‘Wanneer de tijd struikelt’, de schemerzone tussen ontstaan en vergaan

Het is een van die bevreemdende inzichten waarop we in onze zoektocht naar de fundamenten van de fysieke realiteit botsen: dat tijd, en dus ook de dans van oorzaak en gevolg, zich misschien niet continu ontvouwt, maar discreet — in kleine pakketjes werkelijkheid, afzonderlijke noten die wij als een symfonie ervaren. Zoals een partituur de tekens bevat die het muziekstuk structureren, zo lijken ook de wetmatigheden van de wereld zich te laten lezen als een ordening van afzonderlijke elementen. Maar wie de partituur leest, kent daarom nog niet de ervaring van de muziek. De tekens verklaren het geheel niet; ze vatten niet de gevoeligheid, de spanning of de betekenis die in het samenspel ontstaat.

Er is geen grens, geen scheidingslijn tussen de noten en de symfonie, geen moment waarop je kan zeggen dat daar het potentieel ontstaat om gevoelens op te wekken of tot inzichten te inspireren. Tussen het verdwijnen van de afzonderlijke elementen en het ontstaan van de inherente harmonie is een schemerzone, een tussenruimte waarin beide als mogelijkheid vervat liggen.

Het is een tussenruimte waar kunstenaars zich intrinsiek in nestelen, een thuishaven misschien. Al toont de diversiteit van de praktijk, de verschillende, soms tegenstrijdige uitgangspunten en verschijningsvormen, dat deze ruimte onmetelijk ruim is. Ze laten zichtbare sporen na in dit onbestemde landschap, als tekens van wat even heeft bestaan, maar daardoor ook als affirmatie van het bestaan.

In Wanneer de tijd struikelt worden zulke sporen het uitgangspunt van een ontmoeting tussen twee kunstenaarspraktijken. Sporen die zich met de wind laten meevoeren, en sporen die zich onder ons gewicht in de aarde aftekenen. Het metaforische en het fysieke raken hier verstrengeld. Wat rest, is een teken van aanwezigheid — van wat is geweest, van wat nog in wording is, van wat onafwendbaar verdwijnt.

De tentoonstelling ontvouwt zich als een parcours waarin die twee werelden eerst afzonderlijk ademen en zich vervolgens met elkaar verstrengelen. Op de eerste verdieping krijgt elke praktijk een eigen ruimte; op het gelijkvloers onderzoeken de kunstenaars de symbiose tussen hun manieren van kijken en beleven.

Daarin ligt wellicht de diepste verwantschap tussen beide kunstenaars. Want hoewel zij vanuit verschillende gevoeligheden vertrekken, laten zij elk sporen na die uiteindelijk hetzelfde onthullen. Bij Lammers gebeurt dat eerder metaforisch, als een subtiele afdruk in de ervaring, het geheugen of de waarneming. Bij Jacobs krijgt dat spoor ook een fysieke gestalte, tastbaar in materiaal, afdruk, zaad, tekening of gebaar. Maar in beide gevallen gaat het om dezelfde beweging: niet het vastleggen van een afgeronde werkelijkheid, maar het zichtbaar maken van wat zich slechts in resten, tekens en overgangen laat kennen.

Wanneer de tijd struikelt toont zo hoe betekenis niet alleen ontstaat in wat groeit of verschijnt, maar evenzeer in wat slijt, verschuift of achterblijft. De sporen die hier worden nagelaten — de ene metaforisch, de andere fysiek — verwijzen uiteindelijk naar dezelfde grondlaag van ervaring: dat ontstaan en verval geen tegenpolen zijn, maar elkaar wederzijds zichtbaar maken. En dat wij misschien precies daar, in die hapering van de tijd, iets van de essentie opvangen.

foto’s: courtesy kunstenaars


Wanneer de tijd struikelt’ met werk van Ine Lammers en Frie J Jacobs loopt van 15 maart tot 19 april bij kunstruimte R121, Rijselstraat 121 in Ieper. Open op zaterdag en zondag van 14-18u.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

1 Comment

  1. Geachte heer,

    Beste dank voor de publicatie – altijd van harte welkom.

    Artistieke groeten,
    R121
    Filip en Bea De Cock – Van Imschoot

    Post a Reply

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op