‘Artistes au Muséum’, kunst als manier om de wereld te zien

We leven met de merkwaardige overtuiging dat we de wereld ondertussen wel ongeveer kennen en beheersen. Alles wat zich ergens op aarde bevindt, op een zeldzame diersoort op enkele kilometer diepte na, is vermoedelijk ooit wel beschreven, geanalyseerd gecatalogiseerd en met enkele klikken op ons scherm tevoorschijn te halen. Het onbekende lijkt voorgoed uit onze belevingsruimte verdrongen, of gebagatelliseerd als een ongelukje dat snel verholpen kan worden.

Het is uiteindelijk een vrij ijdele gedachte.

We kijken wat meewarig naar kunstenaars die zich eeuwenlang heel wat meer moeite getroosten om zich een beeld te vormen van wat zich buiten hun directe omgeving bevond. Wie een leeuw, exotische vogel of tropische plant wilde bestuderen, kon niet terugvallen op het schier oneindig aantal beelden die gratis voorhanden is. Voor kunstenaars in het Parijs van de 19e eeuw bood het Muséum national d’Histoire naturelle en de Jardin des Plantes alvast een plek waar wetenschap en verbeelding elkaar op een heel natuurlijke manier vonden.

Precies die geschiedenis staat centraal in Artistes au Muséum, de grote jubileumtentoonstelling waarmee het Muséum in de Grande Galerie de l’Évolution zijn vierhonderdste verjaardag viert. Meer dan 300 werken en objecten van ruim 120 kunstenaars tonen hoe kunstenaars vanaf de zeventiende eeuw naar het museum trokken om dieren, planten en mineralen te observeren, vast te leggen en vervolgens in hun eigen werk te verwerken.

Dat leverde merkwaardige kruisbestuivingen op. Eugène Delacroix en Gustave Moreau konden er exotische dieren en planten bestuderen zonder Parijs te verlaten, en verwerkten hun ontdekkingen met groot enthousiasme in hun werken. Auguste Rodin, Henri Matisse en Marie Laurencin volgden zelfs tekenlessen in de Jardin des Plantes. Later vonden ook kunstenaars als Alberto Giacometti, Salvador Dalí, François Pompon, Bernard Buffet en Chris Marker er inspiratie. Henri Rousseau, die we vandaag bijna vanzelfsprekend verbinden met zijn weelderige jungles, vond in de serres en collecties materiaal voor exotische werelden die hij zelf nooit in werkelijkheid had bezocht.

Dat maakt de tentoonstelling interessanter dan een overzicht van kunstenaars die toevallig ooit in hetzelfde museum rondliepen. Ze gaat uiteindelijk over een manier om een ongekende wereld te zien en te ontginnen.

Binnen de natuurwetenschappen was het getekende beeld lange tijd onmisbaar. Tekenaars en schilders vergezelden expedities, werkten in laboratoria en hielpen planten, dieren en mineralen vast te leggen. De beroemde collectie van duizenden geschilderde vélins van het Muséum behoort tot die traditie. Fotografie nam later een deel van die functie over, gevolgd door microscopie en steeds verfijndere beeldtechnieken. Toch bleek volledige objectiviteit telkens weer een illusie. Ook het meest wetenschappelijke beeld vereist selectie: wat wordt getoond, vanuit welke hoek, op welk moment en met welk detail?

Soms kan een tekening zelfs méér tonen dan een foto. Het Muséum liet bijvoorbeeld onlangs nog een wetenschappelijke illustratie maken van een pas beschreven plantensoort uit Mayotte. Daarin konden verschillende stadia en kenmerken van de plant in één beeld worden samengebracht, hoewel die in de natuur nooit allemaal tegelijk zichtbaar zijn. Het beeld is dus geconstrueerd en precies daardoor wetenschappelijk verhelderend.

Misschien ligt daar ook een mooie paradox. We beschikken vandaag over oneindig veel meer beelden dan Delacroix, Rousseau of Moreau ooit konden dromen, maar dat betekent nog niet dat we beter, of juister kijken.

Integendeel, de overvloed kan ons gemakkelijk de indruk geven dat alles al gezien is. De wetenschap spreekt dat alvast tegen. Wereldwijd worden nog ieder jaar bijna 20.000 nieuwe soorten dieren, planten en micro-organismen beschreven. Zelfs in Europa worden nog onbekende soorten gevonden, soms letterlijk onder onze voeten. Sommige verdwijnen mogelijk voordat we überhaupt weten dat ze bestaan.

En misschien heeft kunst precies daar nog altijd een rol te spelen.

Niet noodzakelijk door de wetenschap te illustreren, maar door opnieuw verwondering mogelijk te maken. Door iets wat we menen te kennen uit zijn vertrouwde categorie te halen, langer te kijken waar we normaal voorbijgaan, of verbanden zichtbaar te maken die voordien onopgemerkt bleven. Dat gebeurde toen kunstenaars urenlang dieren tekenden in de Ménagerie of planten bestudeerden in de serres, en het kan vandaag nog steeds.

Misschien gebeurt het alleen minder vaak dan we zouden wensen. Een groot deel van onze hedendaagse beeldcultuur put uit beelden die al bestaan, ze worden gedeeld, bewerkt, gegenereerd en eindeloos opnieuw gecombineerd. Artistes au Muséum herinnert eraan dat er daarnaast nog een andere mogelijkheid bestaat: opnieuw zelf naar de wereld kijken.

Want ondanks vier eeuwen wetenschap, expedities, tekeningen, foto’s, microscopen en databanken is die wereld nog lang niet volledig geïnventariseerd, of zijn de zaken die we menen te kennen slechts oppervlakkig gekend. Misschien ligt hierin een hernieuwde, bijkomende rol voor kunstenaars, om ons eraan te herinneren hoeveel ervan we nog niet hebben gezien.

Gustave Moreau, Galatée (vers 1880) – Prêt du Musée d’Orsay © DP
Vélin de bananier (Musa paradisiaca) par Madeleine Basseporte © MNHN
Henri Rousseau (1844-1910) Le Lion, ayant faim, se jette sur l’antilope, 1898-1905 Riehen/Basel, Fondation Beyeler, Beyeler Collection


Artistes au Muséum is tot 7 maart 2027 te zien in de Grande Galerie de l’Évolution van het Muséum national d’Histoire naturelle in Parijs.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op

Get 30% off your first purchase

Close Welcome Bar