Voor elke kunstenaar zal de drang om kunst te maken vermoedelijk wel iets te maken hebben met zelfvorming: een spiegel die men zich voorhoudt over wie men is of hoopt te zijn. Om vanuit zichzelf te creëren, moet er per slot van rekening iets zijn dat die drang voedt — iets wat voortkomt uit het onbestemde of onnoembare ‘in zich’, het peilloze onbekende in elk van ons. Kunst maken is dan misschien een bewustwordingsproces, een concentrisch dwalen in het luchtledige.
Hoe verhoudt men zich tot zichzelf? Dat is de vraag. Voor een stuk zijn we wat we lijken te doen, de labels die we onszelf opkleven, maar evengoed bestaan we uit de luchtledige omgeving waar enkel in onze zelfperceptie een grens tussen lijkt te bestaan.
Die grens — voor zover je daarvan kan spreken — valt des te meer op wanneer iemand naast een normaal professioneel bestaan kunst begint te maken. De spanning tussen hoe de wereld naar je kijkt (je bent je beroep) wringt met de autonome impulsen: de drang om zich te uiten als een zelfstandig organisme.
Gedreven door deze gedachten, en de nieuwsgierigheid die ze aanwakkerden, ging ik op bezoek bij Stefanie, arts van beroep met een voor mij onuitspreekbare specialiteit, maar voor het eerst ook kunstenaar — voor zover ik de definitie daarvan durf te reduceren tot iemand die met haar werk naar buiten komt in een heuse tentoonstelling.
Zijn er raakpunten? Uiteraard. Vrij expliciet zelfs, wanneer ze thyroids of scans van obese lichamen in haar werk integreert, of medicamentenverpakkingen als drager gebruikt. In haar abstracte composities is er een evidente zoektocht naar stabiliteit en orde. De weggeworpen materialen die ze op allerlei manieren als grondstof gebruikt, kunnen zelfs gelezen worden als metafoor voor een maatschappij die alles wegwerpt wat niet aan bepaalde — zij het volstrekt zinloze — normen voldoet. Je zit al gauw op een tweede of derde lectuurniveau.
De beeldspraak tot het uiterste rekkend, kom je op het domein van de kunstpraktijk zelf — los van het zelfbeeld, hoewel het eruit voortspruit. Hier tref je zelfs een nog pril verbeeld levensbeeld, de poesis waar de titel van haar eerste tentoonstelling naar verwijst: “mijn proces van zoeken en transformeren van iets tot een nieuwe vorm.” Het is precies in die schemerzone dat haar werk zich afspeelt: tussen het vleselijke lichaam en de idee ervan, tussen “houvast en chaos,” zoals ze het zelf verwoordt.
Het houvast van de wetenschapper en de chaos van de kunstenaar: het ene heft het andere niet op, noch vermengen ze zich tot een nieuwe manier van naar het leven te kijken — al zou dat een logisch vervolg kunnen zijn in haar werk — maar ze lijken in haar nog prille oeuvre in elkaar te passen als twee manieren om het leven te beleven die op het eerste gezicht contradictorisch lijken, maar waarvan we intuïtief aanvoelen dat ze, ondanks hun tegenstrijdigheid, deel uitmaken van één en dezelfde zoektocht naar betekenis.







‘Poeisis’ met werk van Stefanie Vinken loopt in het weekend van 18 oktober en op zaterdag 25/10 n 1/11 bij Mees Van de Wiele op de Kouter in Gent.
- ‘Innig’ in Torhout, een subtiele en verrassende brug tussen verleden en heden - december 12, 2025
- Van Brazilië tot Italië, 10 in het oog springende privémusea wereldwijd - december 12, 2025
- Eros aan de Styx, de zwijgende maar veelzeggende nieuwe reeks van Steven Peters Caraballo - december 7, 2025





