Het blijft een vaststelling die moeilijk uit te leggen valt, al is ze niet meer zo jong: we zouden voor een groot stuk de realiteit rondom ons zelf creëren. Niet zomaar uit verbeeldingslust, maar uit een vorm van overlevingsdrang van ons zelfbewustzijn. Hoe deze zelfgecreëerde realiteit dan precies vorm krijgt in een materiële beleving, blijft voer voor speculatie. De theorieën die hierover circuleren zijn talrijk en onderling uiteenlopend, maar opvallend veel ervan vertrekken vanuit hetzelfde metafysische, en eigenlijk behoorlijk contra-intuïtieve, uitgangspunt.
Uitwisseling van deeltjes zou niet gebeuren door mechanische interacties, maar door de intrinsieke informatie die tussen hen bestaat—informatie die niet eens wordt “overgedragen”, maar latent aanwezig is in de structuur van het universum zelf. En wie informatie zegt, zegt bits en bytes. Vergeet atomen, snaren of kwanta: volgens de verrassend serieus genomen It from Bit-theorie van de natuurkundige John Archibald Wheeler zou de wereld geen vaste eigenschappen hebben totdat er een vraag wordt gesteld—totdat een fenomeen wordt geobserveerd (niet noodzakelijk door een mens, maar door elke vorm van interactie). Informatie vormt dan niet de beschrijving van de werkelijkheid, maar haar wezenlijke substantie.
Het is onmogelijk om vanuit zo’n metafysische gedachte rechtstreeks conclusies te trekken op menselijk niveau, dat besef ik maar al te goed. En toch is het verleidelijk—zeker in een tijd waarin digitale informatie onze manier van leven en ervaren zo radicaal vormgeeft—toch even die sprong te wagen.
Kunstenaars lijken bij uitstek uitgerust om dit te doen: ze materialiseren vragen. Misschien niet de hoogdravende kosmologische vragen, maar even fundamenteel — ze dwingen hun onderzoek, hun twijfel, hun fascinatie in een vorm die we kunnen aanraken, zien, of ondergaan. Dat steeds meer kunstenaars bits en digitale structuren integreren in hun werk mag dan ook niet verbazen.
Nick Ervinck doet dit al jarenlang. Hij is gefascineerd door wat het digitale, het virtuele, kan betekenen voor het materiële — en bij hem krijgt dat, vreemd genoeg maar des te intrigerender, een uitgesproken organische gedaante. In zijn expo in MOCA London worden een aantal recente creaties getoond die deze spanning tussen bits en biologie scherp verbeelden.
Akritanot
Een van de meest beklijvende voorbeelden is Akritanot, een sculptuur die balanceert op de grens tussen het reële en het illusoire. De vorm lijkt te pulseren tussen plant, organisme en digitale glitch. De illusoire natuur van het werk wekt een moment van chaotische onzekerheid — een hapering in de perceptie die zowel observatie als reflectie uitlokt. Het werk toont geen natuur, maar een synthetische variant ervan; iets dat tegelijk lijkt te leven en te simuleren. Het is een wereld waarin het digitale niet naast het organische staat, maar het ermee vervloeit.
Plant Mutation Project: Aelbejark
Een ander werk, Aelbejark, is een 3D-geprinte, handgeschilderde aardbei, geïnspireerd op genetisch onderzoek aan de Wageningen Universiteit. De sculptuur werd gevormd na een ontmoeting met plantwetenschapper Ton den Nijs, wiens afdeling een genetisch gemodificeerde aardbei ontwikkelde die resistent is tegen vruchtrot. Ervincks aardbei is blauw en geel, vervormd, bijna buitenaards. Het object belichaamt tegelijk belofte en onbehagen — een speculatieve vorm die uitnodigt tot nadenken over de reikwijdte van menselijke ingrepen in de natuur. Het is een artificieel organisme dat vragen stelt over de prijs van vooruitgang, over de ethiek van ontwerp en mutatie.
Nebkatrobs
Ook de Nebkatrobs — gemuteerde cacaobonen in goudglazuur en vlezig textuur — belichamen deze dubbelzinnigheid. Ze lijken tegelijk kostbaar en ruw, ambachtelijk en technologisch. Als hybride zaden suggereren ze het ontstaan van een nieuwe natuur, een speculatieve botanica waarin mutatie niet langer een fout is maar een toekomst. In deze kleine sculpturen ontstaat een wereld waarin ambacht, luxe, biologie en digitale logica samenwerken. Ze verbeelden overleving en aanpassing in een tijd van ecologische en sociale instabiliteit.
Wat deze werken met elkaar verbindt, is Ervincks voortdurende zoektocht naar een zone tussen realiteit en virtualiteit — een liminale ruimte waar beide werelden elkaar niet tegenspreken, maar bevruchten. Zijn sculpturen zijn tegelijk digitaal en materieel, synthetisch en organisch, speculatief en tastbaar. Ze tonen dat het niet langer gaat om de vraag of het digitale de realiteit “nabootst”, maar om hoe beide werkelijkheden naast elkaar kunnen bestaan, elkaar kunnen aanvullen en samen nieuwe vormen kunnen voortbrengen.
In een tijd waarin onze eigen wereld steeds meer uit bits lijkt te bestaan, biedt Ervinck een overtuigend, soms intrigerend beeld van hoe het materiële daarmee kan samengaan. Zijn werk is geen waarschuwing, maar een voorstel — een mogelijke toekomst, even vreemd als vertrouwd. En misschien toont hij ons vooral dit: dat de grens tussen het natuurlijke en het virtuele niet langer een scheiding is, maar een continuüm.
PLANTS AND ALTERATIONS GNI-RI nov2025 loopt nog tot 13 december 2025 in MOCA, London, UK
curator: Roberto Ekholm




©MOCA, Londen
- ‘Innig’ in Torhout, een subtiele en verrassende brug tussen verleden en heden - december 12, 2025
- Van Brazilië tot Italië, 10 in het oog springende privémusea wereldwijd - december 12, 2025
- Eros aan de Styx, de zwijgende maar veelzeggende nieuwe reeks van Steven Peters Caraballo - december 7, 2025





