Bruikleen (ook bekend als consignatielening) is genoegzaam bekend onder verzamelaars, galeries en collectiebeheerders van musea. Toch zijn er tal van voorbeelden te vinden waar rechtbanken gevraagd werden of een bepaalde afspraak wel degelijk een bruikleen was. Meestal ging het dan om de vraag of er sprake was van een bruikleen dan wel een huur of schenking. Als de afgifte van het kunstwerk niet kosteloos was, kon er sprake zijn van huur. Als er sprake was van onherroepelijk afgifte (meestal omdat er geen bruikleencontract was) kon er sprake zijn van een schenking. Van zodra de nieuwe regels rond bruikleen zullen toegepast worden (vanaf 2026), zal de juiste draagwijdte van de afspraak minder tot problemen leiden als er een bruikleencontract wordt opgesteld. Bruikleen wordt in de toekomst immers onderworpen aan de regels van huur.
Dit heeft een aantal belangrijke consequenties voor de verzamelaars, galeries en collectiebeheerders van musea.
Eigendom
Binnenkort is het niet meer omdat iemand iets in bruikleen geeft, dat hij ook eigenaar is. Dit is een reden om voorafgaand aan de bruikleen aandacht te besteden aan de provenance van het kunstwerk zodat je reputatie beschermd is als je een werk in bruikleen krijgt en tentoonstelt. Voor musea betekent dit dat de regels rond uitvoeringsimmuniteit tegen inbeslagname van buitenlandse cultuurgoederen aan belang winnen.
Zorgplicht
De bruikleennemer heeft traditioneel een zorgplicht. Indien de bruikleennemer het kunstwerk niet kan teruggeven in de juiste staat, schiet hij tekort aan zijn zorgplicht. Die plicht vertaalt zich in de praktijk in een verzekeringsplicht vanaf het moment van afhaken van het kunstwerk bij de bruikleengever. Een gewone (brand)verzekering biedt vaak niet voldoende dekking. Indien de bruikleenovereenkomst naar Belgisch recht was, en de waarde van een kunstwerk bij aanvang van de bruikleen in overleg werd geschat was, werd het gebruik van een polis die geen maatwerk was echter niet als problematisch ervaren door bruikleengevers. Door het opnemen van de schatting in het bruikleencontract verschoof automatisch het risico naar de bruikleennemer bij verlies of schade van het kunstwerk buiten een fout van de bruikleennemer. Die regel wordt nu afgeschaft. Dit betekent dat elk verlies van of schade aan het kunstwerk buiten de fout van de bruikleennemer een risico voor de uitlener blijft tenzij anders overeengekomen. Het is daarom van cruciaal belang niet alleen om het kunstwerk te laten verzekeren door de bruikleennemer maar ook duidelijk contractueel te voorzien in de bruikleenovereenkomst dat de bruikleennemer aansprakelijk is voor schade ‘beyond the limits‘ van de verzekeringspolis zodat de geldelijke beperkingen (franchise), eigen risico’s of uitsluitingen in de polis niet tot gevolg hebben dat de bruikleengever een restschade draagt.
Vrijwaring
Het regime voor vrijwaring voor uitwinning voor eigen daad en door derden uit het huurrecht wordt geïntroduceerd in de bepalingen rond bruikleen. Vrijwaring voor uitwinning betekent dat de bruikleengever de bruikleennemer moet beschermen tegen juridische en feitelijke storingen in het bezit en gebruik van het kunstwerk. Schade opgelopen door bruiklenen van gestolen of illegaal geëxporteerde kunst of zelfs niet-authentieke cultuurgoederen kunnen daarom voortaan verhaald worden op de bruikleengever. De nieuwe regel vult een juridisch vacuüm in.
Verborgen gebreken
Het regime voor verborgen gebreken wordt ook gewijzigd. Vroeger was de bruikleengever slechts aansprakelijk voor een verborgen gebrek (lees: inauthenticiteit) als hij dit gebrek kende of behoorde te kennen. Die kennisvereiste geldt voortaan niet meer. Het belang van dit artikel is echter wel beperkt tot kunstwerken die ‘gebruikt’ worden bijvoorbeeld als onderpand van een lening. In geen enkel ander scenario is het denkbaar dat een kunstwerk een ‘gebruik’ kent en dit is nu juist de voorwaarde voor toepassing van de leer van de verborgen gebreken met name dat het werk ongeschikt wordt voor het gebruik door het gebrek.
Opzegging
Vroeger kon een bruikleen niet eenzijdig opgezegd worden tenzij anders bedongen. Bij een dringende en onvoorziene noodzaak is het nu niet meer noodzakelijk om de rechter te vatten. Een eenzijdig beëindigingsrecht wordt toegekend en veronderstelt dat er een dringende en onvoorziene nood is. Bruikleen eindigt, zelfs voor het verstrijken van de duur, door een gemotiveerde kennisgeving aan de bruikleengever, indien de bruikleennemer het goed nodig heeft omwille van dringende en onvoorziene nood.
Tenslotte bevestigen de nieuwe regels dat onderhoud en gebruikskosten ten laste blijven van de bruikleennemer tenzij anders overeengekomen en dat de ontlener het in bruikleen gegeven kunstwerk persoonlijk moet gebruiken – de bruikleennemer mag het wettelijk niet onderhuren en/of de bruikleen overdragen aan iemand anders zonder toestemming van uitlener. Dit hoeft niet contractueel verankerd te zijn.

- De wettelijke regels rond koop wijzigen: wat is de impact op uw kunstaankoop? - oktober 3, 2025
- De wettelijke regels rond bruikleen wijzigen: een ideaal moment om uw bruikleenprocedure te herbekijken ? - juli 29, 2025
- Leasing, verhuur of krediet voor kunstwerken? Een introductie voor de kunstverzamelaar, kunstenaar en galerie - oktober 5, 2024



