Ach, nieuw is het niet; het lijkt zelfs een trend te worden: hedendaagse kunst tonen in plekken met een bijzondere geschiedenis. Maar boeiend is het steeds, al was het maar omdat het uitnodigt om te bespeuren hoe de kunstgeschiedenis — en de geschiedenis tout court — sporen nalaat in de kunst. Geen enkele kunstenaar opereert in een vacuüm, schrijf ik in het voorwoord van de nieuwe editie van TheArtCouch magazine: ook al wil je je als kunstenaar verzetten of iets totaal vernieuwends doen, je slaagt er nooit in volledig abstractie te maken van wat er voor jou werd gemaakt.
Maar de expo We dwalen door de nacht en raken verstrikt in het vuur in de schatkamers van Luik zet ook op andere manieren aan om verder na te denken. De talrijke verhalen, rituelen, macht en devotie die schuilen in reliekhouders, gewaden, ivoren, schilderijen en objecten — en die er feitelijk niet toe bedoeld waren om bekeken te worden — botsen enigszins met de drang van kunstenaars om gezien te worden, het liefst nog door zoveel mogelijk mensen. Dat de Schatkamer nu, voor het eerst, haar deuren opent voor hedendaagse kunst, kan in zekere mate als een relativering worden gezien van de hedendaagse kunst, of tenminste als een spiegel, alsof ze de kunstenaars wil meegeven: waar doe je het precies voor?
Ik weet niet meer precies waar ik het las, die vergelijking tussen een kunstwerk en een foto van een geliefde die naar het front vertrekt. De foto wordt zoveel meer dan een herinnering aan de trekken of het gelaat van de gemiste persoon; het wordt een geladen voorwerp vol herinneringen en aspiraties, vol beloftes en geheimen. Het velletje papier wordt een schatkamer aan complexe, intieme emoties. De symboolwaarde van de oude relieken is misschien verloren gegaan voor de moderne kijker, maar in oude tijden moet het voor de bezitter of de toeschouwer een even grote bron van betekenis zijn geweest. In die zin houdt dit erfgoed ons een vervormende spiegel voor in een tijd waarin kunst vaak gereduceerd wordt tot haar mercantiele waarde, of kunstenaars zelfs schuwen om aan hun werk een symbolische betekenis toe te kennen. Deze redenering kan op talrijke manieren worden geplooid, weliswaar; ook dat is het mooie aan kunst.
Het is een ambitieuze expo, niet enkel om het aantal hedendaagse kunstenaars dat er wordt getoond, maar evengoed omwille van de afmetingen ervan, die misschien niet in verhouding staan tot het intieme karakter dat je bij een schatkamer verwacht. Over 1.500 m², verspreid over elf zalen, wordt een veelstemmig parcours opgebouwd met 78 kunstenaars: schilders, fotografen, videomakers en beeldend kunstenaars. Het is een uitnodiging om de plechtige ruimte op een heel andere manier te ervaren: die van video, van stilstaande beelden naast bewegende, van een zintuiglijk parcours waarin de aandacht voortdurend verschuift.
Misschien is dat wel het meest boeiende aan We dwalen door de nacht en raken verstrikt in het vuur: dat het niet wil bewijzen dat hedendaagse kunst “past” in erfgoed, en vice versa. Het toont evengoed hoe erfgoed en hedendaagse kunst elkaar kunnen ontregelen. Het sacrale waar we geen plaats meer voor hebben, wordt vervangen door een andere belevenis; het is lastig in te schatten of ze in dezelfde waardeschaal passen. Het romantische idee dat de huidige tijd zomaar in het verlengde ligt van het verleden, in een tomeloze stroom die naar een hogere bestemming leidt, wordt op talrijke manieren in vraag gesteld. Maar dit op zich is uiteraard eveneens waardevol.




View of the show. Nous tournoyons dans la nuit et nous voilà consumés par le feu. Trésor de la cathédrale © Espace 251 Nord © Philippe De Gobert
“Nous tournoyons dans la nuit et nous voilà consumés par le feu” (par Espace 251 Nord) loopt nog tot 23 maart in de Kathedraal van Luik. Klik hier voor alle info!



