Biografieën om te lezen deze zomer (#7): Gustave Courbet

Het mag verbazen dat er te midden van het politieke en maatschappelijke tumult in het negentiende-eeuwse Frankrijk niet méér artistieke stromingen en tegenbewegingen ontstonden. Doorheen de opeenvolgende regimewissels bleef de officiële Académie immers stevig bepalen wat wel en niet getoond mocht worden — en zelfs wat kunst hoorde te zijn. Daarvoor beschikte ze over het ultieme instrument: het Salon, lange tijd zowat de enige plek waar een breed publiek kunst kon zien en waar dus ook zijn smaak werd gevormd.

Het verhaal van de Salon des Refusés is genoegzaam bekend. Maar nog vóór de impressionisten was er al een kunstenaar die openlijk de strijd aanging met het officiële kunstcircuit: Gustave Courbet.

Het revolutionaire karakter van zijn werk kan, bijna anderhalve eeuw later, gemakkelijk worden onderschat. Courbet was weliswaar niet de eerste die met zijn onderwerpen buiten de richtlijnen van de Académie kleurde. Die hield een strikte hiërarchie aan, met mythologische taferelen en historische gebeurtenissen bovenaan. Géricault had die regels eerder al doorbroken met Le Radeau de la Méduse, maar zijn vroege dood verhinderde dat hij een even langdurige invloed kon uitoefenen. Courbet volhardde daarentegen in het schilderen van realistische onderwerpen en werd er, zij het met vallen en opstaan, beroemd en succesvol mee.

Ook buiten zijn kunst was Courbet een man van de tegenbeweging. Michel Ragon vat hem treffend samen als “antiklerikaal, tegen het keizerrijk, tegen idealen, tegen het huwelijk, tegen de officiële kunst, tegen de geschiedenis”. Misschien was hij zelfs tegen het verheven idee van kunst zelf, aangezien hij zich liever als ambachtsman dan als kunstenaar presenteerde.

Dat verzet had ongetwijfeld met zijn temperament te maken, maar zijn afwijzing van de heersende dogma’s was van meet af aan ook een bewuste keuze. Zoals zijn vriend Baudelaire geen nieuwe Lamartine of Musset wilde worden, zo wilde Courbet geen Ingres of Delacroix zijn. Beiden kozen voor vernieuwing en een breuk met het verleden, al deden ze dat op heel verschillende manieren. Misschien verklaart dat waarom Baudelaire in zijn omvangrijke kunstkritische geschriften opvallend weinig aandacht aan Courbet besteedde.

Ze vormden dan ook in vele opzichten tegenpolen. Tegenover de romantische idealen van Baudelaire plaatste Courbet het werkelijke leven, te beginnen met zijn steenkappers en de begrafenisstoet in Ornans, zijn geboortestad. Zijn onderwerpen, die later door Zola als naturalistisch zouden worden omschreven, waren geworteld in het alledaagse, rurale bestaan. Hoewel hij daarmee aansloot bij grote voorbeelden als Rembrandt en Frans Hals, veroorzaakten zijn doeken een schokgolf toen ze op het Salon werden getoond. “Comment avait-on pu accepter que ces gueux, ces déguenillés, puissent prendre place entre les divinités de la Grèce antique et les héros de l’histoire de France?”

Het mag zelfs verbazen dat schilderijen als Les Casseurs de pierres en Un enterrement à Ornans tot het Salon werden toegelaten. De verpauperde bevolking van het landelijke Frankrijk vormde een ongemakkelijke werkelijkheid voor het regime van Napoleon III, dat modernisering en vooruitgang hoog in het vaandel droeg. Toch bleef de keizer Courbet om nooit helemaal opgehelderde redenen enige tijd de hand boven het hoofd houden. Niet alleen zijn onderwerpen, maar ook zijn uitgesproken republikeinse overtuigingen konden nochtans als bedreigend worden beschouwd. Zijn afkomst speelde daarin een rol, net als zijn vriendschap met en bewondering voor de anarchistische denker Pierre-Joseph Proudhon.

Het tekent Courbets standvastigheid en zijn onwrikbare geloof in het eigen gelijk dat hij trouw bleef aan zijn idealen, zelfs in een tijd waarin een landschap al als subversief kon worden beschouwd wanneer het tegen de doctrines van de Académie inging. Met onze hedendaagse blik maakt dat hem vermoedelijk sympathiek. Hij behoort tot de eerste kunstenaars die hun artistieke onafhankelijkheid zo nadrukkelijk opeisten en belichaamt daarmee in zekere zin het archetypische, romantische beeld dat we vandaag van de kunstenaar koesteren.

Toch mag ook dat beeld niet worden overdreven. Courbet was wel degelijk belust op succes en roem. Zijn schilderijen van jachtpartijen en de portretten van welgestelde opdrachtgevers die hij onder meer in Trouville maakte, leverden hem een aanzienlijk inkomen op. Dat leidde soms tot teleurstelling bij de kleine groep medestanders die in zijn vernieuwende kunst geloofde.

Zelfs tijdens die succesvolle jaren kon hij het echter niet laten zijn anti-establishmentgevoelens te ventileren. Courbet was geen intellectueel in de klassieke betekenis van het woord en ging er publiekelijk prat op dat hij nooit een boek las. Zijn hele leven bleef hij bovendien vasthouden aan het patois uit Ornans, tot ergernis van het Parijse kunstmilieu. Toch spreekt uit zijn ideeën en uit de weinige toespraken die hij hield een weloverwogen visie op kunst.

“L’art historique est par essence contemporain. Chaque époque doit avoir ses artistes qui l’expriment et la traduisent pour l’avenir”, verklaarde hij in een toespraak die later als pamflet werd gepubliceerd. Kunstenaars die historische gebeurtenissen proberen weer te geven die ze zelf niet hebben meegemaakt, vervalsen die volgens hem onvermijdelijk in zekere mate. In het midden van de negentiende eeuw was dat een bijzonder controversiële stelling.

Doorheen zijn kunst en zijn opvattingen bleef Courbet zich tegelijk verzetten tegen de moderniteit die Baudelaire zo koesterde. Daardoor zou hij gemakkelijk als conservatief of zelfs reactionair kunnen worden beschouwd. Niettemin werd hij op tal van manieren een voorloper van latere kunststromingen, niet het minst van het impressionisme. Heel wat impressionisten bewonderden hem.

André Malraux vatte zijn belang treffend samen: “Courbet veut représenter autre chose que ses prédécesseurs parce qu’il ne veut pas raconter, mais il veut représenter.” Courbet wilde niet langer een verhaal vertellen, maar de zichtbare werkelijkheid weergeven. Alleen al daarin ligt zijn betekenis voor de impressionisten besloten. Hoezeer hij Manet ook als een rivaal beschouwde, heimelijk moet hij hebben beseft dat juist die kunstenaar als geen ander zijn overtuiging belichaamde dat originaliteit het allerbelangrijkste was in de kunst. Courbet had daarvoor niettemin zelf het voorbeeld gegeven.

Ook buiten zijn kunst bleef hij, ondanks het succes en de rijkdom die hij ermee verwierf, trouw aan zijn politieke idealen. Tijdens de Parijse Commune van 1871 aarzelde hij niet om een publieke rol op zich te nemen. Achteraf minimaliseerde hij zijn betrokkenheid, maar ze kwam hem duur te staan. Courbet werd verantwoordelijk gesteld voor de omverwerping van de Colonne Vendôme en veroordeeld tot het betalen van de heropbouw. Hij vluchtte naar Zwitserland, waar hij berooid de laatste jaren van zijn leven doorbracht.

Volgens de weinige getuigen die hem daar bezochten, bleef hij niettemin wie hij altijd was geweest: optimistisch en goedlachs, en nog steeds rotsvast overtuigd van zijn eigen kunnen.

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op