Kunstenaar Luc Verbist (1955) viert zijn zeventigste verjaardag met een expo in Kunstforum De Koolputten te Waasmunster. Onder de titel Zwarte lente stelt hij er ruim zeventig oudere en recente schilderijen, reliëfs en sculpturen tentoon. Verbists werk zit vol verwijzingen naar zijn persoonlijke leven, dat niet altijd over rozen ging. Toch maakt het geen terneerdrukkende indruk. De kunstenaar slaagt er telkens opnieuw in om begrippen als verdriet, teleurstelling, verlies en existentiële twijfel te overstijgen door zijn vernuftig gebruik van picturale codes of metaforen. Zo trapt hij niet in de val van de anekdotiek en zorgt hij er tegelijk voor dat zijn werk meerduidig is.
Wisselwerking
Luc Verbist deelt zijn geboortedag – 25 maart – met die van de schrijver Filip De Pillecyn (1891-1962). Beiden werden geboren in het Oost-Vlaamse Hamme, gelegen tussen Dendermonde en Sint-Niklaas, in het gebied van Durme en Schelde. Of die weetjes van belang zijn? Toch wel, maar daar komen we verder op terug.
De genese van Verbists kunstenaarschap doet klassiek aan: hij wilde naar de kunsthumaniora, maar mocht dat niet van zijn ouders. Die vonden dat hij een ‘serieuze’ opleiding moest volgen. Uiteindelijk lukte het hem toch hen te overtuigen. Zo kon hij de twee laatste jaren van zijn middelbaar onderwijs nog doorbrengen aan kunsthumaniora Sint-Lukas in Schaarbeek. Hij kreeg er tekenen en anatomie van Gaston De Smet, grafiek van Gerard Alsteens (aka cartoonist GAL) en Frans van dichter-vertaler Stefaan Van den Bremt. Die jaren vormden een stevige basis voor zijn voortgezette opleiding.
Na Sint-Lukas studeerde Verbist eerst beeldhouwkunst aan de Antwerpse Academie, waar hij Wilfried Pas als docent had, en daarna aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten, waar Marcel Mazy zich over hem ontfermde. Na zijn legerdienst startte hij vanaf september 1982 als docent aan de Antwerpse kunsthumaniora. Hij richtte er de afdeling ‘Beeldende vorming in drie dimensies op’ – een vak dat hij zelf gaf – en promoveerde er na verloop van tijd tot coördinator Beeldende Kunsten. De wisselwerking tussen eigen werk maken en onderwijzen zat Verbist als gegoten. Het leidde tot wederzijdse bevruchting en hield hem jong van geest. Vandaag is hij met pensioen, maar aan stoppen denkt hij nog lang niet.

©Luc Verbist, Catalpa
Bomen
Gedurende vele jaren maakte Verbist overwegend driedimensionaal werk, onder meer in de vorm van constructivistische assemblages van balken en planken, gebaseerd op Rubens’ kruisafneming. Van die werken blijven vandaag alleen nog foto’s over. Ze waren veelal abstract van aard en bevatten veel symboliek. In latere jaren richtte hij zijn focus meer op klassieke teken- en schilderkunst.
Op de gelijkvloerse verdieping van Kunstforum De Koolputten zijn hoofdzakelijk schilderijen te zien van bomen en aanpalende bebouwing. Vaak gaat het om dezelfde bomen, maar telkens anders geschilderd. Soms zijn ze dood of zo flink gesnoeid dat ze dood lijken. Af en toe groeien er paddenstoelvormige uitsteeksels op, de vruchtlichamen van een schimmel. Zo nu en dan ontspruit er nieuw leven op zo’n dode boom, wanneer een andere boom in wording er zich op ent.
Uit de talrijke schilderijen van bomen zou je kunnen afleiden dat Luc Verbist er een grote liefde voor aan de dag legt, maar dat plaatje klopt niet helemaal. Zoals velen onder ons houdt hij weliswaar van de natuur, maar in zijn geval staan die bomen ergens voor dat te maken heeft met zijn persoonlijke leven: zijn jongste zoon verblijft al jaren in psychiatrische instellingen door paranoïde schizofrenie als gevolg van drugsgebruik. Telkens Verbist zijn zoon bezoekt, nu eens in deze instelling, dan weer in een andere, wandelt hij met hem in de omliggende tuinen of parken. Vandaar die bomen, en vandaar ook schilderijen met titels als Confrontatie en Sint-Denijs-Westrem. Op Confrontatie zien we een voorbeeld van een dode boom waarop een nieuwe groeit, als symbool van het gegeven dat er hoop is zolang er leven is. ‘Sint-Denijs-Westrem’ slaat dan weer op de gemeente waar Verbists zoon in een instelling verbleef.
Merg en been
Opmerkelijk is dat Verbist sommige van die bomen in het midden van de voorstelling plaatst, wat de meeste schilders net vermijden. Door een boom zo centraal te stellen, geeft de kunstenaar er extra gewicht aan, alsof hij ons wil zeggen: kijk naar die boom, want daar gaat het om, en niet naar wat er rondom die boom te zien is, want dat is bijzaak. Zo bekeken kunnen die bomen enerzijds symbolisch staan voor de zoon van de schilder en anderzijds voor diens wisselende gemoedstoestanden, al naargelang de staat waarin ze zich bevinden. Veelbetekenend in dat opzicht is een werk als Catalpa. Een catalpa, ook wel trompetboom genoemd, is een middelgrote boom met een breed spreidende, ronde kroon. Het is een snelle groeier die tot circa tien meter breed kan uitgroeien. Geef zo’n boom weer op een schilderij en hij vult vanzelf het beeldvlak. Op Catalpa zien we geen gezond exemplaar van de boom, maar een die breeduit op de grond ligt. Verbist schilderde hem zo dat hij bijna een mens voorstelt die zich, steunend op zijn ellebogen en met neerhangend hoofd, met zijn allerlaatste krachten voortsleept. Zelfs als je de achtergrond ervan niet kent, is het een aangrijpende voorstelling die onwillekeurig herinneringen oproept aan Kreupelhout (2012-13) van Berlinde De Bruyckere, niet toevallig een kunstenaar die Verbist bewondert.
Van een heel andere aard is een werk als Roze gloed (Zelzate). Daarop zie je twee dezelfde bomen van gelijke grootte die rode bloesems dragen. Op het eerste gezicht een pittoresk beeld, op het tweede een dat de ingewijde met de neus op de feiten drukt. Achter de twee bomen is een gebouwencomplex zichtbaar met een hoog ijzeren hekken eromheen waarvan de spijlen dicht bij elkaar staan. Het hekken is duidelijk bedoeld om erover klimmen onmogelijk te maken. Het gaat dan ook om een complex voor opgesloten geïnterneerden. Wat de voorstelling extra beklemmend maakt, zijn de zwarte schaduwen onder de bomen en de blauwe en rode drippings waarmee het schilderij van boven tot onder bedekt is. Bij de rode drippings moesten we meteen denken aan De bloedregen (1975) van Jan Cox, dat deel uitmaakt van zijn Ilias-reeks. Een tragisch tafereel dat door merg en been gaat.


©Luc Verbist, Roze Gloed | Confrontatie
Fallussymbolen
Bomen staan in Verbists werk zowel voor aanwezigheden als voor herinneringen. En dat geldt bij uitbreiding voor alle stoffelijke dingen die in zijn oeuvre te zien zijn. Zijn reliëf De uitgestelde reis (2012) bijvoorbeeld stelt een Italiaans aandoend landschap voor met een heuvel waarop zich een huisje bevindt waarnaast een grote cipres en twee kleinere te zien zijn. De grote cipres staat voor de kunstenaar en de twee kleinere voor zijn zonen. Ook in andere werken keren cipressen terug, naast sparren, loofbomen en bloemen. In de tentoonstelling zijn op de mezzanine meerdere werken te zien waarop lelies voorkomen. Ze verwijzen naar Verbists moeder, die steeds voor verse bloemen in huis zorgde, maar ook naar vergankelijkheid, want bloemen verwelken uiteindelijk.
Tegelijk roepen die bloemen een ander belangrijk facet van Verbists oeuvre op: de erotiek. Bloemen kunnen ook gelezen worden als fallussymbolen, en dat geldt net zo goed voor bomen. In 2012 maakte de kunstenaar een reliëf, Landschap, dat bestaat uit een schilderij waarop haaks een dikke plank is bevestigd. Het schilderij stelt Verbists versie voor van L’origine du monde (1866) van Gustave Courbet. Dat doek toont het onderlichaam van een naakte vrouw met gespreide benen. In zijn versie van het iconische werk plaatste Verbist een witgeschilderd object op het al even witte plankje dat zich bevindt ter hoogte van het geslacht van de anonieme vrouw. Het object stelt een cipres voor en lijkt de toegang tot het geslacht van de vrouw te versperren. Maar dat is slechts schijn, want als fallussymbool kan het net zo goed op het punt staan de vrouw te penetreren.
En zo zijn er nog meer betekenisvolle elementen in Verbists werk die herhaaldelijk terugkeren. In Memoria (2012), een monografie over de kunstenaar, schrijft auteur Johan Swinnen dat Verbists oeuvre ‘gekenmerkt wordt door het samenbrengen van betekenissen die zich manifesteren in motieven en ornamenten die op het eerste gezicht wel grafische pictogrammen lijken te zijn’. Dat maakt dat zijn werk vaak ietwat theatraal aandoet: de verschillende onderdelen ervan, waarvan vele een symbolische waarde of metaforische betekenis hebben, staan verspreid als schaakstukken op een bord, in steeds wisselende constellaties. Dat is niet vergezocht als je weet dat Verbists vader een begaafd toneelspeler was en dat de kunstenaar zelf ruimtelijk inzicht verwierf tijdens zijn opleiding beeldhouwkunst.

©Luc Verbist Henri
Witte krijtstreep
Luc Verbist is een van de vele hedendaagse kunstenaars die foto’s gebruiken als basis voor hun werk. Als hij met zijn jongste zoon doorheen een tuin of park wandelt, dan neemt hij steevast foto’s waarmee hij achteraf aan de slag gaat. Het leidt tot schilderijen die nochtans geen zuivere picturale representaties zijn van wat er op de foto’s te zien is. Verbist doet er zijn eigen ding mee. Swinnen: ‘Hij laat foto’s transformeren naar een nieuwe werkelijkheid. Maar ook referenties naar modernistische schilderkunst met expressionistische en constructivistische citaten zijn aanwezig.’ Het loont de moeite om daar verder op in te gaan. Maar eerst dit: Luc Verbist schildert meestal op houten panelen die slechts enkele millimeters dik zijn. Die laten hem onder meer toe om desgewenst een verlengstuk aan het paneel te bevestigen als de voorstelling daar om vraagt. Ook kan hij op die panelen haakse elementen aanbrengen, waardoor er reliëfs ontstaan.
Als we één van die schilderijen – Gouden strip – van naderbij bekijken, dan wordt meteen duidelijk waarop het citaat van Swinnen slaat. Het werk bestaat uit een verticaal georiënteerd paneel waaraan onderaan een even breed, maar veel kleiner paneel is bevestigd. Het bovenste paneel toont enkele ruw geschilderde lelies tegen een grauwzwarte achtergrond. Links van de bloemen is een brede, geel oplichtende verfstreek te zien die van de bovenrand tot ongeveer halverwege het dubbelpaneel reikt. Het onderste paneel is geheel abstract en lijkt uitgevoerd met sanguine, een roodbruine kleur. Opvallend is dat op dit paneel, bijna tegen de bovenrand aan, een smalle, horizontale witte streep is aangebracht, niet met de losse hand, maar met een lineaal. Als je die witte streep van dichtbij bekijkt, dan zie je dat Verbist er geen verf maar een soort krijtpoeder voor gebruikte.


©Luc Verbist, Gouden strip | Het Plein
Constructivisme
Gouden strip is een vrij hermetisch schilderij dat enkele gecodeerde, persoonlijke gegevens bevat. De lelies staan voor Verbists moeder en de horizontale krijtstreep voor zijn zoon – de connotatie met een lijntje heroïne of cocaïne is hier niet ver weg. De gouden strip symboliseert dan ongetwijfeld Verbist zelf, die enerzijds de herinnering aan zijn moeder levendig houdt door haar in een zwart vlak – symbolisch voor de dood – bij te staan als een lichtend baken, en die anderzijds ten dienste staat van zijn zoon, die als gevolg van zijn psychische aandoening in een beschermde maar geïsoleerde omgeving verblijft. De door Johan Swinnen genoemde verwijzingen naar modernistische schilderkunst met expressionistische (de lelies) en constructivistische (de krijtstreep) citaten zijn op het dubbelpaneel duidelijk aanwezig.
Constructivistische elementen vind je in Verbists werk ook terug in de vorm van monochrome vierkanten of rechthoeken die schijnbaar willekeurig voorkomen in figuratieve voorstellingen. De kunstenaar wendt ze aan om die beeltenissen een gelaagder karakter te geven en op die manier te voorkomen dat ze al te eenzijdig worden geduid. Sommige van die vlakken zijn zo subtiel dat je ze bij manier van spreken niet opmerkt. We nemen als voorbeeld Het plein. Op dat paneel zien we de helft van een basketbalveld dat omgeven is door bomen en enkele gebouwen. Het laat zich niet moeilijk raden dat het veld gelegen is binnen de omheining van een psychiatrische instelling en dat het bedoeld is ter ontspanning van de patiënten. Wat opvalt is dat er geen basketring te bespeuren is in het werk. We zien alleen een wit vlak, dat voor meerduidige interpretatie vatbaar is. Het kan staan als pars pro toto voor het houten paneel mét basketring, maar er is ook een eenvoudiger en prozaïscher verklaring mogelijk: misschien is er bewust geen basketring aanwezig omdat punten scoren agressieve gevoelens kan losmaken bij de psychisch toch al kwetsbare patiënten.
Aanvaard het leven
Niet alle werken in Zwarte lente zijn hermetisch. Zo is er op de mezzanine een schilderij te zien, Afzondering, dat een kamer toont waarin een jongeman ligt te slapen in een houten bed. Op zich een onschuldig tafereel, maar de titel alleen al wijst op het tegendeel. De kamer is geen gewone kamer, maar een isoleercel. Het houten bed is verankerd in de vloer, terwijl het stalen toilet rechts in een hoek waarneembaar bestand is tegen vandalisme. De jongeman in het bed, grotendeels bedekt door een donsdeken, is Verbists zoon. Hier geen codering, maar de naakte werkelijkheid.
Een apart luik in de expo vormen een vijftiental schilderijen die Verbist maakte in opdracht van het Filip De Pillecyn Genootschap. Dat houdt het werk van de schrijver in ere en onderwerpt het aan nader onderzoek, waarvan de resultaten jaarlijks gepubliceerd worden in de Filip De Pillecyn Studies. Regelmatig brengt het genootschap ook (her)uitgaven van de auteur op de markt. Op 27 november stelt het in Kunstforum De Koolputten een door Verbist geïllustreerde heruitgave voor van De Pillecyns laatste roman Aanvaard het leven (1956). Het boek handelt over een Oostfrontstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog die, na zijn gevangenisstraf wegens collaboratie uitgezeten te hebben, terugkeert naar zijn dorp, maar zich daar maar moeizaam kan aanpassen. Verbists schilderijen bij de roman zijn realistisch van aard en mijden elke vorm van hermetisme. Eerder al, in 2004, zorgde hij voor de illustraties bij een heruitgave van De Pillecyns meesterwerk Mensen achter de dijk (1949).
Al het voorgaande in ogenschouw genomen, menen we te mogen besluiten dat het oeuvre van Luc Verbist voortdurend pendelt tussen klassieke figuratie enerzijds en constructieve en organische abstractie anderzijds. Wat de link met zijn persoonlijke leven betreft, is zijn werk grotendeels symbolisch en gesloten, en maakt hij gebruik van codes om ongemakkelijke waarheden te camoufleren. Werkt hij in opdracht, wat regelmatig gebeurt, is zijn werk illustratiever en toegankelijker van aard. Maar welke richting het ook uitgaat, steeds draagt het zijn herkenbare signatuur.


©Luc Verbist, Sint-Denijs-Westrem | Zelzate
De expo Zwarte lente loopt nog tot 14 december in Kunstforum De Koolputten te Waasmunster. Open elke zondag van 11 tot 17 uur. De toegang is gratis. Klik hier voor meer info. Meer info over de voorstelling van de heruitgave van Aanvaard het leven vind je hier.

©Luc Verbist, Afzondering
- Buiten zinnen met fotograaf Eddy Verloes - december 12, 2025
- Luc Verbist viert 70ste verjaardag in Kunstforum De Koolputten - november 21, 2025
- De nacht keert: Els Vos in CC Binder te Puurs-Sint-Amands - november 7, 2025






november 23, 2025
Ik blijf graag op de hoogte van de tentoonstellingen in de Koolputten
november 23, 2025
Dat kan via deze link: https://dekoolputten.be/kunstforum/
december 7, 2025
Knappe expo, …en alweer een schitterende tekst Patrick!
december 7, 2025
Bedankt, Kris! Ik doe mijn best. Gedrevenheid is niet mijn tweede, maar mijn eerste natuur!