De schilderijen van Emile Claus kan je op meerdere niveaus ‘lezen’. De minst bekende, maar misschien meest actuele, is de ecologische geschiedenis in zijn doeken. Guido Tack wees tijdens de recente overzichtstentoonstelling van Claus in het Mudel reeds veelvuldig op de verdwenen fauna en flora in de doeken. Hij wijst ons, een eeuw na datum, op de impact van de mens op zijn omgeving: de drang om de natuur naar zijn wil – en behoefte – te overmeesteren.
Stief DeSmet neemt de draad terug op. In zijn nieuwe reeks schilderijen en keramische sculpturen geeft hij een ereplaats – of eerbetoon – aan inheemse bloemen die door monocultuur en overbemesting tot de periferie van de natuur zijn verdreven. Margriet, pinksterbloem, echte koekoeksbloem, veldzuring en knoopkruid: je vindt ze enkel nog ‘in de schaduw van eentonige gewassen en intensieve veeteelt’.

©De Egelantier
Je zou de reeks van Stief als een nostalgische wanhoopsdaad kunnen aanzien, maar tegelijk is het brandend actueel. Het World Economic Forum rangschikt het verlies aan biodiversiteit als derde grootste bedreiging voor de mensheid, op ongeveer gelijke hoogte met de opwarming van het klimaat. De cijfers doen duizelen: 15% van de diersoorten is aan het verdwijnen, 40% van het aardoppervlak is reeds teloorgegaan voor het wildleven. Het inspireerde de secretaris-generaal van de VN tot de uitspraak: “Humanity has become a weapon of mass extinction.”
Wat vermag een reeks schilderijen en keramieken beeldjes tegen dit onderhuidse menselijke euvel? Uiteraard zal het de wereld niet veranderen, noch verbeteren. Wel kan de kunstenaar ons wijzen op wat de Franse ecologiefilosoof Baptiste Morizot de ‘gevoeligheidscrisis’ noemt: “de verarming van onze gevoeligheid voor het levende, dat wil zeggen van onze vormen van aandacht en onze beschikbaarheid daarvoor.” Het is volgens hem zowel een gevolg als een deel van de oorzaken van de ecologische crisis die wij nu kennen. Meer dan statistieken en grote uitspraken kan kunst deze gevoeligheid helpen verscherpen, zo niet herwinnen. Niets is misschien minder vrijblijvend.
Waar kon hij dit beter benadrukken dan in De Egelantier, de oude directeurswoning en voormalige textielfabriek aan de rand van de Vlaamse Ardennen, waar al enkele decennia bloemenateliers worden georganiseerd? Tussen het beton van de steenweg en het glooiende landschap dat Stijn Streuvels lyrisch bezong in zijn nabijgelegen Lijsternest. Een broeinest van verzet zou je er niet in vermoeden, noch in de plek, noch in de kunst van Stief. Maar zoals Albert Camus reeds wist: “Dans l’art, la rébellion se consume et se perpétue dans l’acte de création réelle, pas dans la critique ou le commentaire.” Kunst op zich is een daad van verzet tegen de groeiende verstomming waarmee we ons leven ondergaan en onze omgeving verwaarlozen.




©De Egelantier
Botany of Desire met nieuw werk van Stief DeSmet loopt tot 12 juli in De Egelantier, Otegem. Op 13 juni om 19u organiseert De Egelantier een lezing van Guido Tack.
Mensen die door bloemen werden aangetrokken , en ze uit elkaar konden houden en vervolgens onthielden waar ze de bloemen in het landschap hadden gezien, waren als verzamelaar veel succesvoller dan mensen die blind waren voor hun betekenis.
uit ‘The botany of Desire. A Plant’s-Eye View’ , Michael Pollan 2001
- Van Brazilië tot Italië, 10 in het oog springende privémusea wereldwijd - december 12, 2025
- Eros aan de Styx, de zwijgende maar veelzeggende nieuwe reeks van Steven Peters Caraballo - december 7, 2025
- Catherine McCormack over de problematische weergave van de vrouw in de kunstgeschiedenis - december 5, 2025






juni 1, 2025
Mooi en waarachtig!
Het geeft mij zin om de verdwenen korenbloemen uit mijn jeugd te schilderen!