Kunstenaars plegen zich de laatste decennia te positioneren in de kunstgeschiedenis. Zij zoeken een eigen bijdrage te leveren via niet ontegensprekelijke dialogen met de grondleggers van moderne stromingen en met citaten uit de gehele kunstgeschiedenis.
Om het werk van Charlotte Vandenbroucke te situeren, komt men snel tot drie lijnen. Ze heeft iets met het zwarte vlak als terugkomend gegeven. Ze wentelt zich gezellig in de arte povera en in de materiekunst op haar eigenzinnige wijze, zonder ook maar een duimbreed toe te geven aan haar eigen ‘vormwil’ om eens een term van Aloïs Riegl te gebruiken. Zelfzeker niet zonder enige nervositeit danst ze rond haar werk zichzelf bevragend over haar tevredenheid met het resultaat, een zelf gerolde steeds maar uitdovende sigaret in de hand, symbool van vrouwelijke creativiteit. Ze mogen er zijn haar werken. Wat foto’s van monochromen zelden bereiken, wordt via rechtstreeks oogcontact bewerkstelligd, zelfs het dode zwart begint te leven. Over het zwarte vlak in de kunst ga ik het hier niet hebben. Om dat te duiden is er een boekdeel nodig. Wel iets over arte povera en materiekunst.
Arte Povera
In 1967 bracht de criticus Germano Celant in Genua een aantal Italiaanse kunstenaars in een tentoonstelling samen onder de naam ‘arte povera’, ‘arme kunst’. De armoedigheid van deze kunst is niet alleen gelegen in het vaak goedkope materiaal, maar ook in de poging om een zuivere houding aan te nemen tegenover de kunst. Een kunst die een alternatief zou moeten zijn voor de consumptiemaatschappij. Een kunst die ervoor zorgt dat kunst en leven, natuur en cultuur elkaar kruisen. Ze trachten een subjectief begrijpen tot stand te brengen van materie en ruimte die de ervaring van de primaire energie moet toelaten. Onder ‘primaire energie’ wordt de energie verstaan zoals die aanwezig is in alle aspecten van het leven, energie die onmiddellijk ervaren wordt en niet via de voorstellingen van het leven, of via ideologieën en clichématige talen.
Materiekunst
Bij de materiekunst wordt dan vooral de nadruk gelegd op het feit dat verf soms vermengd wordt met materialen die daar normaal niet thuishoren: zand, textiel, hout, glas, metaal en stro. De materie wordt nog sprekender wanneer erin gekrast wordt.
Kern van deze benadering is dat het materiële deel van het tekensysteem dat men ‘kunst’ noemt, de betekenis mee voortbrengt. Niet enkel de vorm spreekt, het materiaal heeft ook zijn zeg. Dit wordt pas echt duidelijk wanneer men de vorm negeert en er als het ware een antivorm van maakt. Als ook vormloosheid betekenis kan produceren, dan kan dit enkel het bewijs zijn dat de materie daar de oorzaak van is. Het impliceert tevens dat het vormloze niet loos is, maar een evenwaardige vorm is naast de erkende en de behoorlijk bevonden geijkte vormen.
Charlotte Vandenbroucke
Charlotte Vandenbroucke doet er haar eigen ding mee. Roofing en teer zijn haar lievelingsmaterialen, niet onmiddellijk te associëren met de zachtaardigheid van een teddybeer. Charlotte bedwingt ze. Ze worden gekneed en men krijgt zin ze te aaien. Zo de tafel met twee stoelen, het centrale werk in de tentoonstelling. “Mag ik er eens aanzitten” durfde ik niet te vragen bij mijn atelierbezoek. “Niet aanraken” straalden ze zelf uit. De stoelen staan overigens zo geschikt dat ze niet aanzetten tot zitjes voor een gezellige babbel. Op de scène van het toneelstuk Waiting for Godot van Beckett zouden ze niet misstaan. Vervreemding is inderdaad een kenmerk van haar werk, door het ontvreemden van materialen. Naast pek gebruikt ze ook veel metalen als materie. Het duistere van haar gemoed probeert ze te spiegelen in opgeblonken delen ervan. Zo trekt ze ook de toeschouwer mee in het bad. Dat ’Ken uzelf ‘, flauwe kul is, een orakelspreuk goed voor op tempels, laat ze zien via spiegels die spiegelend verder spiegelen. Het ‘vlottende’ van de betekenisproductie, zoals de post-structuralisten ons leerden.
Haar tafel is een object, geen gebruiksvoorwerp, zoveel is duidelijk. Het blad kan vertikaal bekeken worden. Terugkomend gegeven is het spel tussen concreet en abstract, tussen gebruik en beschouwing als mogelijk relatie met de dingen. Relaties mogen niet vast gehecht geraken. Dat toont de kunst ons.
Voor de materie-effecten sluiten grafiet en houtskool goed aan bij roofing. Hier zit wel aansluiting met de klassieke middelen van het tekenatelier. Rubber dan weer niet, maar het past bij het ongepaste van de supplementaire materies. Het is niet al zwart dat blinkt. Om kleur te brengen maalt ze zelf gevonden stenen, ook zeer tactiel.
Haar zoektocht naar het fundamentele, niet om het te funderen, maar om het te laten kantelen, is het koppel-teken dat ze met het werk van Koen van den Broek vormt.


Charlotte Vandenbroucke “Untitled”, 2024 & “Untitled”, 2023-2024 (©Dauwens Baernaerts)
Blockbuster met werk van Charlotte Vandenbroucke en Koen van den Broek loopt nog tot 22 juni in het cultuurcentrum van Destelheide. Klik hier voor alle info.

- Drie aspecten in het werk van Charlotte Vandenbroucke - februari 13, 2026
- “Het probleem met de faam van een kunstenaar is dat hij twee keer naam moet maken, eens levend en eens dood.” - oktober 24, 2025
- ‘Super Nature’, de eindeloze zoektocht naar de aard van de natuur - oktober 3, 2025



