Antony GORMLEY heeft de leeftijd van mijn vrouw. Ikzelf ben drie jaar jonger. Aangezien ik al een zo’n halve eeuw de actuele beeldende kunst in binnen- en ook (deels) buitenland volg, ben ik enigszins vertrouwd met ’s mans oeuvre. Opvallend: het geeft me hoe dan ook altijd een goed gevoel als ik een “Gormley” tegen het lijf loop of in de verte zie opdoemen. Rustgevend. Monumentaal of op mensenmaat: onverstoorbaar. Aanwezig.
Zo is zijn prototype mens nooit ver wanneer ik in Rotterdam ben. Sinds ik het veel te drukke Amsterdam na vele jaren voor de Feyenoord-stad heb ingeruild, zie ik hem haast elke dag (ons hotel bevindt zich op loopafstand) op het dak van de Kunsthal. Ergens daarachter is het water. De haven. Ook in “Voorlinden”, het knappe privémuseum vlakbij Utrecht, heeft een kleiner exemplaar in zijn bezit. Wanneer je daar het museum verlaat en in het landhuisje iets gaat eten of drinken, loop je erlangs. Heel veel ruimte er omheen, maar hij staat er. En blijft er. De sculptuur straalt rust uit. In Lelystad (2010), hoofdstad van Flevoland, het land dat Nederland op zee heeft veroverd, staat zijn “Exposure”, een doorzichtig, 26 meter hoog (mensen)wezen dat ze daar “De Poeper” hebben gedoopt. Zijn echte naam is “De hurkende man”…
In het Engelse Gateshead (Noord-Engeland) staat zijn immense “Angel of the North” (1998). Voorts heeft de kunstenaar en “sir” in talloze belangwekkende musea binnen en buiten Engeland geëxposeerd. De bezoekers van Beaufort in de Belgische kuststeden zullen ook niet snel de honderd (!) Gormley-beelden vergeten op het strand van De Panne. Je zag ze bij eb en ze verdwenen bij vloed. Een schitterende ervaring dit te zien gebeuren!

Flat Tree, 1978, larch wood, diameter: 6.78 m. Photograph by Stephen White, London, source: Creative Commons
HERKENBAAR
Een werk van Gormley haal je er zo uit. Zoals je meteen een Moore herkent, een Picasso, een Malevich, een Munoz (mijn absoluut favoriete kunstenaar), een Munch, een De Bruyckere (om eens iemand van bij ons te noemen), een Morandi… Ik kan zo nog een hele tijd doorgaan, wel zo herken je meteen een “Gormley”. De mens, ontdaan van alle anekdotiek, alleen de buitenkant of zichtbaar uit elementen opgetrokken.
Antony Gormley (°1950) is een Londenaar, een van de meest toonaangevende hedendaagse beeldhouwers ter wereld. Hij was laureaat van onder meer de fameuze Turner Prize en is ondertussen ook geridderd. Nu treedt deze kunstenaar met “GEESTGROND” in dialoog met het K.M.S.K.A., het prachtig gerenoveerde koninklijke museum van Antwerpen op de De Wael-plaats, en met in dit museum aanwezige kunst. Enkele topwerken kregen een plaats in een zeer doordachte, knappe tentoonstelling. Er kwam ook een curator bij kijken. Niet de eerste de beste (want met curatoren dweilen ze tegenwoordig de straten), maar Carolyn Christov – Bakargiev. Haar kent de kunstliefhebber vast nog van de 5-jaarlijkse hoogmis van de actuele beeldende kunst in het Duitse Kassel, de Documenta (het was Documenta XIII om precies te zijn), in de stad waar onder anderen Joseph Beuys en Stephan Balkenhol zijn geboren.
Ik ben er met de trein naartoe geweest, naar het K.M.S.K.A. Omdat zich de dag voordien in Buggenhout een tragisch ongeval met een schoolbusje had voorgedaan en de trein daardoor niet verder dan Antwerpen-Zuid reed, liet ik node een zoveelste blik van bewondering op dat prachtig Antwerpse stationsgebouw schieten en was ik op wandelafstand van het Zuid en dus ook van het K.M.S.K.A.


foto: Johan Debruyne
IJSTIJD
Voor wie Antony Gormley helemaal niet kent, de kunstenaar focust al zijn hele artistieke carrière op het menselijke lichaam. Hoe het zich beweegt in en verhoudt tot de ruimte, de architectuur… Dit laatste al zeker in het geval van “Geestgrond”. Die relatief kleine (uit metalen staafjes samengestelde) “Gormley” die de bezoeker a.h.w. een goeie dag wenst eer hij/zij het museum betreedt, is er eentje is om te koesteren. Heerlijke sculptuur. Transparant, open, vriendelijk, gastvrij, vlak naast dat prachtige werk van Cristina Iglesias, dat er permanent ligt. Zo anders dan de “Gormleys” die in regel groot en sterk zijn, van staal of brons zijn gemaakt.
De titel van deze intrigerende tentoonstelling, “GEESTGROND” verwijst naar een soort lichte zandachtige bodem (lees ik) die ontstond vlak na de Ijstijd. Geest verwijst naar de ziel; grond naar de bodem.
QUESTIONS…
Veel doen ze niet, de G-wezens of G-mensen. Ze staan, liggen, leunen, hurken… Onverzettelijk. Stoer, toch wel. Open of in zichzelf gekeerd. Nee, ik weet niet echt of hoe ze zich voelen. Maar kijk, ik dicht ze “echtmenselijke” trekken toe. De mensen die Gormley gestalte geeft en in de ruimte plaatst “zijn” in de eerst plaats. Ze geven niet zoveel prijs. Het is hun houding in de ruimte. Het doet me weinig. Maar ik toef ontzettend graag in hun nabijheid. Ze stralen doorgaans toch wel rust uit. Ik twijfel. Met reden, vindt de kunstenaar zelf, want ergens lees ik: “My work asks questions: what can sculpture do and what does it feel to be alive?” Sculpturen maken me doorgaans gelukkig. Ze brengen rust. Ze zijn ongevaarlijk. Ze starten geen oorlog. Ze doen geen kwaad. Nog eens: ze “zijn”. Misschien kunnen we ervan leren.
Een groot deel van verdieping 1 van het K.M.S.K.A. wordt ingenomen door het oeuvre van Antony Gormley. Ik heb altijd van ze gehouden, omdat ze rust uitstralen. Dat is het! Een onverstoorbaarheid en zielenrust die ik de mens vandaag nog amper durf toe te dichten. Gelukkig met zichzelf. Er is zo veel geweld. Het lijkt alsof WOIII al enige tijd aan de gang is en overal worden wapens gevonden, wordt er geschoten en neergestoken. De mens deugt niet. Ik weiger al tijden de bestseller te lezen die het tegendeel beweert. Maar de G-beelden bougeren niet. Wij doen dat wel. Zij verhouden zich tot de ruimte. Er is er een die met enorm lange armen de muren probeert te vatten en een die met zijn lange nek bijna tot aan het plafond reikt. Het lukt net niet. Wat bedoelt Gormley hiermee? Hebben ook zijn “wezens” bijwijlen iets “streberigs”?


foto: Johan Debruyne
BOEDDHISME
Ik denk wat wijzer te zijn geworden door een aantal zaken op te gaan sporen. Gormley heeft ooit geschilderd. Hij heeft archeologie en antropologie gestudeerd. Hij is naar India en Sri Lanka getrokken om zich in het Boeddhisme te verdiepen. Ja, die bedaardheid. Die rust. Dit alles straalt deze tentoonstelling wel uit. Het staat/zit allemaal goed; perfect in evenwicht. Ook de weinige werken uit de collectie van het museum die hij een plaats gunt in deze ruimte, die voor een hele tijd zijn ruimte is. Dat superbe zeeschap van Ensor. “De Man van Smarten” van dezelfde Oostendse grootmeester. Het lijkt alsof dit kleine schilderij al het leed incarneert en ons, bezoekers, bevrijdt.
Er is nog een gigantisch werk. Je mag erin maar moet een helm op voor het stoten. Een kleine jongen amuseert zich rot en baant zich een tweede keer een weg doorheen dit gigantische lijf in rust. Ik benijd de rakker maar gun het hem. Ik ben te lang, niet zo groot als de bijna 2 meter grote kunstenaar, maar toch, en reuma speelt me tegenwoordig te veel parten. Zo groot, zo zwaar en toch is het goed. Alles lijkt te kloppen. Ik verzeil nog in een tweede tentoonstelling die aansluit op deze van Gormley: “Zingend Rood”: Ensor, Schmalzigaug (wat een onderschatte kunstenaar deze Belg!) en Rik Wouters. Mooi, mooi, mooi!!! Mooi? Het mag nog!
*Antony Gormley, “Geestgrond”, tot 20/9 in het K.M.S.K.A. ANTWERPEN
Antony Gormley, Geestesgrond – courtesy K.M.S.K.A.




