Voordat de wetenschap ontstond werd onze manier om de wereld te begrijpen gedomineerd door mythes en legendes. In tegenstelling tot het gangbare beeld kwamen deze niet zozeer voort uit de verbeelding. De goden van toen maakten deel uit van het dagelijkse leven, en hoewel hun handelen voortkwam uit duistere wetten hadden ze een meetbaar en min of meer voorspelbaar karakter. Het godenrijk was heel reëel — ze maakten nagenoeg tastbaar deel uit van de realiteit. Het is pas vanaf Anaximander dat de mens een wetenschappelijk wereldbeeld ontwikkelde. Dit kwam niet zomaar plots; er werd geen alternatief bovenop het origineel geplaatst, geen juister wereldbeeld als simpel alternatief geboren. De ‘doorbraak’ van Anaximander lijkt vanuit ons standpunt dan ook lachwekkend, maar is niettemin cruciaal. Zo stelde hij voor het eerst de tot dan geaccumuleerde kennis over de wereld in vraag, en formuleerde hij voor het eerst de stelling dat de fysieke realiteit uit meer bestaat dan wat voor de mens zichtbaar is. Daaruit ontwikkelde zich een wetenschappelijke visie, die echter nog eeuwenlang naast de meer spirituele wereldvisie werd beschouwd — zo getuigt onder meer het fresco van Raphael in de Stanza della Segnatura, waarin Griekse filosofen en engelen en apostelen op gelijke hoogte worden afgebeeld.
Het mag gerust als een verlies beschouwd worden dat beide wereldvisies – beide manieren om de wereld te begrijpen – tegenover elkaar zijn komen te liggen in plaats van naast elkaar, al is dit lang niet overal het geval. Het rationele is sinds René Descartes de Westerse wereld gaan domineren, tot Kurt Gödel, Ludwig Wittgenstein en Werner Heisenberg de fundamentele limieten aantoonden van dit rationele denken om de wereld volledig te vatten. De kwantumfysica is grotendeels onverklaarbaar, al werken we concreet met haar wetten, en de foto’s die de James Webb Space Telescope ons terugstuurt geven aan dat onze big-bang-theorie over het ontstaan van het heelal voor geen meter — of lichtjaar — klopt. Hiermee vergeleken kan een mythologisch of religieus wereldbeeld fungeren als baken van houvast en betrouwbaarheid.
Het blijft desalniettemin een handige manier om met de wereld om te gaan: als mens in onze realiteit te ‘navigeren’, richting te zoeken en beslissingen te nemen waarvan we de gevolgen min of meer kunnen inschatten. Maar hiervoor moet je uiteindelijk een beroep doen op wankele premisses, en voor een groot deel op verbeeldingskracht. De fijne lijn daartussen, en de impact die dit heeft op onze wereldvisie, wordt misschien het best begrepen aan de hand van hoe we met kaarten omgaan. Vanaf het begin vormden de pogingen om de ruimte rondom ons in een tweedimensionaal vlak voor te stellen een aantal onoplosbare problemen. Kaarten lijken objectief, maar ze zijn altijd vereenvoudigingen van de werkelijkheid. De aarde is een afgeplatte ellipsoïde, en die kun je nooit zonder vervorming op een plat vlak weergeven. Elke kaartprojectie moet dus keuzes maken welke vervormingen het belangrijkst zijn om te beperken: afstand, richting, oppervlakte (zoals bij de Gall–Peters‑projectie) of vorm (zoals bij de Mercator‑projectie). Een kaart kan nooit alle vier tegelijk perfect correct weergeven. Daarnaast maken kaarten altijd keuzes: wat wordt getoond, wat wordt weggelaten, welke schaal wordt gebruikt, welke symbolen en kleuren? Al deze keuzes beïnvloeden hoe we de wereld begrijpen, maar meer nog — gezien we zo gewend zijn geraakt aan deze manier van zien — hoe we denken dat de wereld is.
Om onze wetenschappelijke blik op de wereld in een juister perspectief te plaatsen hebben we, hoe vreemd dat ook klinkt, onze verbeeldingskracht nodig. En dus: kunst. Als tegengewicht, voor een deel, maar ook als corrigerende lens op het wetenschappelijk wereldbeeld.
Dat vormt enigszins het uitgangspunt van de expo Compleet van de Kaart, gecureerd door Stef Van Bellingen. Met hem door de expo lopen is een beproeving, niet eens zozeer door de hoeveelheid informatie die hij op je afvuurt of door de talrijke associaties waarmee hij deze expo vormgaf, maar omdat het ons voortdurend uitdaagt om over de rand van het gekende heen te gluren naar een onbekend deel van de werkelijkheid, om ons gekende wereldbeeld fundamenteel in vraag te stellen. De hele expo opnieuw doen zou de lezer op dezelfde manier belasten; ik tracht me hier dan ook te beperken tot de meest frappante details in dit totaalconcept, in de hoop dat het op zijn minst een idee biedt van het geheel.







©TheArtCouch
Dat dit geen eenvoudig te behappen expo is, wordt meteen duidelijk bij het binnentreden. De markeringen die Lieve D’Hondt op de vloer en de muren aanbracht geven weliswaar een geloofwaardige indicatie van de ruimte waarin men zich – op dat punt dan toch – bevindt, maar de uitvergrote foto waarop een groep geëmancipeerde slaven onderwijs krijgt in de vorm van de aarde en de schaduw van de maan, brengt meteen een belangrijke nuance: we worden een wereldbeeld aangeleerd, maar door instanties die zelf geijkt werden door een wereldbeeld dat beladen is met dogma’s en ideologie.
Met Sammy Baloji vallen we meteen in de kern van het thema. De navigatiekaarten die we maken dienen evengoed om ons in het leven te oriënteren, onszelf te onderzoeken — ons leven, onze antecedenten en de gebeurtenissen zijn in zekere zin betekenisvoller dan de ruimte waarin ons leven vorm krijgt. Een paar stappen verder worden begrippen als lengte en proportie in vraag gesteld, die uiteindelijk niet meer zijn dan geijkte conventies om met elkaar te communiceren, al weten we nooit met zekerheid of die algemeen gelden. De subtiele installatie van Lieve D’Hondt bevat enkele opgerolde meetlinten samengehouden met elastieken: tijd is een rekbaar begrip, luidt de boodschap, maar impliciet geeft het ook aan dat tijd en lengte geen op zichzelf staande fenomenen zijn die losstaan van onze perceptie. Ons begrip van, en onze grip op, de wereld zijn slechts middelen om een heel specifiek doel te bereiken. Geen beter voorbeeld hiervan dan de plattegronden van een metrolijn, die niet zozeer een weergave zijn van hoe de boevenwereld eruitziet, maar vrij secuur de perceptie van de reiziger weergeven – de afstanden en richtingen worden hier vanuit het perspectief van de passagier gehanteerd, wat een heel andere, maar niet minder accurate weergave is van de ruimte die we doorkruisen. Nog in deze gang hangen werken van Stan Klamer: kaarten van een heel andere orde, vol symbolen met een heel persoonlijke relevantie die niettemin als universele richtingaanwijzers aanvoelen; hoewel je de tekens niet begrijpt, lijken ze een ondubbelzinnige, heldere kaart van een leven te bevatten — of op zijn minst een blik op het leven.
Neem rustig de tijd om alles te laten inspijpen: de verwijzingen naar de Afrikaanse Lukasa, of “lange hand” — een soort geheugenkaart om een persoon in kaart te brengen; de kunst van chiromantie, gebaseerd op het idee dat je hele levensloop reeds in kaart is gebracht in je handpalm.
En dan moet je nog de grote ruimte in, vermoedelijk met een lichte duizeling als je, zoals ik, reeds een flinke dosis nieuwe emoties hebt opgedaan. Stef deelde de grote ruimte bewust in thema’s als aarde, lucht en water, al liet hij de ruimte bewust open zodat je van overal een totaalzicht hebt, alsof de ruimte zelf al een soort overzichtskaart was.
In zijn selectie liet Stef zich hier en daar leiden door de gedachte dat onze kennis van onze omgeving nog niet tot haar einde is gekomen, dat nog veel moet ontdekt worden en pagina’s te schrijven zijn. Kwantumfysici noch neurologische wetenschappers zullen hem tegenspreken, al houdt Stef het bewust behapbaar — al zal je er rustig de tijd voor moeten nemen, ook al wordt je oog (mijn oog toch) getrokken door enkele blikvangers zoals de ontzagwekkende doeken van de Zwitser Emmanuel Mottu; de fantastische wijze waarop Koen Deprez zijn curriculum vitae in beeld brengt; de subtiele batiks van de Aboriginal Kathleen Petyarre die vanop een onmogelijk standpunt naar haar geboorteland kijkt, hoewel haar stoffen meer weghebben van verre sterrenclusters — niet voor niets werd haar werk in de nabijheid gehouden van de subtiele, delicate blik op de hemel van Els De Vos; de exotische reis van Bram Verstraeten die, hoewel volledig ingebeeld, je meeneemt op verre tochten – de expo stelt wel degelijk de vraag of je je werkelijk moet verplaatsen om te reizen.
Het deed me duizelen, dat zei ik al. Niet zozeer door de hoeveelheid werken, maar door de hoeveelheid vragen die ze stellen. Wat stimuleert ons werkelijk om onze weg te willen vinden — al dan niet aan de hand van kaarten — wat betekent bestemming of doel wanneer blijkt dat je je eigen werelden kunt scheppen? Iets waar kunstenaars bij uitstek in uitblinken. Hoe kies je een richting wanneer alle richtingen ofwel naar nergens, of enkel naar jezelf verwijzen? Waar is al die wetenschap voor nodig in het licht van deze ene kennis?







Terug aan de ingang gekomen werp ik een tweede blik op het werk van Carolanne Ken, een Aboriginal uit een regio in Centraal-Australië die, hou je vast, Anangu Pitjantjatjara Yankunytjatjara heet. Carolanne verbeeldt in haar werk het verhaal van Minyma Malilu, een “big story” uit de APY Lands dat via haar grootmoeder aan haar is doorgegeven. Malilu is een voorouderlijke vrouw die door het land trok op zoek naar haar dochter, die was weggelopen met de ‘verkeerde man’. Toen ze het paar uiteindelijk vond, groef ze met haar piti (coolamon) een grot uit om een grote wiltja (schuilplaats) te creëren. De grote rondvormen in Carolannes schilderijen verwijzen naar deze grot en de paden die Malilu en de vrouwen uit de gemeenschap bewandelden om er te komen. Het is het land van haar grootmoeder, en het verhaal draagt voor Carolanne een diepe spirituele en culturele betekenis. In haar schilderijen combineert ze brede, schilderachtige penseelstreken om de compositie te structureren met fijn, precies dotwerk waarmee ze de rondels en hun uitstralende lijnen verfijnt.
Het werk kwam me ongewild voor als een epifanie, een samenvatting zelfs van alle vragen die de kunstenaars stelden, en ik mezelf stelde doorheen de expo. De werkelijke richtinggevers in je leven — deze die naar een doel wijzen dat je zelfs niet koestert of je daarheen brengen waar je niet noodzakelijk naartoe wou — komen niet uit kaarten of wetenschappelijke resultaten, maar uit de verhalen die ons verteld worden, en die je eigen maakt. Het is de verzameling van al die verschillende zichtpunten, al die verhalen, die ons tot inzicht brengen.
Compleet van de kaart: artistieke visies op cartografie loopt nog tot 4 januari 2026 in cc Zwijgershoek, Sint-Niklaas. Klik hier voor alle info.

- ‘Innig’ in Torhout, een subtiele en verrassende brug tussen verleden en heden - december 12, 2025
- Van Brazilië tot Italië, 10 in het oog springende privémusea wereldwijd - december 12, 2025
- Eros aan de Styx, de zwijgende maar veelzeggende nieuwe reeks van Steven Peters Caraballo - december 7, 2025






november 24, 2025
een aanrader om meermaals te gaan kijken!! Sublieme voorstelling dank zij de fantastische visie
van Stef..