100 jaar Cahiers d’Art, een bepalende stem in de recente kunstgeschiedenis

Honderd jaar lang een van de invloedrijkste en meest toonaangevende kunsttijdschriften uitgeven: bij TheArtCouch kunnen we er alleen maar van dromen. Toch bestaat zo’n publicatie. De invloed en de rijke geschiedenis van Cahiers d’Art kunnen nauwelijks worden overschat. Het verhaal begon in 1926 met de volhardende visionair Christian Zervos, die via het tijdschrift, maar ook met boeken, tentoonstellingen en een galerie, de internationale avant-garde mee op de kaart zette en zo de moderne kunstgeschiedenis hielp vormgeven.

Ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan organiseert Cahiers d’Art een tentoonstelling die terugblikt op die uitzonderlijke geschiedenis. Centraal staan drie teksten die bepalend waren voor het intellectuele profiel van het tijdschrift. Het resultaat is niet alleen een eerbetoon aan een invloedrijk kunstmagazine, maar ook een reflectie over de wisselwerking tussen kunst, beeld en kritiek.

Christian Zervos in 1933 (fotograaf ongekend). ©Musee Benaki

De geschiedenis van een visionair

Christian Zervos, geboren als Christos Zervos, arriveerde in 1918 in Parijs om filosofie te studeren aan de Sorbonne. Vanaf 1923 werkte hij voor kunstuitgever Albert Morancé, waar hij het vak van uitgever leerde. Drie jaar later richtte hij Cahiers d’Art op.

Zervos was tegelijk uitgever, directeur, vormgever, hoofdredacteur en belangrijkste auteur. Dat verklaart zowel de lange levensduur als de opmerkelijke inhoudelijke en vormelijke samenhang van het tijdschrift. Tussen 1926 en 1960 verschenen 97 nummers. Vanaf het begin combineerde Zervos diepgravende teksten met een bijzonder verzorgde beeldredactie. Moderne en hedendaagse kunst werden er naast prehistorische, antieke en niet-Europese kunst geplaatst. Volgens Zervos kon men de kunst van zijn eigen tijd pas werkelijk begrijpen wanneer men ook aandacht had voor vroegere en andere beeldculturen.

Fotografie speelde daarbij een essentiële rol. Zervos beschouwde het medium niet alleen als illustratie, maar ook als een zelfstandig instrument om de kunstgeschiedenis vast te leggen. Sommige fotoreportages groeiden uit tot belangrijke documenten. Zo fotografeerde Marc Vaux in 1932 het atelier van Alberto Giacometti, terwijl Dora Maar enkele jaren later stap voor stap het ontstaan van Picasso’s Guernica documenteerde. Het nummer dat in 1948 aan Picasso’s keramiek werd gewijd, bevatte zelfs meer dan vierhonderd reproducties. Zervos wilde met Cahiers d’Art een visueel archief opbouwen van de kunstenaars die hij belangrijk achtte.

Het succes van het tijdschrift maakte ook andere initiatieven mogelijk. Zervos publiceerde monografieën over onder meer Henri Rousseau, Raoul Dufy, Paul Klee en Wassily Kandinsky. In 1932 verscheen het eerste deel van zijn monumentale oeuvrecatalogus van Picasso, een levenswerk dat uiteindelijk 33 delen zou omvatten. Daarnaast publiceerde hij boeken over Griekse, Cycladische en Mesopotamische kunst, zonder zijn belangstelling voor de moderne kunst te verliezen.

Samen met zijn echtgenote Yvonne Zervos bouwde hij ook een galerie uit. Vanaf de jaren dertig organiseerden zij tentoonstellingen met werk van onder anderen Piet Mondriaan, Joan Miró, Kandinsky, Max Ernst, Hans Arp en Giacometti. Na de Tweede Wereldoorlog hervatten ze hun activiteiten. In 1947 organiseerden ze samen met dichter René Char een tentoonstelling voor het eerste Festival van Avignon, dat zou uitgroeien tot een van de belangrijkste culturele evenementen van Europa.

Na de oorlog verscheen Cahiers d’Art nog slechts eenmaal per jaar. In 1960 kwam een einde aan het tijdschrift, maar de uitgeverij bleef actief. Yvonne en Christian Zervos overleden allebei in 1970. In 1978 werd de monumentale Picasso-catalogus onder leiding van Mila Gagarine voltooid.

Tentoonstelling in 1969. © Bibliotheque Kandinsky – Cahiers d’Art-Archive

Honderd jaar modernisme

De jubileumtentoonstelling Cahiers d’Art: 100 Years of Modernism opent op 12 maart 2026 in de historische ruimtes van de uitgeverij aan de rue du Dragon in Parijs. De tentoonstelling beschouwt het jubileum niet alleen als de verjaardag van een tijdschrift en een uitgeverij, maar vooral als een eerbetoon aan een van de belangrijkste instrumenten waarmee het Europese modernisme in de twintigste eeuw werd verspreid.

Cahiers d’Art gaf kunstenaars als Picasso, Henri Matisse, Marcel Duchamp, Meret Oppenheim en Dora Maar een internationaal platform. Tegelijk was het tijdschrift een intellectueel forum waarin kunstkritiek werd verbonden met filosofie, literatuur, antropologie, psychoanalyse en politieke theorie. Schrijvers en denkers als Georges Bataille, Maurice Blanchot en Jacques Lacan onderzochten er thema’s als verlangen, taal, geweld, het sacrale en de grenzen van de representatie.

De tentoonstelling is opgebouwd rond drie historische bijdragen: Le sacré van Georges Bataille uit 1939, Le temps logique et l’assertion de certitude anticipée van Jacques Lacan uit 1940 en Le regard d’Orphée van Maurice Blanchot uit 1953. De teksten tonen hoe ruim het begrip kunst in Cahiers d’Art steeds werd opgevat.

Volgens de huidige directeur Daniel Birnbaum raakt de tentoonstelling daarmee ook aan een fundamentele vraag: waarom schrijven we over kunst? Kunstkritiek beschrijft een kunstwerk niet alleen, maar biedt ook context, interpretatie en bescherming tegen vergetelheid. In het beste geval vervolledigt de tekst zelfs het werk. Precies in die voortdurende dialoog tussen beelden en ideeën ligt, honderd jaar na de oprichting, nog altijd de betekenis van Cahiers d’Art.

Tentoonstelling Cahier d’Art in Vézelay © Photos: Aurélien Mole.


De expo Modernité & archaïsme – 100 ans de Cahiers d’art loopt tot 8 november in het Musée départemental d’art moderne (MDAM) in Vézelay, Frankrijk


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op