Twee homogene aspecten van eenzelfde oeuvre… Lode Laperre ontdubbelt zich in Sint-Martens-Latem

Of de Leie een apart statuut verdient, weet ik niet. Iedereen die zijn jonge jaren in de nabijheid van een rivier heeft gewoond, zal – al dan niet bewust – voor de rest van zijn leven op het ritme van die rivier gaan leven, vermoed ik. Dat de Leie uiteindelijk twee generaties kunstenaars heeft ‘gebaard’, of toch minstens geïnspireerd, en haar invloed subtiel maar diep in hun werk heeft uitgeoefend, zelfs lang nadat ze uit de streek waren verhuisd, verleent de rivier een aparte plek in het hart van elke kunstliefhebber.

Lode Laperre groeide op in de buurt van de Leie, zij het verderop, stroomopwaarts. Zijn vader, een gepassioneerd kunstliefhebber, nam hem van jongs af aan mee naar de expo’s van de Latemse scholen. Vermoedelijk zijn daar talrijke kiemen ontstaan, al zie je dat in de eerste decennia van zijn oeuvre niet meteen terug. Pas na zijn verhuis naar Deinze, waar hij vanuit zijn appartement een eersterangszicht op de Leie had, begon de rivier zich onmerkbaar een weg te banen in zijn onbewuste – en via die weg in zijn werk. Lode, een landschapsschilder? Het idee doet hem glimlachen. Vroeger zou hij het resoluut hebben afgewezen. Nu laat hij zulke absurde vaststellingen toe, en omarmt hij het idee zelfs, zij het schuchter.

De uitnodiging om tentoon te stellen in museum Gevaert-Minne, naast of tussen enkele topwerken uit de Latemse School die tot de vaste collectie behoren, vormde op een vreemde manier een logisch vervolg op die trage ontwikkeling. Terwijl Lode nog speelde met het idee om Wim Lammertijn als gelegenheidscurator te vragen, kwam de gemeente zélf met dat voorstel op de proppen – zijn werk en leven lijken wel vaker zulke synchroniciteiten te bevatten. Een bijzonder goede ingeving: als directeur van het Museum van Deinze en de Leiestreek heeft Wim een rijke kennis van de Latemse kunstenaars, en als persoonlijke vriend kent hij het oeuvre van Lode door en door.

Wim kwam bovendien met het idee om gelijktijdig werk van Lode te tonen in de ‘crypte’ onder de gemeenteraadszaal van Sint-Martens-Latem. De huiselijke hippiesfeer van het museum en de betonnen kubus van de crypte konden qua omgeving nauwelijks sterker verschillen. Kan een consistent oeuvre als dat van Lode geloofwaardig gepresenteerd worden in zulke uitersten, zonder de bezoeker op te zadelen met een zweem van gespleten persoonlijkheid? Blijkbaar wel.

Het spoor van de Leie

foto boven: ©Jacky Bostoen
foto’s onder ©TheArtCouch

In museum Gevaert-Minne hield Wim het bewust subtiel. Het werk van Lode dringt zich niet op naast dat van de meesters, maar vormt accenten die de vaste collectie versterken, soms door vormelijke gelijkenis, vaker door een gedeelde stemming – alsof een gelijklopende emotie over de eeuwen heen telkens opnieuw de basis van het werk vormde. Treffend genoeg verschijnt zo, vermoedelijk door de aanwezigheid van de Leie in de ziel van kunstenaars als De Saedeleer of Van de Woestyne, de stroom ook vanuit het schijnbare niets in Lodes werk. Hij schildert geen rivier – hij had nooit die intentie – maar toch herken je haar sporen, de tracés die zich in zijn abstracte landschappen kerven.

In de zaal voor tijdelijke tentoonstellingen komt een ander aspect van zijn werk tevoorschijn. Wim ensceneerde er een Oosterse tuin rond twee grote werken van Lode, in het verlengde van het museumpark maar in Japanse traditie: een perk van witte kiezelstenen, afgebakend door een stevig zeemantouw, waarop enkele van Lodes coprolites werden geplaatst. De installatie is doordrenkt van symboliek – van de diepere betekenissen van de yin-yang-dichotomie, zichtbaar tot in de gebruikte materialen van een van de sculpturen, tot subtiele details in de coprolites die enkel door een scherp oog worden opgemerkt. De filosofie van de Japanse tuin, diep verankerd in de schilderkunst en gedragen door respect voor het mysterie achter de waarneming, is hier duidelijk voelbaar. Samen met de twee schilderijen is zo een plek ontstaan die intens uitnodigt tot meditatie – nog voor men ontdekte dat het bijgebouw oorspronkelijk ook daadwerkelijk als meditatieruimte was bedoeld.

Cryptische melodieën

foto ©Jacky Bostoen

De crypte van Sint-Martens-Latem biedt een geheel andere beleving van hetzelfde oeuvre. De werken zijn gegroepeerd in thema’s en verwijzen vooral naar zichzelf: als vaststaande gegevens, als feiten, ook al zijn ze losjes thematisch samengebracht. Toch overheerst ook hier de rijke, onuitgesproken symboliek. Zo bevat het magistrale Cello Cellae een interpretatie van de zes cellosuites, terwijl een van de coprolites de geheimen van een vriendschap voor altijd in haar kern lijkt vast te houden. De abstracte werken van Lode mogen dan resoluut abstract zijn bedoeld, ze kunnen niet nalaten verhalen te suggereren.

Het is moeilijk te verwoorden hoe de symbiose werkt tussen het kille beton, vol intrigerende vlekpatronen, en de organische abstracties van Lode. Soms leek het alsof ik op een steriel grijs plaatje door een microscoop naar een oneindig uitdijend heelal keek. De onderliggende verhalen vormen een continuüm: elk werk vloeit in het andere over, als een verrassend, vaak ongrijpbaar maar nooit geheel onbegrijpelijk geheel. In de crypte komt de homogeniteit van al die verhalen alleszins tot volle recht.

©TheArtCouch


De dubbelexpo [D]CNSTRCT, gecureerd door Wim Lammertijn, loopt van 13 september tot 7 december in de crypte van het gemeentehuis van Sint-Martens-Latem en in het gemeentelijk museum Gevaert-Minne.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op