Van de ter ziele gegane New Yorkse band “The Talking Heads” is het nummer “Psycho Killer” me bijgebleven. Toen de band in 1974 begon was ik er amper 21. Het lied had zich in mijn oren gewurmd. Ik was op weg naar…Hingene.
Tot nog toe was ik een enkele keer in dat dorp geweest. Het ressorteert onder het meer bekende Bornem en bevindt zich op een kleine 100 kilmeter van mijn thuis. Ik had er dus al eens doorheen een indrukwekkend en knap bewaard kasteel gestruind op zoek naar moois. Nee. Zoeken hoefde niet. Het was genieten! De schoonheid spatte je in het gezicht. De tentoonstelling heette “THE BEAUTY OF THE BEAST” en was gecreëerd in samenwerking met het K.M.S.K.A. Antwerpen, dat toen potdicht was voor een grondige renovatie waarvan we vandaag het exquise resultaat kennen.
Niet alleen omdat ik dol ben op dieren vond ik het een van de knapste tentoonstellingen die ik ooit in Belgenland had gezien. Het is ondertussen vele jaren geleden en tot op vandaag haal ik met gemak bepaalde beelden nog levendig voor de geest. Ik beschrijf er een. Een monumentale foto. Het werk van een zogenaamde “urban photographer” én piloot (las ik later) van wie ik nooit eerder had gehoord. Het werk heette “THELMA EN LOUISE”: een oud, verlaten en leeg huis, waar een deur halfopen stond en waar twee verloren hennen blijkbaar gehaast hun weg zochten. Uniek!
Ik herinner me ook de gemoedelijkheid van het personeel in het kasteel d’Ursel (bijna vier eeuwen door de adellijke familie als zomerresidentie gebezigd) en die van twee volkse kroegen vlak in de buurt van het domein, waar blijkbaar naar hartenlust gewandeld en gefietst wordt.
Nu ben ik er op een hete zondag in mei naartoe gereden. Het gros van mijn landgenoten had zich naar de kust gehaast, zodat het er in het kasteel rustig aan toe zou gaan om optimaal te genieten van alweer een beklijvende tentoonstelling, met name: “TALKING HEADS”. Dit keer draait het niet om dieren, maar om portretten van mensen en wel over 4 eeuwen gespreid: van 1626 tot 2026. En dieren, tja, die zou ik onder meer in fantastisch geschilderde portretten van EDDY STEVENS (BE, 1965) te zien krijgen, de kunstenaar van wie een schilderij het campagnebeeld is geworden. Uniek trouwens wat deze kunstschilder in het kasteel laat zien: een knettergekke mix van realiteit en fantasie, maar virtuoos geschilderd!
Als liefhebber van vooral actuele beeldende kunst was ik in hoofdzaak mijn gading aan het zoeken in beelden die “vandaag” vorm hebben gekregen. Werken van 51 (!) kunstenaars verspreid over 3 verdiepingen en talloze kamers. Snel maakte de catalogus veel bij me los. Rake omschrijvingen en vaak goed gevonden links tussen soms eeuwenoude portretten (je leert gaandeweg de adellijke familie een beetje kennen) en hedendaagse werken. Het kasteel is vandaag eigendom van de provincie Antwerpen. Koen De Vlieger – De Wilde is er directeur. Er wordt veel georganiseerd, maar de familie d’Ursel is het kasteel nog zeer genegen. Over drie verdiepingen vol authentiek en goed bewaard behang, eeuwenoude en gerestaureerde portretten en in het interieur verwerkte schilderijen (vaak verfijnde Japanse meesterwerken), en ook nog heel wat portretten van graven, gravinnen, hertogen, al eens door edellieden geschilderd… Soms pareltjes van oude kunst waarvan de meester niet is gekend, maar waarvan wel wordt vermoed wie de kunstenaar was.




Talking Heads: WVB door Kati Heck | oud portret Charles Joseph | Matthieu Ronsse | Steven Peters Caraballo
MIEKE TEIRLINCK en HERTOG MATISSE
De Brugse kunstenares Mieke Teirlinck (°1959), bekend van haar realistische doeken waarin de actualiteit centraal staat en waaruit een grote betrokkenheid en empathie met ontheemden en mensen-die-enigszins-anders-zijn spreekt, kwam het dichtst bij de familie d’Ursel. Ze had immers de opdracht aanvaard de jongste hertog, Matisse (°2001), die in Spanje verblijft, te portretteren. Hij is in het kasteel komen poseren. Wel, Teirlinck is met glans in haar opdracht geslaagd. Niet alleen zette ze die knappe gast meer dan keurig op het canvas neer, maar ze speelt met het licht en de titel Talking Heads indachtig, spreken Matisss’s ogen boekdelen. Een mix van trots en laat me met rust.
Je moet er dus heel wat kamers en gangen door, maar alles is er prima aangeduid en de catalogus is een uitmuntende gids. Het begint al bevreemdend met URSULA (Ursula Michaelsen, °1940). Zij is de negende hertogin en ze verkiest eigengereid niet voor een portret, maar laat een 2-luik schilderden door ene OCTAVIO WOHLERS (De): “Ursula, romantische Seele” en “Ma Normandie”. Beide abstracte schilderijen dateren van 2025, olie op doek. Zij zetten de toon voor een tentoonstelling met heel wat verrassingen.
Ik zal in mijn relaas de hele wandeling opnieuw doen, maar gezien mijn voorliefde voor actuele kunst, zal ik het vooral hebben over de portretten die nu gemaakt zijn en de vaak interessante associaties met de oude werken, die allemaal refereren aan de familie d’Ursel. Ook kleine ragfijne medaillons. Je kan het zo gek niet bedenken.


Talking Heads: Michaël Borremans | Mieke Teirlinck.
GEKKE, INDRUWEKKENDE WERELD VAN MAEN FLORIN
De bezoeker wordt (voor de ingang) verwelkomd door een frappante “kop” geboetseerd door MAEN FLORIN. Helemaal aan het einde van de “rit” staan talloze gigantische koppen van haar op de grond uitgestald. Ik citeer de catalogus: “Sinds 2015 legt beeldhouwster (ze houwt eigenlijk niet, maar bouwt op met klei en beschildert met glazuur/J.D.) Maen Florin (°1954) zich vooral toe op keramiek en maakt ze monumentale werken, waarin ze de menselijke aard blootlegt. Haar koppen zijn archetypes voor het podium van de wereld waarop de menselijke komedie zich afspeelt.” De koppen van Florin zijn groots. Ze typeren een heel leven, droefheid, angst, melancholie en andere gevoelens zitten in de klei verankerd. Dit is Belgische topkunst. Een van de koppen draagt de naam “Hero”: een enkel gaaf, knap mannengezicht. Een beetje… adellijk? De reeks heet “Blue and Blind”, typerend voor de tijdsgeest.
Dezelfde melancholie vindt u bij het betreden van de zaal ook in een knap houten portret van STEFAAN DE CROOCK (°1982) samengesteld uit hout dat al een heel leven achter de rug heeft. De Croock zet de tijd dan wel even stil, maar uit zijn werken spreekt vooral melancholie. Toen ik het portret van Matisse (Mieke Teirlinck) zag, dacht ik onwillekeurig opnieuw aan het portret van De Croock. Matisse leek me een ietsje meer zelfverzekerd. Maar bij beiden is er die blik. Zo wonderlijk is dit bij De Croock, omdat zijn portretten niet eens ogen hebben. Ze hebben wel een blik! Een klasbak die niet zo lang geleden een solo kreeg toebedeeld in maar liefst drie Brugse Musea. Groot talent! Zijn portret hangt naast dat van Joseph, 6de hertog (1848 – 1903) als Senaatsvoorzitter, naar het portret van EMILE WAUTERS (1905) door DOLF VAN ROY (BE).
Bescheiden zoals altijd is de inbreng van TINUS VERMEERSCH (°1979). Twee keer “Untitled”. Een gipsen creatie en een gelig portret dat ook hier weer in dialoog lijkt te gaan met het portret van de adellijke figuur ernaast. Werk van Tinus verwachtte ik hier niet, maar achter een soort pruik (typerend voor zijn oeuvre) zal wel een gezicht verborgen zitten. Het grote werk van DIRK ZOETE palmt een kleine kamer in. Ik vermoed dat de kunstenaar het niet optimaal tot zijn recht heeft kunnen laten komen. Dit verraadt de foto inde catalogus. Maar goed, het is altijd boeiend om een “Zoete” te ontmoeten.

Talking Heads: Maen Florin
STERKE HOMMAGE KIEFER
GIDEON KIEFER (°1970) pakt heel sterk uit. Enerzijds zou “The Canopy Watchter” een zelfportret kunnen zijn, suggereert de catalogus; anderzijds is er het werk “FILIP”, een indrukwekkende hommage aan een overleden jeugdvriend. De werken zitten vol symboliek, maar toch neemt die niets weg van de kracht van de portretten. Let op de bloemen, zowel op het hoofd als tussen de wortels van de boom.
In een kleine kamer tekent MAARTEN INGHELS (°1988) met de letters Z, O en T een ventje. Hij doet het wel met neonletters. KATI HECK (D, 1979) intrigeert dan weer onder andere met een weergaloos portret van het modeicoon Walter Van Beirendonck. We zagen het eerder bij Tim Van Laere.
MICHAEL BORREMANS (°1963) toont onder een glazen stolp het bekende werk “The Ear” (2011). Het doek toont rug en hoofd van een vrouw tegen een donkere achtergrond, terwijl het licht op het oor focust. Om bij technische hoogstandjes te blijven: STEVEN PETERS CARABALLO (°1978): “Ophelia” en “156 seconds” (het hoofdje van zijn pasgeboren zoontje, 156 seconden na de geboorte. Verbluffend knap!
Heel merkwaardig is dan weer hoe JULIAN OPIE (UK, 1958) in enkele lijnen een figuur kan vatten. BEN SLEDSENS (°1981) laat ons getrouw een droomwereld zien, er is het verbazende “Hidden BERNARD” van VOLKER HERMES (De) die heerlijk inspeelt op een reeks pastels van de familie D’Ursel en geweldig is het hoe EVELIEN KIESKAMP(NL, 1977) met steengoed en engobe “Introspection” realiseert: een vrouw met haar hand tegen het hoofd. De dame ziet het echt totaal niet meer zitten. Anderzijds relativeert de rode neus een en ander. Lief en leed… Het leven.
YVES VELTER (BE, 1967) toont onder meer een sculptuur en een aantal portretten waarbij hij zich van een warmtecamera bedient. MATTHIEU RONSSE (BE, 1981) verrast altijd. Hij palmt een kamer in. Een soort atelier met een bed en overal rotzooi. Temidden dit zootje ontdekt de aandachtige kijker hoe knap Ronsse schilderen kan.
Alle werken beschrijven zou ons te ver brengen, maar TALKING HEADS laat nog zo veel meer zien. Ik denk bijvoorbeeld aan de heerlijke werkjes van ene DAAN COUZIJN (NL, 1984) en de bizarre creaties van VILSON BICAKU (AL, 1982). Curator VEERLE MOENS heeft dat uitstekend gedaan!
“TALKING HEADS” in KASTEEL D’URSEL HINGENE (BORNEM) tot 2 november 2026, op zon- en feestdagen. Toegang: € 16; kinderen gratis. U kan er ook lekker zitten en iets nuttigen.
(foto’s: © Joris Ceuppens en Johan Debruyne)



Talking Heads: Eddy Stevens | De Croock naast portret adellijke heer d’Ursel | Gideon Kiefer en Vilson Bicaku



