Juridische vragen over de kunstmarkt: Wat als het werk dat ik kocht fake blijkt te zijn?

Kunst ervaren heeft wat ons betreft eerst en vooral met passie en intuïtie te maken. Wat niet wegneemt dat er een markt is voor kunst. Zonder deze zou er wellicht geen kunst gemaakt worden, of tenminste veel minder. Zoals elke markt is de kunstmarkt onderhevig aan regels, al zijn die in deze markt misschien wat onduidelijker, alleszins complexer.

In deze reeks vragen we advocaat Oliver Lenaerts om een antwoord op vragen waar kopers en verkopers van kunst mee zitten. Deze week:

Wat als het werk dat ik kocht achteraf fake blijkt te zijn?

TAC: Heb je eigenlijk wel enige kans op slagen als je de aankoop van een werk wil betwisten als het achteraf fake blijkt te zijn?

OL: Het vraagstuk wie bescherming verdient als een kunstwerk naderhand niet authentiek blijkt te zijn, vormt een waarachtig juridisch dilemma. Wie het ongeluk heeft een kunstwerk aangekocht te hebben dat niet authentiek is, probeert bovenal de verkoop nietig te laten verklaren en zijn geld terug te vragen. Er zijn grosso modo twee juridische manieren om geld terug te vragen. De eerste is dwalingsvordering. Die vordering is voornamelijk een B2B of een C2B aangelegenheid (van kunsthandelaar/liefhebber tot kunsthandelaar/verzamelaar) omdat consumenten en particuliere kunstliefhebbers een beroep kunnen doen op de wet op de consumentenkoop, waarin wordt bepaald dat de koper het kunstwerk moet krijgen dat overeenstemt met de beschrijving ervan. Let wel op: een kunstverzamelaar die regelmatig kunst aankoopt zal alleen beroep kunnen doen op de dwalingsvordering, omdat hij geacht wordt semi-professioneel te zijn.

TAC: Welke praktische richtlijnen hanteer je best om te voorkomen dat een kunstwerk dat je koopt niet authentiek is ?

OL: Onder de consumentenkoop wordt de consument goed beschermd. Gedurende twee jaar kan hij de verkoper verplichten de koopprijs terug te betalen als het kunstwerk niet authentiek blijkt te zijn. Hij hoeft niet veel anders te doen dan te bewijzen dat het kunstwerk niet authentiek is. Hij kan dit op drie manieren doen: wetenschappelijke analyse, expertise of afgifte van een authenticiteitscertificaat van de stichting die het oeuvre van de kunstenaar beheert. Na twee jaar kan hij alleen zijn geld terug vragen als hij aantoont dat hij heeft gedwaald

TAC: Hoe bewijs je dat ?

OL: Elke koper zal moeten aantonen dat hij op basis van de informatie die de verkoper meedeelde het werk voldoende onderzocht heeft en, indien nodig, bijkomende info opvroeg. De relevante vraag is of de koper in staat had moeten zijn om de werkelijke toestand rond de authenticiteit te kennen. Zo zou een verzamelaar van Keith Haring een kunstwerk van Haring nooit mogen kopen zonder certificaat. Met andere woorden: deze nalatigheid van de koper belet het om beroep te doen op dwaling. Het is aan de koper om te bewijzen dat hij niet nalatig is geweest. De graad van professionele bekwaamheid bepaalt de invulling van de notie van nalatigheid.

TAC: Heeft de verkoper dan geen verplichtingen ?

OL: Uiteraard, de verkoper moet in principe alle informatie meedelen waarvan hij weet, of behoort te weten, dat het relevant is voor de koper. Het argument dat kopers vaak inroepen is dat de verkoper een certificaat had moeten voorleggen. Die regel gaat uiteraard alleen op wanneer het kunstwerk nooit zonder certificaat wordt verkocht. Indien kunst zonder certificaat wordt verkocht, geldt de regel dat de waarde van het kunstwerk zal bepalen of een certificaat nodig is, of dat het volstaat dat een professionele verkoper met een getraind oog zich te goede trouw uitspreekt over de authenticiteit van het werk. Voor de kunstliefhebber die een zacht geprijsd kunstwerk van een doordeweekse kunstenaar verkoopt is dit wellicht voldoende, maar niettemin is het dus ook noodzakelijk dat je je (informeel) laat bijstaan door een expert vooraleer je het werk dat je verkoopt toeschrijft aan deze of gene kunstenaar.

Het dilemma koper-verkoper komt dus in feite neer op het bepalen van omslagpunt tussen de onderzoeksplicht van de koper en de mededelingsplicht van de verkoper. Een pasklaar antwoord is er niet en de feitelijke context speelt een grote rol in de beoordeling bij een eventuele rechtszaak.

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op