De ‘cosmic dance’ van Henk Visch: waar het niet-weten begint

Tentoonstellingen blijven ongetwijfeld de beste manier om het werk van een kunstenaar te ontdekken, de meest rechtstreekse getuigen van een traject, een denken, een zoeken. Een monografie voegt er niettemin vaak iets bij. Ze kan verbanden zichtbaar maken, verhalen blootleggen en je toelaten om je wat langer in het denken van een kunstenaar te nestelen, tot ook de diepere grondlagen van het werk langzaam zichtbaar worden.

Dat is precies wat Cosmic Dance, de nieuwe publicatie van Posture Editions over Henk Visch, doet. Schrijfster Barbara De Coninck koos bewust voor het woord van de kunstenaar als uitgangspunt. Geen poging dus om een oeuvre van bijna een halve eeuw netjes samen te vatten en van commentaar -of erger, duiding- te voorzien, wel een lange beweging door herinneringen, ontmoetingen, twijfels en ideeën. Visch blijkt daarbij minstens evenzeer verteller als beeldhouwer.

Misschien is dat ook nodig bij een kunstenaar van wie het werk zich hardnekkig aan sluitende verklaringen onttrekt. Visch formuleerde het ooit zelf bijzonder treffend: “In het onbegrijpelijke en in het niet-weten, daar ken ik de weg.” Het is een zin die als een onderstroom door het boek loopt.

Een vrouw in de metro

Een van de mooiste passages situeert zich verrassend genoeg niet in een atelier of museum, maar in de New Yorkse metro. Visch verkoopt in 1978 zijn auto om naar New York te reizen. Hij is angstig, voelt zich buitenstaander en beweegt door een stad die hem tegelijk aantrekt en afschrikt. Op een dag zit tegenover hem in de metro een slapende vrouw. Haar tas valt open en doosjes medicijnen dreigen eruit te vallen. Visch maakt haar wakker en sluit de tas.

Een klein gebaar, maar achteraf beschouwt hij het als een kantelpunt. Voor het eerst voelde hij zich, zegt hij, een medeburger, iemand die deel uitmaakt van het leven in plaats van het vanop afstand gade te slaan. Kort daarna begint hij zichzelf als kunstenaar te beschouwen. Wanneer hij in januari 1979 uit New York terugkeert, gaat hij tekenen, beelden maken en gedichten schrijven: “Ik begreep: ik kan alles doen!”

Zijn beeldhouwkunst ontstaat merkwaardig laat. Een autodidact, hij begon pas rond zijn achtentwintigste sculpturen te maken.

Wat volgt, is een parcours waarin de kunstenaar voortdurend lijkt te twijfelen aan de regels van zijn eigen medium. Wanneer De Reus, een beeld uit 1981, in 1983 in het Van Abbemuseum wordt getoond, vraagt Visch zich plots af waarom hij eigenlijk nog zulke “ouderwetse sculpturen” maakt. Hij laat het werk vervangen door een levensgrote foto: misschien moest je het beeld enkel denken. Volstaat het idee van een beeld? Het is zeker geen nieuwe gedachte in die tijd, maar wel voor een beeldhouwer. AL twijfelt hij ook hierbij. Nadat hij samen met curator Rudi Fuchs lange tijd naar die foto heeft gekeken, springt hij plots recht: “Neen! Ik doe het niet! Ik zet het beeld terug!” Fuchs antwoordt eenvoudig: “Dat is een goed idee.”

Het is een klein verhaal, maar het zegt veel over Visch. Zijn oeuvre ontstaat minder uit zekerheden dan uit het voortdurend aftasten ervan.

Hen Visch: De Reus, 1982 | Cosmic Dance

Beelden uit de modder

Visch gebruikt daarvoor soms wonderlijke beelden. Zijn sculpturen, zegt hij, komen “uit het moeras”: uit een ondergrondse wereld van modder, resten en herinneringen, een plek “waar het denken geen woorden meer heeft, maar waar verhalen opborrelen.”

Tegelijk wil hij precies naar de werkelijkheid toe. Hij tekent naar eigen zeggen nooit naar de natuur. Hij haalt vormen uit herinneringen en mentale beelden en brengt ze vervolgens terug naar de sociale ruimte, waar ze tussen mensen terechtkomen en betekenis kunnen krijgen. Objecten zijn daarin belangrijk omdat ze ons uit onszelf halen. De mens heeft volgens Visch de neiging voortdurend met zijn eigen identiteit bezig te zijn; dingen openen daarentegen een wereld van verhalen, gebeurtenissen en mogelijke verbanden.

Daar ligt ook een paradox die veel van zijn werk verklaart. Zijn beelden ogen vaak raadselachtig, maar Visch beschouwt raadselachtigheid niet als een vlucht uit de werkelijkheid. Integendeel. Op de achterzijde van het boek staat het bijna als een credo: “Ik wil naar de werkelijkheid toe en niet ervan weg. Ik wil geen afstand tussen de kunst en het leven.” Fictie hoeft hij niet te zoeken, voegt hij eraan toe: “zij ontstaat vanzelf wel.”

En misschien is dat precies waarom zijn werk zo moeilijk vast te pinnen blijft. Onbegrijpelijkheid is voor Visch geen tekort dat moet worden weggewerkt. Ze schept ruimte. Elders in het boek noemt hij het onbegrepene zelfs het domein van de kunsten: wat we niet helemaal kunnen vatten, verruimt net wat we kunnen begrijpen.

Hen Visch, Different May Be Just As Good, 2012

De beelden beginnen met elkaar te praten

Dat denken krijgt een bijzonder concrete vorm in de tentoonstelling in Be-Part in Kortrijk, waar Ik was getrouwd met een aap tot 29 november te zien is. Een volledig hoofdstuk in de monografie Cosmic Dance is aan de tentoonstelling gewijd. De titel verwijst naar een van Visch’ bekendere beelden, een haas met grote oren die oorspronkelijk voor een kinderbegraafplaats werd gemaakt. Visch wilde er iets plaatsen “dat bij de stilte past”: een dier dat lijkt te luisteren naar ieder geritsel, en misschien ook naar de kinderen die er begraven liggen.

Voor Kortrijk denkt Visch echter vooral in termen van een installatie. Een van de ensembles heet Long-Lasting Relationships: voorwerpen die ooit vanzelfsprekend deel uitmaakten van een leven, maar inmiddels hun functie hebben verloren. Een schoen, een sleutelbos, achtergelaten dingen — resten van relaties die ooit bestonden. Visch haalt ze opnieuw tevoorschijn. De installatie wordt zo een soort herinnering aan onze aanwezigheid in de wereld. “Het leven is te bijzonder om het achteloos voorbij te laten gaan”, merkt hij op.

Nog interessanter is hoe hij naar de toeschouwer kijkt. “Bezoekers kunnen meer over mijn werk vertellen dan ik, de kunstenaar”, zegt hij. Iedereen brengt immers zijn eigen wereld mee. Zodra verschillende beelden samen in een ruimte staan, ontstaan nieuwe relaties en wordt de bezoeker haast een regisseur die mogelijke verbanden legt.

Ook de ruimte van Be-Part zelf speelt daarin mee. Voor Visch telt bij het samenstellen van een tentoonstelling alles: de vloer, het geluid, de geur, de manier waarop mensen door het gebouw bewegen. Pas wanneer hij zich ergens thuis begint te voelen, kan hij beslissingen nemen. Ook de beelden, zegt hij, moeten zich er thuis voelen. De industriële architectuur van de Paardenstallen in Kortrijk, met haar houten dak en lange verhoudingen, leent zich volgens hem bijzonder goed voor sculptuur.

Misschien vormt het boek daarom een ideale begeleider van de tentoonstelling. Wie het vooraf leest, komt in Kortrijk aan met een hoofd vol verhalen. Wie het achteraf leest, ziet de beelden misschien opnieuw. Niet noodzakelijk helderder of begrijpelijker – dat zou Henk Visch vermoedelijk zelf verdacht vinden – maar met meer mogelijke wegen ertussen.

En precies daar begint misschien die Cosmic Dance: ergens tussen beeld en woord, herinnering en object. Het begrijpen is minstens even boeiend als het niet-begrijpen.

Henk Visch, Restore Justice in the Name of Art, 2014, Collection of Friends of S.M.A.K.


De expo Henk Visch: Ik was getrouwd met een aap loopt nog tot 29 november 2026 bij Be-Part, Kortrijk.

Voor deze gelegenheid verscheen bij Posture Editions de monografie ‘Cosmic Dance’
ISBN: 9789491262739
288 pagina’s, illustraties in kleur & z/w, hardcover, Nederlands/Engels


Author: The ArtCouch

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op