‘Le chant de la terre’, Hockney, Mahler en de klank van een beeld

De expo Le chant de la terre in het CAP in Bergen biedt, ondanks de gemeenschappelijke titel, een wat vreemde mix. De tiental iPad-werkjes van Hockney staan centraal, maar worden in opvallend contact gebracht met Van Gogh en Munch, en evengoed met symbolisten uit het Noorden zoals de Fin Albert Edelfelt en de Estlander Konrad Mägi. Met deze combinatie wil het museum de bezoeker uitnodigen tot een spirituele reis langs de schoonheid van de wisselende seizoenen, de levenscyclus en de melancholie die eigen is aan de mens.

Mooi. Maar de eigenlijke ster van de expo lijkt eerder Gustav Mahler te zijn, wiens symfonie de titel van de tentoonstelling inspireerde, en die op de achtergrond klinkt en als bindmiddel fungeert tussen de variaties aan beeldende kunstwerken. Het is een intrigerend uitgangspunt.

Natuurlijk, alles is frequentie, alles is trilling: kleuren en beweging evengoed als klank en geur. Onze gewaarwordingen zijn in die zin al een Gesamtkunstwerk. Het zou ons niet eens mogen verbazen. Wat de titel van de expo echter benadrukt, is dat deze trillingen niet door de mens worden geproduceerd, maar overal aanwezig zijn, en dat wat we zien en horen slechts emanaties zijn van deze latente aanwezigheid. De symfonie van Mahler is bij uitstek een voorbeeld van hoe muziek een bron vindt in het organische, eerder dan erdoor te worden bedacht of uitgevoerd — althans, dat was de betrachting.

De twee stromen zijn in elkaar verstrengeld; enkel wij maken het artificiële onderscheid ertussen. Het is niet eens een mystiek gegeven, maar een fundamenteel principe. Door deze symbiose tot ons te laten doordringen raken we in een staat van synesthesie: beelden worden plots niet meer bekeken, maar beluisterd; klanken niet meer gehoord, maar gezien. Je merkt hoe de kleuren in de landschappen van Hockney beginnen te trillen wanneer een akkoord aanzwelt, hoe een winterlandschap van Edelfelt een resonantie krijgt in het trillen van een snaar.

Misschien is dat precies wat de tentoonstelling, in al haar heterogeniteit, duidelijk maakt: dat kunst pas echt raakt wanneer we ze niet alleen met de ogen of de oren consumeren, maar wanneer we toestaan dat ze via die beide zintuigen tegelijk uit dezelfde grondbron opstijgt. Alsof elk kunstwerk, hoe verschillend ook, een poging is om de ondertoon van de aarde hoorbaar of zichtbaar te maken — een ondertoon die, zoals bij Mahler, altijd al in ons aanwezig was, maar zelden zo meeslepend wordt aangesproken.

©David Hockney “Summer Sky” 2008


David Hockney. Le Chant de la Terre loopt tot 25 januari bij CAP in Bergen. Klik hier voor alle info.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op