De nacht keert: Els Vos in CC Binder te Puurs-Sint-Amands

Nog tot 23 november stelt etser, tekenaar en schilder Els Vos (1963, Antwerpen) onder de titel De nacht keert een zeventigtal unieke etsen tentoon in CC Binder in Puurs-Sint-Amands. Naar aanleiding daarvan verscheen bij de Leuvense uitgeverij P een gelijknamige monografie met korte, duidende teksten van Johan van Cauwenberge en Sabine Alexander. Daarin zijn vrijwel alle tentoongestelde etsen opgenomen. Expo en boek bieden een antwoord op de vraag Wat is er van de nacht?, de bundel die Vos samen met dichter Richard Foqué in 2021 uitbracht bij diezelfde uitgever.

Reeksen

Sinds haar studies vrije grafiek aan het Provinciaal Hoger Instituut voor Kunstonderwijs te Hasselt heeft Els Vos een lange weg afgelegd. Al die tijd pendelde haar werk tussen figuratie en abstractie. Tot haar vroegere thema’s behoren onder meer gewelven en boogvensters van een kathedraal, landschappen, havengezichten, een zeilboot op zee, een vlucht ganzen. Later volgden grassen, planten, twijgen, kruinen, duinen, wolken, de maan. Stuk voor stuk onderwerpen die ze aan een grondig grafisch onderzoek onderwierp en uitwerkte in reeksen snedige etsen – reeksen waarin elke ets bijvoorbeeld een afzonderlijk deel van een booggewelf weergeeft, zonder dat ze samen één naadloos geheel vormen. Het fragmentarische overheerst, waarbij elk fragment staat voor een stap in een evolutie. Veel in Vos’ werk draait dan ook rond genese, het ontstaan van iets dat zich gaandeweg verder ontwikkelt, dat verder uitdijt, zonder dat dat tot overladen voorstellingen leidt. Integendeel, het werk van Vos leunt dichter aan bij ascese dan bij overvloed. In elk werk opnieuw streeft ze naar essentie en synthese. De werkelijkheid zoals we die kennen en dagelijks ervaren is zo al druk genoeg.

Tussen pakweg 1986 en 2007 maakte Vos zwart-witetsen volgens klassieke etstechnieken: lijnets, aquatint en droge naald. Meestal in combinatie, soms ook apart. Ze vervaardigde ze in beperkte oplages van 10 tot 15 exemplaren. Na 2007 legde ze zich nog uitsluitend toe op unieke etsen, zonder het reeksprincipe los te laten, en liet ze er ook kleur in toe. Vos: ‘Ik werkte – en nog altijd – graag in reeksvorm. Alle werken bestaan op zichzelf, maar er zijn ook series waar de werken elkaar versterken als beeld.’ In haar vroegste werk zat al vervat wat later zou volgen: lijnen, ritme, bewegingen, licht en donker. Het is de basis van waar ze vandaag nog steeds mee bezig is.

©Patrick Auwelaert

Cyclische bewegingen

Het oeuvre van Els Vos drijft op tegenstellingen: licht en donker, orde en chaos, het rusteloze en het contemplatieve, het aardse en het kosmische. Alles in haar werk lijkt voortdurend in beweging tussen die twee uitersten of is permanent aan verandering onderhevig. Vos: ‘Als kunstenaar vind ik het heel boeiend om de fasen van veranderlijkheid in reeksen uit te werken en te verbeelden; groei en evolutie, licht en donker en alles wat daartussen ligt. Bijna alles komt – steeds weer anders – terug en vormt zo een cyclische beweging. Het weerspiegelt hoe het leven is.’

Een treffend voorbeeld van de tegenstelling tussen licht en donker was vorig jaar te bekijken in Muze’um L in Roeselare. Op een lange tafel lagen 24 unieke etsen van gelijke afmetingen open en bloot in een lange rij naast elkaar, onbeschermd door glas. Samen vormden ze een verbeelding van de overgang van winterse donkerte naar het licht van de lente. De eerste twee etsen waren heel donker en lieten een vaag kluwen van lijnen zien. Ze stonden voor de donkerste periode van de winter. In de derde ets streden zwart en blauw om de voorrang. Ze verzinnebeeldden de tijdsspanne na de kortste dag: nog lang geen lente, maar tenminste niet meer zo deprimerend donker als voorheen. Daarna volgde een reeks etsen waarin veel wit te zien is. Ze riep met een beetje verbeelding dagen van sneeuw op. In de volgende etsen kondigde de komst van de lente zich stilaan aan. Het licht van de lente werd gesymboliseerd door het felgele licht van een spot die gericht was op een verticale witte wand aan het einde van de volledige reeks.

De 24 etsen representeerden ook het aantal uren van een dag. Zo bekeken stonden de eerste twee etsen voor de nacht. De derde ets stond dan voor het uur blauw: het moment tussen nacht en zonsopgang wanneer het nog niet licht is, maar ook niet meer donker. Een magisch moment tussen slaap en waak. Naarmate de uren van de dag vorderden en de zon hoger en hoger kwam te staan, werden de etsen lichter en lichter. De etsen waarop donkerblauw overheerste, verbeeldden de uren van de dag waarop de zon achter de wolken verdween of zich helemaal niet liet zien.

Vollemanen

De expo De nacht keert bestaat uit twee delen: in het eerste deel kan je 52 etsen bewonderen in de lange, brede gang van CC Binder. Vos maakte ze tussen 2021 en 2025. In een aparte tentoonstellingsruimte met gedempt licht kan je onder de titel Wat is er van de nacht? nog 21 etsen bewonderen. Ze werden allemaal gemaakt in 2021 en komen uit de door Vos verluchte, gelijknamige dichtbundel van Richard Foqué. ‘Wat is er van de nacht?’ is een versregel die de dichter ontleende aan het oudtestamentische boek Jesaja, waarin het volk aan de profeet Jesaja vraagt hoelang de wereld nog in duisternis gehuld zal blijven. Zowel de titels van de etsen als de etsen zelf sluiten daar volmaakt bij aan. Enkele titels: In duister gevederd, Zie mij reiziger in duisternis, Het is de nacht.

De etsen tonen veelal nachtelijke hemels bij volle maan. Vollemanen zijn een constante in Vos’ oeuvre van de laatste twintig jaar. Halvemanen of sikkelvormige manen tref je er niet in aan. Dat is geen toeval: Vos beschouwt cirkels, bollen en spiralen als dominante vormen in haar werk. Haar vollemanen zijn meestal dooraderd met voorbijglijdende wolken, maar ook met scherpe lijnen. Die lijnen komen niet uit het niets, maar betekenen – in de zin van een oppervlak met tekens of een tekening bedekken – de hele voorstelling en dus ook de vollemaan. Wanneer er geen hemellichaam op haar voorstellingen te zien is, krijgen de abstracte etsen een nevelig aanzien. Een weinig verbeelding volstaat dan om er het heelal in te herkennen – of een heelal.

© Els Vos, Genese / Dag | Grasschrift IIInsomnia – drieluik

Oerknal

De etsen onder de titel De nacht keert hebben grotendeels een ander aanzien dan deze in de verduisterde ruimte. Ze zijn over het algemeen dynamischer van inslag, soms op het chaotische af, al is dat slechts schijn. Vanaf een afstand lijken ze met viltstiften of potlood tot stand gekomen en zien ze eruit als sterke staaltjes kalligrafie. Zo nu en dan moeten we er onwillekeurig bij denken aan de logogrammen van Cobra-kunstenaar Christian Dotremont – een vorm van visuele poëzie in zwarte inkt. Sommige van die etsen lijken de oerknal weer te geven: in een werk als Insomnia I (2025) bijvoorbeeld vertrekt vanuit een zwart gat centraal in de voorstelling een soort stralenbundel in alle richtingen. Die bundel is zo krachtig dat hij nagenoeg het hele beeldoppervlak bedekt en vrijwel geen ruimte overlaat voor wit. Dichter aanleunend bij de titel – ‘insomnia’ betekent slapeloosheid – kan je de voorstelling ook anders interpreteren. Dan staat het zwarte gat voor de slaap en gaan de stralenbundels ernaartoe in plaats van zich eraan te onttrekken. Zolang er wit overblijft, is met andere woorden de slaap niet bereikt. Niet voor niets beschouwt de kunstenaar haar grafiek als ‘een reis tussen licht en donker’.

In andere etsen die de oerknal lijken weer te geven – bijvoorbeeld De nacht keert I – II (2025) – vertrekken de stralenbundels vanuit een wit gat dat zich respectievelijk helemaal bovenaan en helemaal onderaan de ets bevindt. Ook hier valt een dicht netwerk van zwarte lijnen op. Misschien gaat het niet om een gat dat de genese van iets nieuws aankondigt, maar om de zon die er geleidelijk aan voor zorgt dat het zwart van de nacht verdreven wordt, waarbij de zwarte stralen als het ware desintegreren. Naarmate het werk van Els Vos van anekdotiek ontdaan wordt, bereikt het een soort universaliteit die voor meervoudige interpretatie vatbaar is. Dat is de inherente kracht ervan die maakt dat we er ons eindeloos in kunnen verliezen. Tegelijk behoudt het een visuele herkenbaarheid aan de hand waarvan we tenminste een idee hebben van waar het om gaat.

De nacht keert

De drogenaaldetsen Viriditas I – II (2025) tonen op het eerste gezicht wilde vegetatie in diverse groen- en grijstinten. De Latijnse term ‘viriditas’ betekent ‘groenheid’, ‘levenskracht’, ‘vruchtbaarheid’ en ‘groei’. De twaalfde-eeuwse kloosterzuster Hildegard von Bingen populariseerde het begrip. Ze gebruikte het om de goddelijke, helende kracht van de natuur en de vitaliteit in alles wat leeft te beschrijven, zowel fysiek als spiritueel. Etsen als Salix I – II (2023), Grasduinen I – II – III (2024) en Grasschrift I – II – III – IV (2022-2023) sluiten hierbij aan. Het gaat telkens om drogenaaldetsen die een nerveuze schriftuur vertonen waarin je met een weinig verbeelding kan herkennen wat de titels beloven: begroeiing, gewassen. Tegelijk kunnen die etsen ook gezien en beleefd worden als zenmomenten, ogenblikken waarin je, gebiologeerd door Vos’ lijnenspel, tot innerlijke rust komt.

De nacht keert, de titel van de tentoonstelling, slaat op de gelijknamige, horizontaal georiënteerde ets die in twee gelijke helften is verdeeld. De bovenste helft is blauwzwart, de onderste wit. In het blauwzwarte gedeelte ontwaren we witte dynamische stralen, in het witte gedeelte roodachtige. In het midden van de voorstelling is een cirkelvormige opening uitgespaard waarvan de bovenste helft blauwzwart en de onderste helft wit is. Beide helften staan voor de nacht en de dag en bij uitbreiding voor het cyclische verloop van al wat leeft. De ets prijkt ook op de omslag van de monografie bij de tentoonstelling.

© Els Vos, Grasduinen III | Insomnia I | Viriditas I – II

Gordiaanse knoop

Vermeldenswaard is verder dat op enkele uitzonderingen na alle etsen in hun papieren kwetsbaarheid zonder lijst met knijpers aan de wand hangen. Sommige staan op zichzelf, andere vormen diptieken en triptieken. De nacht keert – veelluik (2025) is het meest imponerende van de expo. Het gaat om tien etsen van gelijke afmetingen die in twee verticale rijen van vijf aan de muur hangen. De twee bovenste etsen zijn nagenoeg volledig zwart, de twee onderste zijn overwegend wit en bevatten niet meer dan enkele zwarte ‘krabbels’. Samen staan ze voor het verdrijven van de nacht en het ontluiken van de dag.

Het geheel van de dubbeltentoonstelling in ogenschouw genomen, gaat onze voorkeur uit naar de drogenaaldets Genese (2025). Ze stelt een cirkelvormig kluwen van spiraalvormige zwarte lijnen voor, een soort gordiaanse knoop. Maar net zo goed zou het kluwen symbool kunnen staan voor de kosmos, waarvan de geheimen nog lang niet allemaal zijn ontraadseld. Vos: ‘Elke ets lijkt een stukje van het ontstaan van de kosmos, het exploderen van sterren, het atomiseren van elementen.’ Kernachtiger kunnen wij het zelf niet uitdrukken.


Johan van Cauwenberge & Sabine Alexander: Els Vos: De nacht keert. Uitgeverij P, Leuven, 2025, 64 blz., softcover, 21,9 bij 21,9 cm, € 21,50. Het boek is verkrijgbaar of te bestellen in elke boekhandel.
De expo ‘De nacht keert’ loopt nog tot 23 november in CC Binder te Puurs-Sint-Amands. Dagelijks van 11 tot 18 uur. De toegang is gratis. Klik hier voor meer info.
Tegelijk loopt in het Verhaerenmuseum te Sint-Amands nog tot 30 november de groepstentoonstelling ‘Langs de waterkant’, met werk van onder anderen Els Vos. Klik hier voor meer info.
Voor meer info over Els Vos: www.elsvos.be


Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op