Er klinkt geen bitterheid of haat in haar stem, ondanks het feit dat haar brutaal alle hoop op een zorgeloos bestaan werd ontnomen, zo’n vier jaar terug. Ook in haar werk gaat ze subtiel om met de hevige emoties die de wereldlijke gebeurtenissen haar opleggen. Ze tracht ze niet te verbloemen of te verdringen, maar eerder te sublimeren in beelden die alle gevoelens, ook de meest tegenstrijdige, trachten te omarmen.
Bij Iryna voelt die omarming nooit als een pose. Ze spreekt rustig, bijna bedachtzaam, en toch hangt elke zin samen met een scherp bewustzijn van wat er zich in haar omgeving afspeelt. Alsof ze geleerd heeft dat woorden voorzichtig moeten worden gehanteerd, willen ze niet achteloos worden. Net als in haar beelden drukt ze niet door; ze trekt je naar binnen.
“Oekraïne is vrouwelijk,” zegt ze, wanneer we voor een werk staan waarin een typisch mannelijke, viriele dans door vrouwen wordt gedanst. Haar opmerking slaat op de aard van het volk, een geestesgesteldheid: zorgend en standvastig, broos maar ondeelbaar. Het vrouwelijke verschijnt in haar werk steevast als vertrouwde bakermat, als herinnering, maar evengoed als iets onverzettelijks.
De subtiele symbolen in haar werk belichamen dit verder. Zo hebben de rode bessen hun kleur te danken aan het bloed van de verzetsstrijders uit de geschiedenis van het land, dat in de grond is gesijpeld. De geschiedenis laat onuitwisbare sporen na. Het zijn van die details die in haar werk niet “bedacht” lijken, maar eerder opgedolven, alsof ze al lang in de grond aanwezig waren en nu pas zichtbaar worden. Het paard heeft hier en daar allures van Guernica, slachtoffer van het blinde geweld van de mens, maar staat bij Iryna ook symbool voor vrijheid en zuiverheid, meer als voorbeeld dan als symbool. Een “talisman”, noemt ze het zelf.
De drang naar het naïeve en het onschuldige sijpelt door in haar werk. Het paard, de gans, maar ook de clowneske gezichten van de figuren en de vrouwen die hun lichaam niet als status of ideaal dragen, maar als een reflectie van hun trots en eigenheid. Op een van de werken, gemaakt twee dagen voor de invasie van Rusland, bereiden vijf vrouwen zich voor op het eeuwenoude heidense zonnewendefeest ‘Ivana Kupala’. De bijeenkomst in het bos baadt nog in een onzekere rust, hoewel in de tijd waarin het doek geschilderd werd de dreiging van Rusland al heel reëel, en feitelijk al jarenlang voelbaar was. Het is toonaangevend voor de licht surreële sfeer die er in die dagen in Oekraïne heerste, het ongeloof voor wat onvermijdelijk reeds aan de deur stond van de geschiedenis, die niettemin de kwalijke neiging heeft zich te herhalen. Op het doek schreef ze nog, half fluisterend, ‘murmur’, Oekraïens voor het spinnende geluid van een stoeiende kat.
De oorlog doet onverbiddelijk haar werk. Het lijden is nooit banaal, het went daarom nooit. In haar nieuwste werken, vier jaar diep in de dagelijkse terreur van de hoofdstad Kiev, sluipt een laag complexiteit en dubbelzinnigheid binnen. Verschillende emoties lopen er asynchroon over elkaar heen in het compacte schouwspel. Het goede en het kwade, het zorgeloze en het zorgwekkende, het lachwekkende en het dramatische vormen een bijna homogeen geheel. Je kunt de gevoelens onderscheiden, maar ze tafelen samen, alsof ze inwisselbaar zijn of eenzelfde oorsprong delen.
De talrijke symbolen, de eenheid van goed en kwaad, de verwijzingen naar de natale grond en eeuwenoude rituelen – je herkent er onvermijdelijk een vorm van paganisme in, als een nostalgisch terugblikken op een tijd voordat allerhande doctrines onze aandacht opeisten. In haar werk weerklinkt de stille schreeuw om aandacht te hebben voor de natuurelementen, het natuurlijke in elk van ons dat we meer en meer dreigen te verliezen. Terug verbinding maken met een wereld waarin eerbied voor de omgeving waarin we vertoeven, in de breedst mogelijke zin, geen abstract begrip is maar een dagelijks ritueel, een natuurlijke vorm van zijn. Het begint bij de natuur, maar strekt zich uit naar onze verhouding tot de ander, en tot onszelf.
Het klinkt misschien als een naïeve wensdroom, maar daarvoor is de actualiteit te onverbiddelijk aanwezig, alomtegenwoordig zelfs. In haar werk is het vruchteloos zoeken naar een eenduidig teken van hoop, maar evengoed is nergens wanhoop te bespeuren. Het doek spat van rauwe emotie, maar staat los van enig oordeel. Het is een kwestie van keuzes maken, benadrukt ze – van manieren om naar het leven te kijken, wil ik aanvullen. De grote geschiedenis die zich onomkeerbaar ontvouwt, heeft onvermijdelijk invloed op haar innerlijke belevingswereld; het lijden kan niet worden weggewist, de pijn raakt nooit verteerd. Maar het brengt haar integriteit nooit in gevaar, het doet haar autonomie nooit wankelen. Het is, in zekere zin, haar daad van verzet: om er te staan zoals ze is, om te doen wat haar intuïtie haar aandrijft.
Daarom klinkt er geen bitterheid of haat in haar beelden. Het zou haar zelf aantasten. Het is een dynamiek die werkt in het leven zoals op een doek: je staat nooit los van de buitenwereld. De verbinding met je omgeving, en de zorg die je ervoor draagt, sijpelt uiteindelijk naar jezelf terug.






Het werk van Iryna Maksymova kan je tot 5 april ontdekken bij Verduyn Gallery in Moregem, naast twee andere solotentoonstellingen van Vanessa Van Meerhaeghe en Tschiegg. Klik hier voor alle info!



