Arnaud Maere, de broosheid achter robuuste concepten

“Waarom elf?” vraag ik hem, alsof er voor alles een reden moet zijn. Het cijfer, dat domineert in het nog prille oeuvre van Arnaud, heeft niet noodzakelijk een betekenis. Vreemd misschien, gezien hij in zijn werken steevast verschillende betekenislagen laat insijpelen—vaak doelbewust—al beseft hij evengoed dat hij geen controle heeft op de betekenis die de kijker eraan geeft. Het zou een spel kunnen zijn, waarin de kunstenaar tracht te achterhalen tot waar precies de betekenis die hij zijn werken meegeeft de toeschouwer bereikt, en op welk ogenblik deze het overneemt om er zijn eigen betekenis aan toe te voegen. Het is een haast ondefinieerbaar grensgebied, onbereikbaar en onkenbaar. Niet eenvoudig om daarin te vertoeven, voor iemand die per slot van rekening uiterst beheerst en beredeneerd met zijn werk omgaat.

Die spanning—tussen beheersing en loslaten, tussen intentie en ontvangst—maakt ook duidelijk waarom zijn werk zo hard op het idee leunt, zonder ooit het beeld te laten vallen.

foto ©Jana Pollet

Elk kunstwerk is conceptueel, zelfs het meest waarheidsgetrouwe, gezien elk kunstwerk een representatie is van iets—ook van het idee. Het is dit idee dat primeert in het werk van Arnaud, maar het staat nooit los van het beeld, dat volgens zijn strenge eisen “visueel sterk” moet zijn. Niet in esthetische zin, maar als representatie van dit idee. Wat je ziet is het residu van een denkproces: waarheidsgetrouw, als standpunt en als statement, maar tegelijk misleidend. Je krijgt als kijker de vrijheid om tot een eigen interpretatie te komen, maar wordt daarin vrij strikt begeleid.

De eerste reeks die Arnaud maakte wanneer hij als entrepreneur stopte om kunstenaar te worden, blijkt toonaangevend. Op oude schilderijen bracht hij dikke lagen zwart aan, met enkele ‘doorkijkluikjes’—GLIMPSE—op het originele werk. Wat lijkt op een lukrake, vrijblijvende interventie, is niettemin het resultaat van een lang proces, waarbij het originele doek minutieus wordt onderzocht. Het weghalen gaat om irrelevante details, om het oog juist te richten naar wat aandacht verdient—of naar wat tenminste de aandacht van de kunstenaar trok. Het is niet uit iconoclasme, benadrukt Arnaud, maar vanuit een vorm van zorg om het oorspronkelijke beeld, dat juist uit het zicht dreigt te verdwijnen zonder deze interventie. In een tijd waarin alles en iedereen om aandacht schreeuwt, kan het als een hommage gelden om onze aandacht langer te vestigen op een detail, een zienswijze, een sfeer die met enkele penseelstreken werd opgeroepen door een voorganger die anders tot de vergetelheid gedoemd werd.

Op een kronkelige manier zet de gedachtegang zich voort in een tweede reeks: deels als logisch gevolgtrekking, maar evengoed geleid door toevallige—niettemin zorgvuldig voorbereide—ingevingen. In BIC BICER BICST wordt een banaal instrument als grondstof gebruikt voor een reeks monumentale werken in vier grondkleuren, als om aan te geven dat het robuuste, het blijvende, juist vervat ligt in die zaken waar we geen acht op slaan: die we wegwerpen na gebruik, zoals een BIC. Natuurlijk is er die vette knipoog naar Fabre en Pollock; daar kan je niet omheen, en noch de een, noch de ander, heeft toegevoegde eer en aandacht nodig. De reeks is dan ook niet zozeer een eerbetoon aan beide kunstenaars, maar aan het ruwe, eenvoudige materiaal waaruit kunst ontstaat, en aan de lange tocht die het ondergaat om tot een kunstwerk te vervormen. In dat proces ondergaat de inkt ook veranderingen: een metamorfose die sterk afhankelijk is van de onvoorspelbare speling van seizoenen en weersomstandigheden. Arnaud capteert die in het proces en laat ze half aan toeval over, half aan zijn eigen wil.

foto: @Jana Pollet

Het is uiteindelijk een proces dat gelijkaardig is aan hoe de identiteit van een persoon wordt gevormd: iets wat iedereen ondergaat, maar bij een kunstenaar een andere vorm aanneemt—evengoed organisch als bewust. In talrijke opzichten vormen de reeksen van Arnaud zo’n wordingsproces. Soms expliciet, zoals in zijn reeks CORNERS OF MY MIND, waar hij aan de hand van Rorschach-spiegelingen de achterbuurten van zijn onderbewuste lijkt te verkennen; soms ludieker, in zijn YOU & I AS CLOWNS, die hij op uitnodiging van Joanna De Vos maakte en waarin de toeschouwer zijn spiegeling ziet met een rode bol ter hoogte van zijn neus. Ook hier wordt het eenvoudige beeld vermeerderd met talrijke subtielere verwijzingen: de circusplanken en -kleuren, of het gelach in elf verschillende talen dat als epitaaf werd geplaatst op elk van hen. Ludiek, ja, maar evengoed een dieperliggende verwijzing naar de verschillende aspecten van de identiteit.

We bestaan uiteindelijk uit brokstukken en fragmenten: losse eindjes betekenis die we onszelf om een vooralsnog duistere reden toekennen. Wat ons aan elkaar bindt—de lijm tussen deze onsamenhangende stukjes—zijn de waarheden en overtuigingen die we doorheen onze persoonlijke evolutie bijeensprokkelen. In zijn reeks TIME LINE verzamelt Arnaud een aantal spreuken en levenswijsheden die voor hem van betekenis zijn, en die hij aan de hand van honderden zorgvuldig getrokken lijnen in een beeldende vorm giet. Soms als expliciete verwijzing, zoals de balans in ‘Balance Imnbalance’ of de zandloper in ‘Transcience’; soms iets meer beeldsprakerig, als het gecompliceerde spinnenweb in ‘Self Doubt.’ Alle lijnen staan echter in relatie tot elkaar, waardoor elke misstap, elke afwijking of elk ongeluk de compositie—de balans van het geheel—in gevaar brengt. Het monnikenwerk verwijst uiteindelijk naar de intense arbeid die met de constructie van de identiteit gepaard gaat, maar evengoed naar de fragiliteit van de uiteindelijke constructie.

Het mag verrassen, in een werk dat overal als een bevestiging weerklinkt, om te concluderen dat het motief uiteindelijk te herleiden valt tot broosheid. Al bestaan hier talrijke varianten en gradaties in: soms op de rand van verval of vernietiging, maar evengoed gewoonweg op een kantelpunt tussen twee evenwaardige verschijningsvormen.

Mocht dit kantelpunt in een cijfer te bevatten zijn, zou het ongetwijfeld het cijfer elf zijn, moet ik vaststellen. Een cijfer geprangd tussen het strakke decimale stelsel—niet het meest bruikbare, maar het meest gebruikte—en de ongewisse oneindigheid, die uiteindelijk talrijke ongrijpbare gedaanten blijkt te bevatten. Het biedt uitzicht op een conceptueel landschap dat Arnaud in gedachten verkent, en waarvan hij de indrukken die het achterlaat sporadisch maar minutieus in een beeld vertaalt.

foto’s: ©Jana Pollet


Het werk van Anraud Maere is vanaf 1 april te zien op de solotentoonstelling (met performance) Impact bij Hoet Gallery in Gent. Klik hier voor alle info.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op