Het verlangen om te verdwijnen: over het werk van Leen Van Tichelen

In het atelier van Leen Van Tichelen komt haar gezin nauwelijks. Wanneer ze de trap opgaat, trede voor trede naar de stille ruimte waar dagelijks dingen mogen gebeuren, maar waar niets moet – doet ze mentaal de deur naar de wereld dicht. Verdwijntijd kopen, stilzwijgend zoeken naar balans, wankele vormen stapelen en stapels schriftjes volschrijven. Tekenen, wroeten, krassen en schilderen. Plastische mogelijkheden bevoelen. Tasten waar hard en zacht elkaar kunnen ontmoeten. Tot het geluk brengt. Geluk in de zin van: artistieke troost voor de lelijkheid van de wereld, die willens nillens binnen wervelt.

Misschien leidt elke kunstenaar wel dit soort van schaduwbestaan – tegengif, zalving, opheffen van fricties die zich dag na dag ophopen. Als het buitenlicht te fel indaalt, duikt de artiest in zijn ondergrondse hol om daar de alchemistische truc uit te voeren: de transformatie van emoties en stimuli tot nieuwe creaties, soms zalig, vaak onzacht — donkerte en ongemak tot een soort van schoonheid omgevormd. Een oud en soms loodzwaar ik dat zich bevrijdt, gereinigd wordt door vormen en kleuren, door sluimerende onvrede te laten ontsnappen via de handen. De artistieke act als zuiveringsritueel, hergeboorte, eliminatie van ballast. 

Leen Van Tichelen heeft niet al te graag dat ik het expliciteer. Dat aan haar werk – dat uitblinkt in uitgepuurde vormen – anekdotische prikkels ten grondslag liggen. Dat haar gevoeligheid ervoor zorgt dat ze op tijd en stond ‘overloopt’, en dan verlossing zoekt in ‘maken’. Vroeger verloor ze zichzelf nog in de dagelijkse nieuwsstroom, tegenwoordig sluit ze zich er meer en meer van af. Eerdere reeksen hebben daarom soms ontstellende nieuwsberichten als oorsprong, over misbruik en machteloosheid. In het werk Ballast, een metershoge, amorfe stoffen sculptuur, die zoekt naar evenwicht maar dit niet vindt, toont ze hoe we allemaal dat teveel torsen, als een vervelende rugzak die we meedragen, terwijl we hunkeren naar lichtheid.

Waar hard en zacht elkaar ontmoeten

Soms breekt ze even uit die strakgespannen huid. Het zijn de momenten waarop een zekere speelsheid in haar werk opduikt, wanneer ze welvende blokjes beton giet, gekleurd met diverse pigmenten. Om ze daarna te schikken tot een wankele toren, de elementen slechts ondersteund door elkaar, zonder lijm of andere verbindende stutkracht – symbool voor het fragiele equilibrium dat ons bestaan blijkt te zijn. Of ze omzwachtelt ze met stof en koord, in knusse paren – heb je ooit al twee blokjes beton zo gezellig weten zijn? Verbinden, in beide betekenissen van het woord. Connecteren en met zorg omringen. Zo ook haar hoge stelten van hout, die een beetje kreupel op hun sokkels staan, verlangend naar een warme omarming, naar minstens een beetje stevigheid. Van Tichelen schenkt ze die, in de vorm van spreekwoordelijke kleurrijke steunverbandjes, die enkel de schijn ophouden dat er iets verpleegd en genezen wordt.

Daar zit volgens mij het brandpunt van haar praktijk, de wrijving die de juiste energie genereert, de ontsteking van waaruit al de rest ontstaat: de ontmoeting tussen hard en zacht. Waar ruwheid is, komt iets omhullends te hulp. Waar aardse mannelijkheid heerst, schiet iets vrouwelijks toe om te wiegen, te sussen, te verzoenen. Maar ook omgekeerd: wat erg frêle is, zoekt naar iets basalers om tegenaan te leunen. Twee polen die Van Tichelen dankbaar verwelkomt in haar atelier – er hoeft niets opgeheven te worden, de sprankel in haar werk bestaat net omdat het spanningsveld zich schaamteloos kan openbaren. Anders gezegd: materialen hoeven niet per se lief te zijn voor elkaar, het volstaat dat ze elkaar gedogen, elk in hun eigenheid. Blootlegging van tegenstrijdigheid, uitnodigende open wonden, spitsvondig samenspel met zuigkracht voor de kijker.

Cocon

Terwijl de materialen zich open en bloot aan de beschouwer tonen, trotse kwetsbaarheid troef, schuilt daarachter sluimerend de verdwijntruc van de maker. In vele werken vermoeden we een opgerold lijf, de ledematen naar binnen gekeerd, slechts kromming van ruggengraat, schulp, omhulsel. Baarmoederlijke ruimtes en boonvormen zijn een rode draad doorheen het werk van Leen Van Tichelen, al bijna twintig jaar lang, getuige hiervan het vroege werk When you want to disappear, uit 2003. Een cocon waarin het hele wezen naar binnen is geplooid, een bewuste teruggetrokkenheid – ruwe bolster, blanke pit. Er zit boosheid in, een oplaaien van emoties, een ineengekronkel vanuit disharmonie met de omgeving. Leen Van Tichelen reduceert ongenoegen tot een oervorm die tegelijk zelfbewustzijn en verlangen ademt: ik hoef uw drukte niet, mijn innerlijke stilte voldoet en maakt me in wezen diep gelukkig.

Soms krijgt dit ongenoegen minder genadige en glooiende, meer extraverte en gekartelde vormen. Zoals de serie gehangen bloemen, grote creaties van gerecupereerd aluminium, die een ode vormen aan een meisje dat wereldnieuws werd, omdat ze op een gruwelijke manier werd onteerd. Het creëren wordt aldus een ritueel om rouw en onrechtvaardigheid een plek te geven. Verdriet wordt omgezet in beeldmotieven die zijn losgekoppeld van het concrete. “Ik onthoud heel beeldend”, zegt ze. Ze extraheert de vileine betekenis uit de vormen, tot reinheid, puurheid, sereniteit overblijft.

Verdwijnruimtes

Waar de zwartheid desalniettemin stormenderhand binnenraast, is in de reeks BLACK BRAIN, gebaseerd op scans van schedels. Hier ontpopt Leen Van Tichelen zich als vorser: wat is inherent aan onze breinstructuur en wat niet? Welke geestesziektes en -afwijkingen zijn onafwendbaar? En wat dan met de schuldvraag, in deze? Met glansverf gooit ze deze gespiegelde rorschachgedaantes frontaal in het gezicht van de kijker, de lichtvoetige speelsheid is hier ver weg – zelfs als je er niet de vinger op kunt leggen, voel je hier de reminiscentie aan iets onprettigs. 

Diezelfde doorwrochte somberte herhaalt ze grootschalig in haar schilderijen – opnieuw de gespiegelde komvorm, dat zoeken naar beschutting en bescherming, dat ineenduiken en de wens tot isolement. Maar hier plooit niet het fysieke lichaam zich tot huls, hier zoekt het brein dekking in de hersenpan – echter, we weten niet zeker of dit werkelijk lukt: de hersenhelften lijken tegelijk bijzonder broos, bloedend, lijdend aan hun weemoed. 

Het werk van Van Tichelen oogt telkens fris en heel divers, maar is ook doordrongen van repetitie en recuperatie. Net zoals ze restanten van werken respecteert en re-integreert in wat daarna komt, dringen dezelfde vormen zich steeds weer op. Het is alsof de kunstenares herhaalt om een antwoord te vinden, alsof ze in die voortdurende doublures zowel soelaas als verklaring zoekt. Het repetitieve van de artistieke handeling, die stap voor stap tot sublimatie leidt. Demonen omgesmeed, tactiliteit die verlossing biedt. De verdwijnruimtes van Leen Van Tichelen zijn tegelijk aards en aaibaar, ruw en ontiegelijk zacht. Een oeuvre als een labyrintisch spiegelpaleis, waarin zijzelf nog elke dag tastend haar weg zoekt, en de kunstminnaar evenzeer naar adem hapt als serene verstilling vindt.

Het werk van Leen Van Tichelen is opgenomen in het aanbod van Kunst in Huis. Kunst in Huis werkt als een bibliotheek waar je kunstwerken kan uitlenen. Voor €12 per maand haal je een uniek kunstwerk in huis. Kopen kan uiteraard ook! Alle info op kunstinhuis.be


Dit artikel verscheen in de zesde editie van TheArtCouch Magazine. Je kan het hier bestellen: klik hier.


WHEN YOU WANT TO DISAPPEAR – IT’S GROWING – BASE – V L U C H T,
BESTEL via vantichelen@gmail.com
AVAILABLE in Copyright Ghent/Antwerp, SMAK Ghent, Theoria Kortrijk, Mu.Zee Ostend, Walry Ghent

http://www.leen-van-tichelen.be

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op

X