De internationale doorbraak van hedendaagse Belgische kunstenaars

Talrijke Belgische hedendaagse kunstenaars scheren hoge toppen op de internationale kunstmarkt. Sommige kunstenaars genieten zelfs meer bekendheid op het internationale toneel dan in eigen land. Is dit de natte droom van elke kunstenaar, om internationaal ‘door te breken’? Wellicht niet van allemaal, maar zeker wel van de meest ambitieuzen onder hen. Het is niet zomaar om de roem en de eer, ze beseffen maar al te goed de hoeveelheid energie en stress die hiervoor wordt betaald. Het is iets anders, dat je misschien het beste kan omschrijven met ‘op een ander niveau meespelen.’ ‘Niveau’ hoef je niet persé als kwalitatief superieur te interpreteren, meer in de zin van een andere planeet, een ander universum. Gesprekken en ontmoetingen zijn anders, de voeding die je eruit haalt smaakt anders. Middelkerke heeft misschien evenveel charmes als Beijing, de aard ervan zal geheel anders zijn.

Hoe groeien deze Belgische kunstenaars internationaal? Wanneer precies in hun carrière vindt hun internationale doorbraak plaats? We onderzochten en vergeleken de carrière van zeven Belgische kunstenaars met internationale bekendheid, geboren tussen 1956 en 1969. De selectie van de zeven kunstenaars is arbitrair, al lieten we ons vooral leiden door hun naamsbekendheid in België.

Het gewicht van internationale tentoonstellingen

Over hun hele carrière genomen kregen de meeste kunstenaar 10 tot 20% van hun solotentoonstellingen in niet-EU landen, met uitzondering van Wim Devloye (40%) die al heel vroeg in zijn carrière internationale belangstelling genoot, alsook Luc Tuymans (25%) en Michaël Borremans (31%).

De Belgische solotentoonstellingen zijn bij de meerderheid van deze kunstenaars goed voor 20-30% van het totaal, met uitzondering van Wim Delvoye (7%), die heel vroeg in zijn carrière toegang vond tot de internationale kunstmarkt en slechts sporadisch in België te zien was.

De internationale solotentoonstellingen buiten de EU vinden bij de meeste kunstenaars plaats in de Verenigde Staten en China (inclusief Hong Kong). In de EU-landen valt het belang van Duitsland en Zwitserland op als locatie voor de solotentoonstellingen, waarbij het van belang is dat beurzen als Art Basel niet zijn opgenomen in deze studie.

De meeste kunstenaars tonen een gelijkmatige spreiding van internationale solotentoonstellingen doorheen hun carrière, met weliswaar een hoogtepunt tussen hun 40 en 50 jaar.

De doorbraak

Met uitzondering van Wim Delvoye zetten de meeste kunstenaars een eerste stap op de internationale scène in hun late 30, vroege 40 jaren, eerste binnen de EU, een paar jaar later gevolgd door een eerste tentoonstelling in de V.S.

Grote internationale solotentoonstelling volgen veelal op een drie tot vier jaar intense periode met jaarlijks drie tot vijf tentoonstellingen binnen de EU. In heel veel gevallen wordt de eerste show in de V.S. voorafgegaan door tentoonstellingen in Duitsland en Zwitserland in de twee jaar voordien.

Het is niet eenduidig vast te stellen of de Belgische tentoonstellingen al dan niet helpen om de internationale belangstelling op te wekken, maar wat opvalt is dat in de jaren voor de internationale doorbraak de meeste kunstenaars jaarlijks minstens een solotentoonstelling hadden in België. Ook na de internationale doorbraak blijken de meeste kunstenaars jaarlijks nog een of twee solotentoonstellingen te houden in België.

Een deelname in de officiële selectie van de Biënnale van Venetië heeft duidelijk ook een impact. De vier kunstenaars die deze eer te beurt vielen (Luc Tuymans, Anne Veronica Janssens, Michel François en tweemaal Berlinde De Bruyckere) kregen een of twee jaar erna een solotentoonstelling in de V.S. aangeboden. Een deelname aan Documenta of Art Basel, die meer vergelijkbaar is met groepstentoonstellingen, heeft een minder duidelijke impact.

Het onderzoek

Voor dit onderzoek gebruikten we de officiële cv’s van de kunstenaars opgenomen op de website van hun galerie. Om eenzelfde vergelijkingsbasis te hebben starten we de tijdslijn bij elk van hen in 1985. In het grijs duiden we in grote blikken wanneer de kunstenaars 30 en 50 jaar waren.

We namen voor dit onderzoek enkel de solotentoonstellingen op. Ook de groepstentoonstellingen opnemen zou het nodig maken om kwantitatieve parameters in te lassen zoals het aantal werken als deel van de totale aantal werken, of een vergelijking van de relatieve waarde van de kunstenaars op de tentoonstelling, wat de graad van complexiteit zou verhogen zonder daarom de conclusies van het onderzoek substantieel te wijzigen.

In de grafieken worden de solotentoonstellingen in België in het blauw aangegeven, de tentoonstellingen binnen Europa (inclusief het V.K.) in het groen, en de internationale tentoonstellingen buiten de EU in het oranje.


Dit artikel verscheen reeds in het jaarboek 2023 van TheArtCouch. Wil je meer interessante inzichten verkrijgen in de Belgische kunstscène, en de verhalen achter verrassende kunstenaars? Neem nu een Plus-abonnement op TheArtCouch en krijg het vooralsnog in de brievenbus!


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op