspectie tijdens haar psychanalyse in de jaren 50 dat alle spanningen zijn komen bovendrijven om er de vorm aan te nemen van onverwerkte trauma’s, al bleek haar vroege zelfmoordpoging een teken aan de wand.

Louise mag dan nog een ‘fusionele’ relatie gehad hebben met haar ouders, het belette haar niet om van jongsafaan haar zelfstandigheid te verwerven, niet zo eenvoudig voor een jongedame begin vorige eeuw. De meest dramatische beslissing was vermoedelijk haar huwelijk met de Amerikaanse professor Robert Goldwater, amper 19 dagen na hun ontmoeting. Zijn invloed kan nauwelijks worden overschat, als adviseur voor haar artistieke ontwikkeling, maar vooral als stabiliserende factor in haar leven, zowel praktisch -door het opvangen van hun drie kinderen wanneer ze maandenlang in het buitenland vertoefde- als emotioneel -door haar te steunen in de lange periodes van depressie die ze regelmatig doorstond. Dankzij ‘Robt’, zoals ze hem noemde, werd ze ook half Amerikaans, en vertoefde ze in een wereld die veel ontvankelijker was voor haar kunst dan haar geboorteland, die ze nochtans haar leven lang zou koesteren.

Het boek traceert zorgvuldig de evolutie in de kunst van Louise Bourgeois, die onlosmakelijk verweven is met haar persoonlijke ontwikkeling. Hoewel ze vroeg interesse vertoonde in kunst -onder meer door mee te helpen in het atelier van haar moeder- was het niet noodzakelijk een gegeven dat ze kunstenaar zou worden. Ze volgde even lessen wiskunde en geometrie, die haar fascineerden (“Ca ne décevais jamais. Ce que je voulais, c’était un monde d’ordre” p.81), al volgde ze tegelijk les in de tekenacademies. Het is daar dat een van haar leerkrachten haar zei dat ze een beeldhouwer was, geen schilder. Het bleek een beslissende opmerking, gezin Bourgois in sculpturen veel meer van haar innerlijke wereld kwijt kon (“déplacer un sentiment de douleur, d’impuissance, sur une chose matérielle, à donner forme à son angoisse afin de la maîtriser.” P. 156)

Doorheen het boek volgen we hoe de grote thema’s in het oeuvre van Bourgeois -seks, moederschap, angst, …- ontstonden en hoe ze hierin verschillende vormen aannamen en verrassend snel op de belangstelling van de -hoofdzakelijk Amerikaanse- kunstmarkt wist te trekken. Het is een oeuvre dat autonoom onstond, leren we, al hield Bourgeois er met haar natuurlijke nieuwsgierigheid en leergierigheid steeds een vinger op de pols met wat er zich in de kunstwereld afspeelde, zo bewijst onder meer het feit dat ze als tachtigjarige nog vlot met werd opgenomen door jongere generaties.

Deze ontwikkelingen kunnen we nauwgezet traceren in de dagboeken die Louise heel haar leven getrouw hield, en die als grondstof dienen voor deze biografie. Zonder de lezer te overladen met details, weet Bernadac de essentiële elementen hieruit te puren om zowel de psychologische als de artistieke ontwikkeling helder uit te leggen. Al is het lang geen hagiografie. Bernadac heeft ook oog voor de gebreken van Louise, onder meer haar aanhoudende neiging tot jaloezie jegens succesvolle (vrouwelijke) collega’s en haar ruime opvattingen rond het geflirt en trouwheid komt regelmatig de kop opsteken.

Dit maakt het personage des te innemender, en deze biografie des te boeiender. “Art is a Guarantee of Sanity,” noteerde ze in een van haar latere werken. Haar leven lang zocht Louise naar het evenwicht tussen kunst en waanzin. Al biedt kunst geen garantie voor geestelijke gezondheid, toont het voorbeeld van Louise alvast aan dat het mogelijk is.

Louise Bourgeois: Sculpter sa vie, Femme-couteau (biographie)
Marie-Laure Bernadac
Flammarion, 2019, 528p.
ISBN: 9782081330313

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op