De Brusselse schilder Ines Thora is nog geen dertig, maar geeft in haar werk al jaren blijk van een grote maturiteit. Haar abstracte doeken bekoren alleen al door de onalledaagse manier waarop ze tot stand komen. Thora: ‘Ik hou ervan om opzettelijk conflicten te creëren in mijn werk.’ Een portret van een eigenzinnige kunstenaar wiens werk al lang het etiket ‘veelbelovend’ overstijgt.
De kunst van het loslaten
Een doorsnee doek van Ines Thora bestaat uit niet meer dan enkele organische kleurvlakken, schijnbaar lukraak aangebracht door een argeloze kinderhand, op een ongeprepareerde ondergrond. Als je het bekijkt, ervaar je een sterk gevoel van lucht en leegte. Voor Thora is elk schilderij een gevecht om de leegte zowel te aanvaarden als te bestrijden: ‘Het begint met de leegte, bijvoorbeeld in de vorm van een blanco canvas, en het probeert terug te keren tot de leegte door de absorptie van de olieverf in het linnen. Tussenin vindt de daad van het schilderen plaats en een betekenisvolle stilte.’
Laten we eerst Thora’s dragers onder de loep nemen. Naast schildersdoek en -linnen gebruikt ze ook diverse soorten textiel zoals theedoek, baalkatoen, tafellakens en kapotte T-shirts. Omdat Thora veel belang hecht aan ambachtelijkheid, bevestigt ze die stoffen zelf op een houten frame. In haar drang om de mogelijkheden van dragers te onderzoeken, begon ze eerst te schilderen op ongeprepareerd doek. Dat had als gevolg dat de erop aangebrachte verf geabsorbeerd werd door de stof en niet op een dekkende onderlaag van bijvoorbeeld gesso kwam te liggen. Zo ging Thora in dialoog met de materialen zonder te weten waar die zou op uitdraaien. Voor sommige kunstenaars kan dat een nachtmerrie zijn, Thora krijgt er vooral veel energie van. Ze beheerst dan ook als een volleerde schilder de kunst van het loslaten – niet vanzelfsprekend voor iemand van haar leeftijd.

©Olympe Tits
De schilder als medium
Wat Thora eveneens doet, is de achterkant van schildersdoek van een grondlaag (gesso, maar ook lijm) voorzien en schilderen op de voorkant. Ook schildert ze wel eens op de ruwe achterkant van een doek. Al die methodes hebben met elkaar gemeen dat de verf zich onvoorspelbaar gedraagt. En dat is nu net waar de kunstenaar naar op zoek is, want ze speelt niet graag op veilig. Liever zoekt ze het picturale avontuur op: ‘Er gebeuren toevallige, onverwachte dingen. Voor mij is dit het verhaal dat het materiaal zélf wil vertellen, en waar ik alleen ruimte voor bied.’ Het is het bekende verhaal van de schilder als medium.
Door met een stikmachine twee soorten textiel aan elkaar te naaien, bijvoorbeeld theedoek en schilderslinnen, en die als een huid op een houten frame te spannen, daagt ze zichzelf nog meer uit. Zo laat ze toe dat de duidelijk zichtbare stikdraad mee deel uitmaakt van de compositie. Tegelijk rekt ze zo de begrenzingen van de schilderkunst verder op, zij het niet op een theoretische, maar eerder op een lichamelijke manier. Thora: ‘Schilderkunst is voor mij geen vast medium, maar een plek van handeling. Ik wil dat mijn werk ademt, en soms is verf daarvoor niet het juiste materiaal. Draad, stof, zelfs leegte kunnen iets vertellen. Mijn werk reflecteert zo ook over zichzelf: het is schilderkunst die nadenkt over de schilderkunst zelf.’
Sober en contemplatief
De meeste schilders werken met kant-en-klare verf uit tubes of potten. Thora maakt haar verf zelf. Soms wrijft ze kleurpigment rechtstreeks uit op de drager, waarna ze het fixeert. Zo bekomt ze andere, diepere kleurschakeringen. Door zich te bedienen van semitransparante dragers met een groot absorptievermogen ontstaan vlekkerige effecten. Thora’s werk vertoont dan ook verwantschappen met het tachisme, een stijlvariant binnen de Europese lyrisch-abstracte schilderkunst die populair werd in de jaren 1940 en 1950. Maar ook met het Amerikaanse abstract-expressionisme van schilders als Sam Francis en Cy Twombly, met dit verschil dat Thora’s werk soberder en contemplatiever is dan dat van voornoemde kunstenaars.
Zelf geeft Thora aan dat ze rechtstreeks of onrechtstreeks beïnvloed is door kunstenaars als Agnes Martin (1912-2004), ‘voor haar stilte en immens inspirerende teksten over haar werk’; Louise Bourgeois (1911-2010), ‘voor haar verstrengeling van lichaam en herinnering’; Eva Hesse (1936-1970), ‘voor haar materiaalgebruik’; en ten slotte Marthe Wéry (1930-2005), ‘voor het inzicht dat ook een monochroom vlak, een werk vol stilte zijn drager kan verlaten’.

©Olympe Tits
Communiceren zonder titels
Ines Thora schildert ook op papier. Meer specifiek: op goedkoop A4-ruitjespapier met twee gaatjes erin. Dat legt ze eerst enkele uren of dagen in de zon, zodat het er vergeeld en dus ouder uitziet dan het in werkelijkheid is. Daarna brengt ze er, naar analogie met haar werken op doek, spaarzame ‘vlekken’ of kleurvlakken op aan, soms alleen in olieverf, soms in een combinatie van materialen zoals acrylverf, graffiti, potlood of vernis. Die serie werken op papier noemt ze Calculated Drawing Series, gevolgd door de overheersende kleur op het papier. Bijvoorbeeld: Calculated Drawing Series Yellow of Calculated Drawing Series Pink. Als geen enkele kleur overheerst, geeft ze de werken een code als titel, bijvoorbeeld 2020 B10. Het jaartal verwijst naar het jaar waarin het werk tot stand kwam, B10 is een persoonlijke code, waarbij de 10 kan staan voor het tiende werk in een bepaalde serie die ze B noemt.
Thora’s filosofie luidt dat haar werk voor zich moet spreken. En dat werk is een rechtstreekse vertaling van wie ze is, van haar innerlijke wereld en van haar emoties, zoals ze tot haar komen als ze schildert. Het wordt aangedreven door haar gevoelens en intuïtie, maar omdat ze het zo open en universeel mogelijk wil houden naar de kijkers toe, verklaart ze het niet. Om die reden alleen al bedenkt Thora meestal ook geen titels. Die vindt ze te beperkend en te anekdotisch. Ze wil in haar werk haar eigen (beeld)taal kwijt, waarmee ze kan communiceren met de wereld rondom haar. Ze wil de toeschouwers dingen vertellen die onmogelijk verbaal over te brengen zijn en die intrinsiek onzichtbaar zijn, zoals emoties, overpeinzingen of de fysieke daad van het schilderen.
Toch probeert de kunstenaar haar werk zo waarneembaar mogelijk te houden: ‘Daarom houd ik ervan om er afdrukken op te maken met mijn vingers en handen: het zijn zichtbare sporen van mijn acties. Ik word gedreven door de daad van het schilderen en door het vakmanschap dat erbij komt kijken, dat onvermijdelijk een terugkerend onderwerp is in mijn werk.’
Toeval als motief
Thora’s werk is geen abstracte weergave van visuele waarnemingen. Alles in haar werk draait om het werk zelf, om de verf en om de dragers. Soms schildert ze op ongeprepareerd doorzichtig textiel, zodat de kruisvorm van het houten frame waarop de stof bevestigd is erdoorheen schemert en zo gewild mee deel uitmaakt van de compositie. Of door lappen stof slechts gedeeltelijk vast te naaien op de drager, zodat de niet vastgenaaide er werkloos bijhangen.
Op zich is dat niet nieuw. Roger Raveel, om slechts één naam te noemen, bevestigde tientallen jaren geleden al materialen als een bedstijl of een vogelkooi op zijn doeken. Hij overschreed daarmee – volgens de filosofie van zijn ‘Nieuwe Visie’ – succesvol de grenzen van de schilderkunst, die hij liefst wilde zien opgaan in de werkelijkheid buiten het schilderij. Thora vergelijken met Raveel is echter een brug te ver. Voor haar heeft het oprekken van de schilderkunst alles te maken met het feit dat zij enerzijds de sporen van het maakproces wil tonen en anderzijds veel aan het toeval overlaat – een terugkerend motief in haar werk. Dat is een ander, experimenteler uitgangspunt dan dat van Raveel.

©Olympe Tits
Gevoel en rede
Flashback naar het ruitjespapier. Dat Thora bewust kiest voor ruitjespapier en niet voor gelijnd of blanco papier, heeft zo zijn redenen. De ruitjes staan voor orde, rechtlijnigheid en structuur. Thora’s abstracte, organische schriftuur staat daar pal tegenover. Dat zorgt voor een interessante spanning. Zoals we in de inleiding van deze bijdrage al schreven: de kunstenaar houdt ervan om conflicten te creëren in haar werk. Ze eist zo een vrijhaven op om er haar tomeloze experimenteerdrift bot te vieren. Een van de resultaten van die conflicten is dat een gedeelte van de rasterstructuur van het ruitjespapier verdwijnt als gevolg van het vergelingsproces door blootstelling aan de zon. En een ander dat een gedeelte van de resterende ruitjes overschilderd wordt. Zo viert Thora als het ware de overwinning van het gevoel (haar schriftuur) op de rede (het ruitjespapier), zonder dat het in chaos ontaardt.
Recent vond Ines Thora in een kast bij haar grootmoeder een tafellaken dat haar geschikt leek om mee aan de slag te gaan. Met driftige halen tekende ze er met een viltstift eerst een ruw raster op. Door de dikte van het tafellaken trok de inkt van de viltstift in de stof, zodat het raster binnen de kortste keren vervaagd was. Daarna beschilderde ze het laken met verf. Die liet ze, zoals ze al jaren doet, haar gang gaan, handelend naar de logica ervan. Thora: ‘Ik hou van de idee dat het schilderij zichzelf schildert. Daarom werk ik zo graag met ongeprepareerd canvas dat de verf als het ware opzuigt. Zo ontstaat er een bevlekt oppervlak dat buiten mijn controle valt.’
De blik van kinderogen
Sinds 2024 is het werk van Thora zichtbaar minder sober. Het ziet er voortaan drukker uit, in die zin dat de onbeschilderde vlakken op haar doeken kleiner worden. Ze gebruikt nu ook meer kleuren. Die ommekeer in haar aanpak blijkt geen rationele beslissing te zijn. De kunstenaar voelde op een bepaald ogenblik aan dat ze meer ruimte toeliet voor intensiteit, voor overdaad bijna, toch in vergelijking met vroeger werk. Thora: ‘Misschien laat ik meer chaos toe, of laat ik het werk luider spreken. Ik bevind mij nu in een fase waarin ik het conflict met leegte minder schuw. Misschien heeft het hiermee te maken dat ik begin dit jaar aan de slag gegaan ben als muzische leerkracht in een lagere school. Sindsdien merk ik dat beeldend werken met kinderen – bijvoorbeeld in de vorm van knutselen – iets triggert in mij. Ik probeer de materialen waarmee ik werk nu door hún open blik te bekijken en bijvoorbeeld een potlood vast te nemen alsof het mijn eerste keer is.’
Wij zijn alvast benieuwd naar hoe deze talentvolle kunstenaar verder zal evolueren, te meer omdat ze recent voor het eerst ook een driedimensionaal schilderij maakte door een beschilderd kussen op een frame te bevestigen. Opnieuw een geslaagde proef om conflicten te creëren in haar werk en in dialoog te gaan met materialen waarvan ze vooraf niet weet hoe ze op elkaar zullen reageren.


©Olympe Tits
- Luc Verbist viert 70ste verjaardag in Kunstforum De Koolputten - november 21, 2025
- De nacht keert: Els Vos in CC Binder te Puurs-Sint-Amands - november 7, 2025
- ‘Transcripts of a Sea’: in zee met Stephan Vanfleteren - oktober 30, 2025





