Zitten er nog primitieve instincten in ons? Is het überhaupt nog zinvol die te hebben, voor de ‘moderne’ mens die zelfs geen fysiek gebaar meer hoeft te maken om iets te weten, een order uit te voeren of iets gedaan te krijgen? Vermoedelijk blijven er restanten over. Wat de mens aan instinct doorheen de evolutie heeft vergaard, kan niet zomaar in twee eeuwen moderniteit weggevaagd zijn. Al zullen slechts weinigen zich nog op dat instinct beroepen, laat staan enige nostalgie voelen bij het idee van de primitieve mens, die – in een vorm van animisme – nog veel dichter bij de natuur stond.
Ik vermoed dat ik zelf ergens tussen die twee uitersten balanceer. De evolutie en de mogelijkheden van – bijvoorbeeld – AI lijken me onvermijdelijk en, ondanks de duidelijke risico’s, uiteindelijk een positief fenomeen. Maar evengoed raakt de gedachte aan een voorouder die overgeleverd was aan de natuurelementen – wat wij in wezen nog steeds zijn – me diep.
Niets lijkt emblematischer voor dit spanningsveld dan het moment waarop de primitieve mens voor het eerst de contouren van zijn hand op een grotwand tekende. “Ik was hier. Ik heb bestaan.” Voor het eerst gaf hij uitdrukking aan zijn innerlijke leefwereld – een getuigenis van zijn intieme zelfbewustzijn. Voor wie deed hij dit? Had hij al een vaag vermoeden dat zijn genen generatieslang zouden worden doorgegeven, in een schier eindeloze keten van erfelijke evolutie?
Wat mij betreft lijkt het alsof de mens, toen nog onlosmakelijk verbonden met een omgeving die hij niet domineerde, dichter bij een waarheid stond – als zoiets al bestaat – dan de moderne mens. En ja, een vage vorm van nostalgie is me dan ook niet vreemd.
Misschien is dat waarom het werk van Ule Ewelt me zo raakt. Haar sculpturen van prehistorische dieren – voornamelijk mammoeten – hebben net dat als doel: “I want my sculptures to resonate with viewers on an emotional, instinctive level,” schrijft ze, “transporting them back to the time of prehistoric humans and creating a bridge to the unconscious that preserves its roots in our origins.”
Tegelijkertijd biedt haar werk een reflectie op de huidige staat van de mensheid. Door te verwijzen naar een tijd waarin de band tussen mens en omgeving nog ongerept was, wijst ze ons via die primitieve staat op een dualiteit die, zij het vervormd, nog steeds standhoudt. “These animals represented both a source of food and raw materials as well as a life-threatening danger,” zegt Ule.
De dieren boezemden tegelijk ontzag én respect in. Ze vormden een bron van voeding, maar ook een bedreiging. In tijden waarin we achteloos een vorm van intelligentie ontwikkelen die ons uiteindelijk zou kunnen overstijgen, spreekt deze analogie tot de verbeelding.
Evenzo met de vraag of er een ziel huist in niet-menselijke wezens. Voor de primitieve mens was dat vanzelfsprekend. Het Latijnse anima, waar ons woord ‘dier’ van is afgeleid, betekent tegelijk ziel, leven, wind en adem. Ook daar wijst Ule op. Haar werk nodigt ons uit om het leven te benaderen vanuit een ander, niet-louter menselijk perspectief. Het is een antwoord op wat de Franse natuurfilosoof Baptiste Morizot de crise de la sensibilité noemt: “L’appauvrissement des mots, des capacités à percevoir, des émotions et des relations que nous pouvons tisser avec le monde vivant.” (De verarming van woorden, van het waarnemingsvermogen, van emoties en van de relaties die wij met de levende wereld kunnen aangaan.)
Anders denken, anders zien – het is wellicht precies die houding waartoe kunst ons oproept. En misschien is dát net wat haar onweerstaanbaar maakt.
Werk van Ule Ewelt is tot 21 april te zien op de lentetentoonstelling van Galerie Adrienne D in Marke, naast werk van onder meer Karin Bablok en Elke Sada.
- ‘Innig’ in Torhout, een subtiele en verrassende brug tussen verleden en heden - december 12, 2025
- Van Brazilië tot Italië, 10 in het oog springende privémusea wereldwijd - december 12, 2025
- Eros aan de Styx, de zwijgende maar veelzeggende nieuwe reeks van Steven Peters Caraballo - december 7, 2025





