‘Science Art’, de gemeenschappelijke oorsprong van kunst en wetenschap

Kunst en wetenschap, het lijkt op het eerste gezicht een wat ongemakkelijke combinatie. De harde rationele kennis waar onze wetenschappelijke wereldbeeld op rust tegenover de meer intuïtieve en aan de oorsprong denkbeeldige praktijk van de kunstenaar, het lijken twee heel aparte en elkaar uitsluitende benaderingen. Ze hebben niettemin veel gemeen, en de combinatie ervan vertelt misschien veel meer dan wat uit het eerste oog blijkt.

Beide hebben uiteindelijk als doel om de wereld te verklaren, om het mysterie van het bestaan op een of andere manier te kaderen. Het uitgangspunt van waaruit ze dit doen is uiteindelijk niet zo verschillend. Onze wetenschappelijke inzichten mogen dan nog te lijken ontsproten aan een realiteit die zich buiten ons bewustzijn een concrete vorm heeft, meer en meer komt ook de wetenschap tot de conclusie dat er niet zoiets bestaat als een externe realiteit, tenminste niet in de exacte vorm waarop we die hebben geleerd te vatten. Zowel de kwantumfysica als de huidige neurowetenschappen gaan ervan uit dat wat we de ‘realiteit’ noemen in grote mate zelf scheppen.

Onze hersenen blijken grote voorspellingsmachines te zijn die om de ‘vrije energie’ zo laag mogelijk te houden en om de overlevingskansen te maximaliseren de toekomstige waarnemingen uit de externe wereld zelf gaan bepalen (wat niet noodzakelijk leidt tot de mogelijkheid van manifesteren). Ook in de kwantumfysica weten we dat de waarneming zelf voor een instorting zorgt van de waarschijnlijkheidsgolf -de uiteindelijke vorm van de realiteit is niets anders dan de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis op kwantumniveau op een bepaald ogenblik op een bepaalde plaats voorkomt. Het zet sommige filosofen als Bernardo Kastrup ertoe om in onze wetenschappelijke benadering van de realiteit ook een vorm van mythe te zien -in de meest positieve zin van het woord. Beide zijn per slot van rekening ontstaan uit een essentiële behoefte om een verklaring te vinden voor onze wezenlijk onbegrijpelijke en ongrijpbare omgeving.

Het zou verklaren waarom zowel kunstenaars als wetenschappers uiteindelijk grotendeels op intuïtie en verbeelding berusten in hun praktijk. In het boek Inspiratie waarin de Nederlandse psycholoog Ap Dijksterhuis de mechanismes duidt die in het creatieve werk schuilen biedt de schrijver talrijke voorbeelden van innovatieve denkers, waarbij het opvalt dat hij zowel kunstenaars (in brede zin) als wetenschappers losjes door elkaar behandelt, als was er helemaal geen onderscheid tussen hen.

Een groeiend aantal kunstenaars gebruiken dan ook wetenschap in hun praktijk, met het gebruik van AI bijvoorbeeld, of als inspiratiebron, maar ze worden ook meer en meer ingezet door bedrijven in hun innovatieprocessen. Het omgekeerde gebeurt echter ook: veel wetenschappers laten meer en meer hun artistieke impulsen de vrije loop, als aanvulling en verlengde van hun rationele bedrijvigheden. Welkom in de wereld van ‘SciArt’.

Een bruisende kunstvorm, zo blijkt uit verder onderzoek. Op zich hoeft het niet te verbazen. Als een kunstenaar een innovatieve kijk heeft op zaken als realiteit, maatschappelijke verschuivingen, de menselijke aard of gewoon op zichzelf, dan heeft een wetenschappelijke kijk op deze thema’s er zeker iets aan toe te voegen, en het resultaat hoeft niet noodzakelijk ingewikkeld, of voor leken onvatbaar te zijn.

Het werk van deze ‘wetenschapskunstenaars’ is ook verrassend divers, zo blijkt uit de kunstenaars die Alain Segers met zijn initiatief Alter Ego Art Projects een tijdlang vertegenwoordigde. We ontdekten er het werk van Anaïs Tondeur, die foto’s van het gat in de ozonlaag gebruikt die de NASA tussen 1964 en 2016 maakte, en ze zorgvuldig in potlood natekent, gebruik makend van grafiet als verwijzing naar de zwarte deeltjes die aan de basis liggen van hetzelfde gat in de ozonlaag. Ondanks het dramatische thema weet ze een sterk poëtisch effect te sorteren.

Anaïs Tondeur, A whole in the sky (2016)

Het ligt misschien aan de aard van het beestje, maar deze kunstpraktijk is vaak ook conceptueel: het denkproces dat tot het werk leidt maakt intrinsiek deel uit van het werk zelf. Al hoef je het procedé niet noodzakelijk te kennen om er de kwaliteit van te waarderen. Zo stoelt het werk van Adrien Lucca bijvoorbeeld op het lichtspectrum van de zon in Brussel, op het exacte ogenblik waarop het middernacht is in Montréal. Het licht laat hij in de fijnste, wetenschappelijke uitgewerkte details op glasraam branden. Je zou het niet meteen zeggen, maar het is een uiterst ingewikkelde en broze oefening, zo getuige zijn notities en berekeningen in de publicatie ‘Soleil de minuit Bruxelles Montréal’. Ik zal me niet aan een samenvatting wagen, maar het verhaal erachter is al even boeiend als het werk zelf.

Adrien Lucca, WAVEPATTERNS #7 (2015)

En dat is juist wat de kunstenaars gemeen hebben: de onaflatende zoektocht om een wetenschappelijk domein te doorgronden, de obsessieve studie die vaak aan een werk voorafgaat, de vernieuwende invalshoek waarmee ze met het materiaal aan de slag gaan, maar ook steeds: de wetenschap dat er achter alle wetenschappelijke verklaringen nog steeds een groot mysterie schuilt, waar kunst misschien een toegangspoort toe vormt.


Alter Ego heeft nog een aantal werken te koop van SciArt-kunstenaars, onder meer Adrien Lucca, Anaïs Tondeur en Julia Buntaine. Neem even een kijkje op de website om deze te ontdekken!


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op