Ik weet niet of iemand ooit de oefening heeft gemaakt om na te gaan welke invloed eenzelfde gebeurtenis heeft gehad op het werk van kunstenaars die ze samen ondergingen. Materiaal genoeg, lijkt me. Neem alleen al het grote aantal Belgische kunstenaars dat tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Engeland vluchtte: Edgard Tytgat, Jan De Clerck, George Minne, Léon De Smet, Gustave Van de Woestijne, en vele anderen.
In 1916 verscheen in Londen weliswaar de publicatie Belgian Art in Exile: A Representative Gallery of Modern Belgian Art, bedoeld als een uiting van “vaderlandse geestdrift” en als eerbetoon aan een Belgische kunst die niet door de bezetter onderdrukt kon worden. Maar daarmee weten we nog niet welke impact het leven in ballingschap op het oeuvre van deze kunstenaars heeft gehad.
Constant Permeke was een van hen. Toen hij bij de verdediging van de Antwerpse fortengordel zwaargewond raakte aan zijn been door een obusscherf, werd hij naar Engeland overgebracht. Met de steun van het Rode Kruis en van andere Belgische vluchtelingen, onder wie vooral de schilder Jan De Clerck, kon het gezin Londen aan het einde van dat jaar verlaten. Ze kregen een huisje toegewezen in Stanton Saint Bernard, een klein dorp in Wiltshire, waar ze een jaar lang door de dorpsbewoners werden onderhouden. In 1916 trokken de Permekes verder naar het zuiden en vestigden zich in Chardstock, een conservatief dorpje van zo’n 110 inwoners, gelegen in het heuvelachtige landschap op de grens van Devon, Dorset en Somerset. Ze woonden er in een kleine cottage met de naam Dunsters, die ze deelden met een ander Belgisch gezin uit Oostende.
Later verscheen in de krant een advertentie: “Flat to let – Cottage for nothing – Sidford”. De Permekes waren meteen bereid om in een gratis huisje aan zee te gaan wonen. Met zijn vrouw, zijn moeder en zijn twee kinderen verhuisde Permeke in 1917 naar Sidford. Het weidse, heuvelachtige landschap inspireerde hem om grotere formaten te gebruiken en de olieverf dik en ruw aan te brengen met borstel en paletmes.
Permekes contacten met het artistieke leven beperkten zich in die jaren grotendeels tot Belgische kunstenaars die eveneens in Engeland verbleven. Zij hielden hem schriftelijk op de hoogte van de nieuwste evoluties binnen het kubisme en het Duitse expressionisme, maar uiteindelijk zouden die stromingen zijn werk nauwelijks rechtstreeks beïnvloeden. Permeke bleef vooral zijn eigen weg zoeken.
Hij bleef experimenteren en zoeken naar vernieuwing. Hij schilderde meestal op groot formaat, met olieverf op doek, waarbij de verf dik en ruw werd uitgestreken met borstel en paletmes. Zijn kleurenpalet is bijzonder intens: van rustige landelijke taferelen in zachte groenen tot haast abstracte werken in vurige gele en rode tinten. Samen met de ruwe toets en de ongewone kadrering geeft dat de schilderijen uit deze periode een heel eigen karakter.
In die jaren van isolement ontstonden de kiemen van een persoonlijk artistiek traject, gevoed door modernisme en humanisme, maar niet zomaar ondergeschikt aan de modes van het moment. De ballingschap lijkt bij Permeke minder een breuk dan een verdichting: een periode waarin indrukken, landschappen en onzekerheden zich langzaam begonnen af te zetten in zijn werk.
De tentoonstelling Constant Permeke. De Engelse jaren 1914-1919 wil een overzicht brengen van de artistieke evolutie die Permeke tijdens deze vijf cruciale jaren doormaakte. Tegelijk plaatst ze zijn werk naast dat van landgenoten die, net als hij, tijdens de Eerste Wereldoorlog in Engeland verbleven. Zo biedt de tentoonstelling niet alleen een boeiende getuigenis van het leven als banneling, maar ook een uitnodiging om anders naar Permekes oeuvre te kijken.
Voor wie zijn werk kent, wordt het een zoektocht naar sporen: naar hoe gebeurtenissen een kunstenaar veranderen, naar wat ballingschap met een beeldtaal doet, en naar de sedimenten die deze Engelse jaren zouden nalaten in zijn latere oeuvre.



Constant Permeke, Les Histoires vraies, ca. 1916, © Museum de Fundatie Zwolle en Heino Wijhe
Constant Permeke, Landschap in Devonshire, ca. 1916. © Galerie Oscar De Vos
Constant Permeke, Sunshine upon Devonshire, 1917. Private collectie
Constant Permeke. De Engelse jaren (1914-1919) loopt nog tot 15 november 2026 in het Permekemuseum in Jabbeke.

Tegelijk verschijnt ook de catalogus van de expo met teksten van Jan Ceuleers, Ludo Beheydt, Inne Gheeraert, René Vermeir en Christophe Declercq.
Uitgegeve door BORGERHOFF & LAMBERIGTS
ISBN NL: 9789493499904



