‘RUIS’, esthetisch ervaren als rustpunt

Esthetische schoonheid kan je makkelijk plat relativeren, elk zijn zin en voorkeur, elk zijn smaak als teken van identiteit, het zal aan onze hypergeïndividualiseerde maatschappij liggen, vrijheid blijheid en zo meer, al zal het vroeger, toen iedereen in het keurslijf van een gemeenschappelijke, academische norm werd gegoten, niet veel beter geweest zijn, de kunstenaar genoot er weinig vrijheid tot deze zich begon te emanciperen van zijn geldschieters en van dezelfde drang getuigde om zijn eigenheid te bevestigen als die waarvan de kunstliefhebber zich nu bedient in zijn beoordeling ervan.

Zonder over de details overeen te stemmen zal iedereen schoonheid wel associëren met begrippen als harmonie, evenwicht, samenspraak en afstemming van bestanddelen; zelfs spanningen ertussen houden een kiem van schoonheid in. Theorieën genoeg hierover, meningen die eveneens van eigenheid en individualiteit getuigen. Als alles kunst is, is niets meer kunst; het begrip baadt in een mistige onvatbaarheid waarin taal feitelijk tekortschiet, en waar je volgens de ene filosoof dus over moet zwijgen. Het belet niet dat je schoonheid kan ervaren, en over die ervaring kan en mag je uiteindelijk wel spreken.

Je kan verder vrijelijk gaan associëren over schoonheid; eenvoud zonder in simplisme te vervallen, uitpuren zonder in de valstrik van het nihilisme te verzanden, stilte zien zonder met een gevoel van leegte achter te blijven. Je merkt het al: de visuele prikkels en de interne gemoedstoestand vallen bij zo’n harmonieuze confrontatie samen, ze oscilleren rond elkaar op verschillende frequenties om ergens middenin een gemeenschappelijk rustpunt te vinden, daar waar je schoonheid ervaart, niet zomaar als een mooi dingetje, maar als diepere, misschien zelfs transcendente evidentie, exact het punt waarop woorden beginnen tekort te schieten en het naakte gevoel overblijft.

Beweren dat een tentoonstelling een dergelijk punt kan bereiken lijkt misschien flink bij de haren getrokken. Edoch, wanneer ik begeleid door Peter door de ruimte struin en rustig de tijd neem om rond te zien, niet zomaar te kijken of te staren naar de werken maar het algemene beeld in me op te nemen, treft me langzamerhand, nagenoeg ongemerkt, de harmonie die ik vruchteloos onder woorden trachtte te brengen.

De onderlinge krachtmeting van de twee monumentale werken wanneer je de ruimte binnenstapt overweldigt niet, ook al imponeren ze; ze heffen elkaar in zekere mate op, ons achterlatend met een gevoel van evenwicht dat je verder vergezelt doorheen de expo, die op het moment van mijn bezoek – de curatoren zouden het nadien nog aangepast hebben – in zachtere sentimenten en meer gedempte visuele prikkels verglijdt. De keuze werd gemaakt werk per werk, niet vanuit een selectie aan kunstenaars maar uit wat ze te zeggen hebben, hoe hun beeldtaal tot ons spreekt, wars van het medium dus, wars van schreeuwerige effecten of aandachtstrekkers, nagenoeg onmerkbaar en geruisloos in hun gemeenschappelijk territorium gehuld. Fotografie, installatie, beeldhouwwerk en schilderkunst balanceren subtiel rond een evenwichtspunt, elk voldoende plaats latend om het kunstwerk te proeven, zonder ooit het geheel uit het oog te verliezen, badend in een homogene, licht bedwelmende sfeer. Het klopt allemaal.

Wat valt dan op? Het is zonde om er namen uit te pikken. Mij alleszins de broze blik op de structuur van de werkelijkheid in de werken van Joke en Anneke, en de zachte weemoed in de foto’s van Peter. Het verrassende urbane zenuwstelsel in de studies van Bénédicte zeker, die, hoe discreet ook, in zekere zin de essentie vormt van de tentoonstelling: het schipperen tussen zienswijzen, het tonen van de onderhuidse, elegante structuur van onze menselijke beleving gezien vanuit een ander, bovenaards zichtpunt, dat wij, gewone mensen, vanuit de beperkingen van het dagelijkse leven amper nog gewaarworden. In die zin schudt de expo ons zacht wakker uit de lethargische staat van banaliteit, om dezelfde wereld vanuit een ander, esthetisch, en dus allesomvattend oogpunt, een rijkere vorm van kijken aan te nemen.

foto’s: ©TheArtCouch


De expo RUIS loopt drie weekends lang (of kort) vanaf 10 oktober 2025 in Gent. Klik hier voor alle info!
Deelnemende kunstenaars: Bénédicte Blondeau, Trees De Mits, Anneke Eussen, Frederic Geurts, Stef De Brabander, Lydia Hannah Debeer, Joke Raes, Peter H. Waterschoot, Matthijs Kimpe, Jean De Groote en Benny Luyckx
Curators: Sophie De Somere, Katleen Venneman, Peter H. Waterschoot


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op