Er was een tijd waarin kunst en wetenschap intrinsiek verweven waren. Niet zozeer omdat ze hetzelfde doel nastreefden of eenzelfde manier hanteerden om dat doel te bereiken, maar omdat ze elkaar hielpen om nieuwe inzichten te verwerven die ze in hun praktijk konden toepassen. Die kruisbestuiving is ergens verloren gegaan naarmate het rationele denken de bovenhand is gaan nemen en de kunst zich de vrijheid aanmat om als autonome praktijk het onmogelijke te verkennen.
Op 2 augustus 1933 aten James Ensor en Albert Einstein, samen met twee andere heren, in restaurant Au Cœur Volant in De Haan. Waarover daar precies gesproken is, is niet bekend. De ontmoeting had dan ook geen duidelijk doel, en het kan evengoed zijn dat ze het noch over kunst, noch over wetenschap hadden — maar volgens de geruchten des te meer over de dienster van het restaurant. De ontmoeting spreekt daarom niet minder tot de verbeelding…
Zouden ze het over de bron van creativiteit gehad hebben, die voor beiden een belangrijk instrument was om tot nieuwe inzichten te komen? Of over de manier waarop de wereld aan ons verschijnt en wat daarachter schuilgaat, een vraagstuk dat beiden op heel verschillende manieren benaderden, maar dat in zekere zin de kern vormt van de nieuwsgierigheid van zowel de kunstenaar als de wetenschapper?
Nagenoeg een eeuw later voedt die ontmoeting alvast de nieuwsgierigheid van Edith Dekyndt. Vertrekkend van Ensors Stilleven met Chinoiserieën ontspint ze doorheen Museum Dhondt-Dhaenens de talrijke manieren waarop kunst en wetenschap elkaar stimuleren en vaak overlappen, maar evengoed de wisselwerking tussen nature en nurture: het organisch-natuurlijke en het menselijk-artificiële.

foto ©TheArtCouch
De spaarzame opzet van de expo laat heel wat ruimte voor de bezoeker om vrijelijk zelf te associëren en, in zekere zin, de sporen van het denkproces in Ensors Chinoiserieën verder te zetten doorheen het parcours. De referenties aan de atoombom zouden wat al te makkelijk tot de conclusie kunnen leiden dat wetenschap tot vernietiging leidt, waar kunst juist het scheppende vermogen van de mens benadrukt. De Indische stoffen, waarin de muizen in vreemde patronen hun eigen sporen hebben achtergelaten, inspireren dan weer tot een mijmering over de rol van toeval in de wereld, een rol die zo moeilijk ligt bij kunstenaars, maar in de moderne natuurkunde, waaraan Einstein in beslissende mate heeft bijgedragen, een essentiële plaats inneemt. De werken van Verdegem, Malfait en Servaes in het paviljoen stemmen dan weer tot nadenken over de politieke geladenheid van kunst — en van wetenschap — en, langs die weg, over het verband tussen het individu en de gemeenschap waarvan het deel uitmaakt.
In veel van haar werk onderzoekt Dekyndt de wisselwerking tussen natuurlijke en kunstmatige processen, de grens van wat al dan niet onder menselijke controle valt en onze steeds verschuivende perceptie van die grens. Het meest symbolische werk in dat opzicht is vermoedelijk haar HAJIME, een groot doek in de patio dat deels binnen en deels buiten is opgehangen, en dus deels is overgeleverd aan de natuurelementen en deels aan het door de mens geschapen comfort, hoewel beide onmiskenbaar een homogeen geheel vormen.
Het is geen hapklare maaltijd die Dekyndt ons serveert, zo schipperend tussen zekerheden en mogelijkheden, tussen het gemaakte en het gegeven weten, en gelukkig maar. Als kunst een aanzet mag zijn om verder te zien dan wat zichtbaar is, om verder te denken dan het fastfooddenken dat ons wordt opgelegd, dan is deze tentoonstelling daar niet enkel een voorbeeld van, maar evengoed een aanleiding toe. Het is per slot van rekening een maaltijd die je met Ensor en Einstein deelt…






©TheArtCouch
It could be James on the beach. It could be. It could be very fresh and clear. met werk van Edith Dekyndt loopt tot 17 mei 2026 bij Museum Dhondt-Dhaenens in Sint-Martens-Latem. Klik hier voor alle info.


