Tegendraadse strelingen in het boudoir van Anton Cotteleer

Wat is dat toch met die werken van Anton Cotteleer? Waar ik ze ook ontmoet (Watou, Art Brussel, The White House,…), keer op keer nestelen ze zich hardnekkig in m’n hoofd. Ik ga op zoek naar de bijzondere kracht van deze sculpturen en leg mijn vraag aan de kunstenaar zelf voor.

Is het het theatrale van het werk? De sculpturen prijken op een klein podium. De sokkel, die het werk draagt maar er ook integraal toe behoort, verwijst naar het fluweel van theaters maar ook naar grootmoederlijke interieurs uit vervlogen tijden. Een referentie naar het verloren verleden waar warme huiselijkheid sluimert? Eerder een geborgenheid die in schril contrast staat met het beeld dat op het tafeltje geserveerd wordt: ledematen in een nieuwe samenstelling, delen van mensen met vergroeiingen, organische vormen met erotische uitstraling. Het zijn intieme theaters, boudoirs die even hun geheimen prijsgeven.

Cotteleer gaat verder. Hij wil dat z’n sculpturen aangeraakt worden maar het is een huid met weerhaken. Het tactiele is niet vrijblijvend. Het doet me denken aan een fragment uit het Nieuwe Testament, waar Maria-Magdalena de verrezen Christus ontmoet: “Jezus zei tot haar: ‘Raak Mij niet aan (‘noli me tangere’); want ik ben nog niet opgestegen tot den Vader”. Het ‘noli me tangere’-motief gaat net over dat aanraken/vasthouden/loslaten vanuit het perspectief van de kijker (Maria-Magdalena) maar ook over de transformatie van het wezen/de vorm vanuit het perspectief van het onderwerp (Christus).

Ook de onderwerpen in Cotteleers werk zijn getransformeerd. We herkennen ze, maar ze zijn niet meer dezelfde als voorheen. Ze zijn hervormd, gelouterd of net weer verscherpt, en hebben in hun lijfelijkheid ook een metafysische uitstraling. De kunstenaar als herschepper.

Het is de vraag of de beelden dezelfde impact zouden hebben, als je ze zonder sokkel presenteert. Anton Cotteleer: “Ondanks hun ogenschijnlijke zwaarwichtigheid geef ik mijn werken fysieke luchtigheid door ze op pootjes of op een tafeltje te plaatsen. Dat maakt integraal deel uit van het werk. Ook de sponsachtige materie die ik er nadien op aanbreng, geeft ze iets vluchtigs, iets kneedbaars. Als ik dit niet zou doen, zijn het voor mij gewoon beelden, zoals er talloze zijn. Na de moulage is het die ‘aankleding’ en ‘presentatie’ waardoor ik het materiële overstijg.”

Sommige van de werken lijken te flirten met kitsch: een kinder- of hondenbeeldje, een pluche dier. “Ik ga soms tot op de rand van de meligheid, de burgerlijkheid van een sculptuur(tje) voor op het dressoir. Door de vormen en de materie neem ik er wel onmiddellijk weer afstand van. Je mag het inderdaad ‘flirten met lelijkheid of wansmaak’ noemen. Onderhuids schuilt ook wat humor, vaak met wrang randje.”

Een van de iconische werken is ongetwijfeld The Rosewood Resident, met een half meisjeslichaam en een poes. Dit werk draagt zoveel in zich: het bekoort en stoot af. Er schuilt verboden sensualiteit en valse gezelligheid in. Op de zolder in Watou 2019 viel het op dat de ene toeschouwer het omarmde en de andere er niet kon blijven naar kijken, alsof het werk een schop in de maag geeft. “Dat begrijp ik. De pruik en het versneden lichaam schrikken af. De erotische geladenheid is in veel werken, al dan niet expliciet, aanwezig. Mijn kunst kan bekoren maar ook verontrusten. Ik ben blij dat het reacties veroorzaakt, even ingrijpt.”

Laat die zoetzure mengeling in de gestolde zinnelijkheid, net het verleidelijke DNA zijn van Cotteleers oeuvre.  


Dit artikel verscheen in de juni -editie van TheArtCouch Magazine. Het volgende nummer verschijnt in de week van 26 oktober, je kan beide hier bestellen!

Author: Jan Leysen

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op