Alles van waarde is weerloos…

Wat lokt je naar een tentoonstelling wanneer het nagenoeg onbeperkte aanbod omgekeerd evenredig staat tot de tijd die je kan vrijmaken om het te bezoeken? Vermoedelijk de namen die op mijn lijstje prijken van kunstenaars die ik regelmatig wil volgen om hun evolutie te traceren; de locatie ook, aangezien ik met belangstelling onderzoek hoe een kunstwerk zich verhoudt tot de omgeving waarin het wordt getoond – of, heel zelden, omgekeerd; de nieuwigheid, want enige sensatie- of ontdekkingslust is me niet vreemd. Maar evengoed kan het de titel van een expo zijn, wanneer die me ertoe aanzet om vooraf al te kauwen op wat ik er te zien zal krijgen, of op de sfeer waarin ik nieuwe werken en kunstenaars zal ontdekken.

Alles van waarde is weerloos is zo’n titel die mijn nieuwsgierigheid wist aan te wakkeren. Ik ben het niet noodzakelijk eens met de centrale stelling, of kan me op zijn minst voorstellen op basis van welke argumenten anderen haar zouden kunnen weerleggen. Maar dat belet geenszins dat de bewering tot verder nadenken aanzet – misschien zelfs net daardoor.

Dekt de naam de lading? De kunstenaars lijken zich te hebben toegespitst op broosheid en weerloosheid in de selectie van hun werk, wat een zekere coherentie doorheen de tentoonstelling doet vermoeden. In die zin is het jammer dat de klassieke opstelling – waarin per afgemeten vierkante meter muur een werk hangt – een globaal overzicht of een volledige onderdompeling in het thema niet echt faciliteert. Met veertig kunstenaars is er echter alleszins voldoende te zien.

Opvallend, maar op zich niet verrassend, is het aantal kunstenaars dat teruggrijpt naar het beeld van de pasgeborene om het thema te verbeelden. Niet verrassend, aangezien dit beeld wellicht als geen ander het archetype van het kwetsbare en tegelijk waardevolle vertegenwoordigt. Anderen gingen dan weer dieper graven in de betekenis van het thema, wat resulteerde in een aantal merkwaardige en gelaagde werken.

Zo associeert Caroline Robberecht het thema op een bijzonder ontroerende manier met een porseleinen zakdoek. Die kan bij uitbreiding staan voor alle kleine voorwerpen die ons een tijdlang vergezellen en waardevol zijn, maar waarmee we vaak achteloos omgaan. De ‘waarde’ ligt hier in de aandacht en de zorg die we dragen voor deze discrete gezellen. Eenzelfde diepgang is terug te vinden in de installatie van Alinda Taelman, die als enige geen toelichting bij haar werk geeft en de kijker enkel de titel wat blijft wat komt meegeeft. Die verwijst naar verleden en toekomst, maar vooral naar het broze en vluchtige scharniermoment tussen beide – het enige moment waarvan we binnen de grenzen van ons individuele bewustzijn relatief zeker kunnen zijn. Een gelijkaardig unheimlich gevoel doemt op in het werk van Johan Heylen, een intense mijmering over de dwaaltocht van de mens doorheen tijd en ruimte, met als enige, zij het wankele, houvast de eigen identiteitservaring.

De tentoonstelling had nochtans een andere opstelling kunnen voorstellen, al was het maar om het voor de toeschouwer eenvoudiger te maken er een persoonlijk verhaal aan te koppelen. Een mens – ik alleszins – kan het niet laten om in categorieën te denken; het is een manier om vat te krijgen op de wereld. Een wereld die in tal van betekenissen en op tal van manieren aan het vergaan is. In dat licht zou het interessant zijn geweest om een aantal kunstenaars dichter bij elkaar te tonen, en hun werken op een of andere manier met elkaar te laten versmelten. (Een poging: )

Zo verbeeldt Sofie Demeyer het vergaan van de waarde van naïviteit in een steeds brutaler wordende wereld. Pieter Raes richt zich op het verdwijnen van religie – wat hij zelf ‘toewijding en menselijkheid’ noemt in The Saint II – die nochtans richting en zin geeft aan ons bestaan. Katleen Van der Gucht brengt het vergaan van de gletsjers zo zacht en subtiel in beeld dat het werk bewust ook een vorm van hoop in zich draagt. Michaël Bouchez wijst ons met zijn abstracte beelden op het feit dat wat we zien niets anders is dan licht, maar dat dit licht schakeringen kent die we langzaam uit het oog dreigen te verliezen. En Riet Proot toont het vergaan van onze natuurlijke omgang met de wereld, teder verbeeld in haar gelabelde keramieken duivenpoten.

We verliezen gaandeweg wat waardevol is, en die vaststelling stemt onvermijdelijk melancholisch. Door deze vijf kunstenaars echter iets nauwer bij elkaar te brengen, had de tentoonstelling ons tegelijk kunnen wijzen op het feit dat die waarde vooral wegkwijnt door de aandacht die we haar ontzeggen. In die zin kan de aandacht die we aan deze werken schenken alvast een klein tegengewicht vormen voor hun weerloosheid.


Alles van Waarde is Weerloos loopt tot 3 januari in het Karmelietenklooster in Gent (ingang via de kloosterwinkel)


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op