Spel van codes en vormen: een blik op het oeuvre van Rik Vandewege

Het is een boeiend gegeven, wanneer een kunstenaar vertrekt van schrifttekens. Het werk schuift vanzelf richting de grenszone tussen kijken en lezen. De lijntjes zijn niet langer zomaar lijnen, maar mogelijke letters, codes, partituren. Het is precies in die zone dat Rik Vandewege zich al jaren beweegt.

Hij is, zoals kunsthistoricus Lieven Defour schrijft, “vooral geboeid door de manier waarop mensen tekens, ideografische symbolen en codes ontwikkelen om emoties, gedachten en taal over te brengen”. Zijn kunst heeft met communicatie te maken, en “waar communicatie plaatsvindt, moet er een code zijn”. Maar Vandewege beperkt zich niet tot bestaande taaltekens. Hij kijkt net zo goed naar grafismen “omwille van hun lineaire kwaliteiten”: uit krabbels, gekras en een mimetische reactie op de natuur groeit stap voor stap een eigen schriftuur.

Die aandacht voor tekens zie je heel concreet in zijn recente ruimtelijke werk, dat vertrekt van een zelf ontworpen alfabet. In een interview zegt hij daarover: “Zo is een alfabet een middel om te lezen, je uit te drukken en ook complexe begrippen over te dragen. Boeiend genoeg om dit als beeldend werk uit te werken.” Tegelijk is dat alfabet niet los te zien van andere thema’s in zijn oeuvre. De schilderijen rond wateroppervlakken, bijvoorbeeld, gaan volgens hem niet over impressionistische weergave, maar over “een onderzoek van een complex gegeven, dat me boeit en dat ik wil vatten. Het gaat dus om het zoeken naar een beeldtaal van een complex gegeven.”

©Rik Vandewege

Die drang om complexe systemen te begrijpen en te vertalen zie je ook in zijn sculpturen. Vandewege laat daar veel klassieke beeldhouwbegrippen achter zich. Hij wil geen “massa” of “volume” uithakken, maar “ondoorgrondelijke modellen of paradigma’s construeren” die onze herkenningsreflex even onderuit halen. Hij werkt met negatieve modelvormen en sjablonen uit de meubelindustrie, stapelt prefabmaterialen uit de houtsector en haalt ze uit hun industriële context. Wat overblijft zijn autonome sculpturen, lichte open vormen die spelen met ritme, herhaling en onderbreking.

Diezelfde formele helderheid kleurt zijn omgang met keramiek. Hij begint met keramische sculpturen, maar komt in 1992 tot het besef dat hij met klei iets anders wil doen: potvormen. “Potvormen zijn voor mij nog altijd de zuiverste vorm binnen de keramiek”, zegt hij. Sober van vorm, voorzien van een sinterengobe: het zijn concentraties van orde, proportie en huid, eerder dan dragers van anekdote.

©Rik Vandewege

Naast het ruimtelijke werk loopt een even consistente schilderpraktijk. Toen Vandewege in 1973 afstudeerde, zat de kunstwereld midden in een golf van conceptuele kunst. Het denken over kunst dreigde belangrijker te worden dan het fysieke werk zelf. Hij verkoos nochtans het schilderen: “Bij Rik Vandewege primeerde ontegensprekelijk het tactiele schilderen op een filosofisch-beschouwend uitgangspunt,” schrijft Defour.

In zijn vroege werk is er nog gestileerde figuratie in sepia-inkt, acryl en wit krijt. Vanaf 1979 kiest hij resoluut voor abstractie. Hij verdringt “elke vorm van illusionisme, die de puur artistieke waarde van het schilderij verdoezelde”. Materiaal, textuur, vorm en kleur worden uitgepuurd en geaccentueerd. Het medium bij uitstek is papier, in combinatie met acrylverf en Oost-Indische inkt. Papier is bij hem “tegelijk medium én drager”.

Defour noemt hem een “tonaliteitsschilder”: iemand die met subtiele kleurverschuivingen de verf op het oppervlak laat ademen. Door overschilderingen ontstaan zachte verglijdingen; de verf dringt in het papier en zoekt er een eigen weg. Zo ontstaat een “superpositie van doorzichtige kleurlagen”. Elk schilderij is een oefening, een experiment dat de kwetsbaarheid van de schilderkunst aftast.

Opvallend is ook de brug die hij slaat naar het Verre Oosten. Niet alleen via het gebruik van inkt en kalligrafische gebaren, maar ook via de zorg voor de drager. Net zoals in de Japanse en Chinese traditie van het monteren op papier en zijde (hyogu), besteedt Vandewege veel aandacht aan het verlijmen van zijn schilderijen op houten panelen, om de fragiele vellen te verstevigen.

©Rik Vandewege

Stilistisch laat hij zich niet makkelijk vastpinnen. Hij voelt zich enigszins verwant met abstract constructivisme, Bauhaus of zelfs de New British Sculpture, maar hij is geen “trendgevoelig, modieus schilder, maar veeleer een Einzelgänger, die zijn persoonlijke abstract georiënteerde weg vond”. Zijn stijl vertrekt niet uit wiskundige schema’s, maar uit schriftuur en natuur.

Onder al die verschillende uitingen – abstracte schilderijen, alphabetsculpturen, potvormen, ruimtelijke composities met industriële restvormen – blijft één lijn zichtbaar: een blijvende interesse in tekensystemen en structuren. Inspiratie “komt niet uit de lucht gevallen”, zegt hij. Hij spreekt liever over “interessegebieden” die door de jaren heen zijn toegenomen: thema’s rond inzicht in complexe zaken, en het uitwerken van sculpturale eigenschappen van een ruimtelijk werk. Die thema’s hangen als een lijst in zijn atelier.

Misschien is dat de kern van Rik Vandewege’s praktijk: niet het snelle beeld, maar het langzaam opgebouwde systeem. Een kunstenaar die tekens, sporen en structuren serieus neemt, en ze laag na laag omzet in schilderijen, objecten en sculpturen die de kijker uitnodigen om trager te kijken en zelf te lezen wat er staat.

©Rik Vandewege


Werk van Rik Vandewege is in de weekends van 6 en 12 december te zien in Balgerhoeke 162A in Eeklo. Binnenkort verschijnt een monografie rond het omvangrijke oeuvre van Rik.


Author: The ArtCouch

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op