De tentoonstelling is jammer genoeg al afgelopen -we hebben het zelf niet gezien. Toch loont het de moeite om terug te blikken op de recente tentoonstelling Toile d’araignée van Nicolas Party, waarin vijf groepen nieuwe pasteltekeningen samen werden gebracht.
Party staat bekend om zijn sterk vereenvoudigde portretten, landschappen en stillevens, waarin kleur, vorm en verwijzingen naar de kunstgeschiedenis samenkomen. Ook in Toile d’araignée vertrekt hij van herkenbare onderwerpen, maar maakt hij ze los van een duidelijke plaats of een vast verhaal. Bruggen, spiegelingen, dubbele portretten, dode vissen, bomen en spinnenwebben vormen samen een onderzoek naar verandering, herhaling en vergankelijkheid.
Het vertrekpunt van de tentoonstelling lag bij Bruges-la-Morte, de roman die Rodenbach in 1892 publiceerde. Het boek vertelt het verhaal van Hugues Viane, een weduwnaar die zich na de dood van zijn vrouw in Brugge terugtrekt. Wanneer hij een vrouw ontmoet die sterk op zijn overleden echtgenote lijkt, raken herinnering en werkelijkheid steeds meer met elkaar verweven.
De roman was een van de eerste literaire werken waarin foto’s van een stad systematisch in de tekst werden opgenomen. Party gebruikt die historische beelden echter niet om de architectuur van Brugge nauwkeurig weer te geven. Hij snijdt de oorspronkelijke composities bij en richt zijn aandacht vooral op het water, de weerspiegelingen en de bruggen. Gevels en andere herkenbare elementen lossen gedeeltelijk op, terwijl hun spiegelbeeld bijna even belangrijk wordt als het gebouw zelf. Zo ontstaat een dubbel beeld waarin moeilijk te bepalen is wat werkelijk aanwezig is en wat slechts een afgeleide vorm is.
Het motief van de brug sluit daarbij aan. Een brug verbindt twee oevers, maar markeert tegelijk een overgang tussen twee plaatsen. In de werken van Party krijgt ze daardoor zowel een ruimtelijke als een meer algemene betekenis. Ze verwijst naar het bewegen tussen aanwezigheid en afwezigheid, verleden en heden of werkelijkheid en herinnering.
Die thematiek reikt verder dan Rodenbachs roman. Bruges-la-Morte vormde een inspiratiebron voor onder meer D’entre les morts, de roman van Pierre Boileau en Thomas Narcejac die later door Alfred Hitchcock werd verfilmd als Vertigo. Ook daarin probeert een man een verloren vrouw terug te vinden in iemand die op haar lijkt. Het beeld van de dubbelganger keert bij Party terug in een reeks dubbele portretten. Twee figuren staan naast elkaar, maar hun onderlinge verhouding blijft onduidelijk. Ze kunnen verschillende personen voorstellen, maar evengoed twee versies van hetzelfde personage.
Party verwijst in dit verband ook naar Ingmar Bergmans film Persona uit 1966, waarin de identiteiten van twee vrouwen geleidelijk in elkaar lijken over te lopen. De dubbelportretten illustreren evenwel geen concrete scène. Zoals in veel van Party’s werk blijven de figuren gesloten en moeilijk te lezen. Hun gestileerde gezichten geven nauwelijks informatie prijs over hun karakter of gemoedstoestand.
Een andere groep werken toont dode vissen. Daarmee sluit Party aan bij de Nederlandse en Vlaamse traditie van het stilleven, waarin vissen geregeld werden afgebeeld als handelswaar, voedsel of teken van vergankelijkheid. Zijn composities zijn echter veel kaler. De vissen bevinden zich niet op een gedekte tafel en worden niet omringd door gebruiksvoorwerpen of andere symbolen. Ze liggen tegen een nauwelijks bepaalde achtergrond, waardoor de aandacht volledig naar hun lichamen gaat.
Party zag in het Groeningemuseum onder meer stillevens van Francisco de Goya, waarin dode dieren een directe en soms ongemakkelijke aanwezigheid krijgen. Ook de late schilderijen van Pierre-Auguste Renoir vormden een referentie. In Party’s eigen pastels blijven de vissen opvallend materieel, maar tegelijk moeilijk te plaatsen. Ze kunnen als klassieke nature morte worden gelezen, zonder dat de kunstenaar er één sluitende betekenis aan verbindt.
De spinnenwebben die de tentoonstelling haar titel gaven, ontstonden vanuit een ander soort observatie. Een web is meestal nauwelijks zichtbaar, behalve in het vroege ochtendlicht, wanneer dauwdruppels de structuur tijdelijk aftekenen. Party schildert dat korte moment waarop iets wat doorgaans aan het oog ontsnapt plots zichtbaar wordt.
Het web verwijst bovendien naar een cyclisch proces. Een spin maakt een web dat beschadigd of vernietigd kan worden en begint daarna opnieuw. Die combinatie van herhaling en kwetsbaarheid sluit aan bij Party’s gebruik van pastel. Het pigment ligt als poeder op het oppervlak en blijft gevoelig voor aanraking of beschadiging. De voorstelling en het materiaal delen zo eenzelfde broosheid.
De landschappen en bomen in de laatste zalen brachten meer ruimte in de tentoonstelling. Waar de Brugse werken dicht en sterk afgebakend zijn, openen de boomlandschappen zich naar brede luchten en zachtere vormen. De boom kan worden gezien als een verbinding tussen aarde en hemel, maar ook als een organisme dat voortdurend verandert en zich telkens opnieuw aan de seizoenen aanpast.
De verschillende reeksen in Toile d’araignée leveren geen doorlopend verhaal op. Ze zijn met elkaar verbonden door herhaalde vormen en gedachten: een spiegelbeeld dat een tweede werkelijkheid vormt, een gezicht dat op een ander gezicht lijkt, een web dat slechts tijdelijk zichtbaar is of een boom die tegelijk standvastigheid en verandering belichaamt. Party gebruikt die motieven niet om tot vaste antwoorden te komen. Hij toont vooral hoe beelden van betekenis kunnen veranderen zodra ze worden verdubbeld, uit hun omgeving gehaald of door een herinnering worden vervormd.
- Biografieën om te lezen deze zomer (#7): Gustave Courbet - juli 30, 2026
- Hoe Brugge het nieuwe werk van Nicolas Party binnensloop - juli 28, 2026
- Biografieën om te lezen deze zomer (#6): Wildeman, Het leven van Paul Gauguin - juli 23, 2026



