International Klein Blue (IKB): het moet zowat de beroemdste kleur ter wereld zijn. Kunstenaar Yves Klein vond ze uit toen hij experimenteerde met ultramarijnblauw pigment en een speciaal fixatief, polyvinylacetaat, destijds bekend als Rhodopas, dat in tegenstelling tot de gewone fixatieven de glans van de kleur niet afbrak. Voor Klein zelf was de beeldende gevoeligheid van het blauw zo intens dat hij het wereldwijd wilde verspreiden. Vanaf dat moment spreken we van ‘de blauwe revolutie’. Dat is allemaal grotendeels bekend uit de kunstgeschiedenisboeken. Minder geweten is dat Klein niet de enige kunstenaar van niveau was in zijn familie: ook zijn ouders en zijn vrouw waren meer dan verdienstelijke beeldend kunstenaars. Nog tot 25 oktober 2026 loopt in het Stedelijk Museum Schiedam een ‘familietentoonstelling’ onder de titel Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie: Frits, Marie en Rotraut. Ze niet bezoeken is jezelf tekortdoen.

Eerste zaal tentoonstelling, met van links naar rechts werk van Yves Klein, Frits Klein, Marie Raymond en Rotraut. Foto: Aad Hoogendoorn.
Klein-dynastie
Yves Klein (1928-1962), wiens werk kunsthistorisch behoort tot het Nouveau Réalisme (1960-1966) – de Europese tegenhanger van de Amerikaanse Pop Art –, was deels van Nederlandse afkomst. Zijn vader, Friedrich (Frits) Franz Albert Klein (1898-1990), was een Duits-Nederlandse schilder die een groot deel van zijn leven doorbracht in Frankrijk. Zijn eerste echtgenote, Marie Raymond (1908-1988), Yves’ moeder, was een Française afkomstig van het Zuid-Franse La Colle-sur-Loup, in de Provence. Door haar huwelijk met Frits verkreeg ze de Nederlandse nationaliteit. Yves Klein huwde op 21 januari 1962 met de Duitse kunstenares Rotraut Uecker (1938), een jongere zus van Zero-lid en ‘spijkerkunstenaar’ Günther Uecker. Minder dan vijf maanden later overleed Klein aan een hartaanval op slechts 34-jarige leeftijd. Op 6 augustus van datzelfde jaar werd zijn zoon Yves Amu geboren. Ook hij zou in de voetsporen van zijn ouders en grootouders treden en een artistieke loopbaan uitbouwen, net zoals zijn dochter Seffa Klein (1996). We kunnen dan ook spreken van een Klein-dynastie.
Het werk van Yves Klein hoeven we u niet meer voor te stellen, maar dat van Frits, Marie en Rotraut kan wel wat toelichting gebruiken. Frits Klein schilderde doeken en pastellen in een neo-impressionistische stijl die vooral gestoeld was op een actualiteit in de beeldende kunst van het begin van de twintigste eeuw. Tot zijn onderwerpen behoorden clowns, paarden, strand-, tuin- en parkgezichten, en bloemenwinkels. Frits werd geboren in Bandung, West-Java, in het toenmalige Nederlands-Indië. In 1905 werd hij door zijn ouders naar Nederland gestuurd om er te studeren. Hij verbleef er bij een pleeggezin en raakte bevriend met Chris Wegerif, de zoon van aannemer en architect Christiaan Wegerif en batikster en sierkunstenaar Agathe Wegerif-Gravestein. Chris’ ouders verzamelden moderne kunst van onder meer Paul Klee, Wassily Kandinsky en Vincent van Gogh, en inspireerden Frits om zelf ook kunstenaar te worden. Hij brak zijn opleiding aan de Handels-Hoogeschool in Rotterdam voortijdig af en trok naar Parijs om er zich als kunstenaar te vestigen.
Licht en kleur
Tijdens zijn reis naar Parijs ontmoette Frits Agathe Wegerif, de moeder van zijn jeugdvriend Chris. Zij introduceerde hem bij Nederlandse kunstenaars in Parijs, onder wie Kees van Dongen. Frits nam zijn intrek in een ateliercomplex in de Rue du Départ 26 in Montparnasse, waar ook Piet Mondriaan woonde. Hij nam lessen bij de schilder André Lhote, bezocht talrijke tentoonstellingen en maakte kennis met andere kunstenaars die in Montparnasse woonden en werkten. In het Musée Luxembourg raakte hij diep onder de indruk van het werk van Claude Monet, dat toen al uit de mode was. Diens bijzondere aandacht voor licht en kleur zou zijn sporen nalaten in Frits’ werk. In 1926 debuteerde hij met een solotentoonstelling in La Galerie d’Art Français te Amsterdam. Hij stelde er figuren, landschappen en stillevens tentoon. Criticus Kasper Niehaus plaatste Frits’ werk in de traditie van Paul Cézanne, vooral op het vlak van kleurgebruik. Kleur zou een belangrijke rol blijven spelen in Frits’ oeuvre.
In 1925 kocht Frits een vervallen huis in Cagnes-sur-Mer, aan de Zuid-Franse kust. Het licht daar, maar ook zijn herinneringen aan Nederlands-Indië, waren eveneens van belang voor zijn preoccupatie met kleur. Kleur domineerde zijn werk, misschien nog wel meer dan zijn onderwerpen. Zijn werk kreeg er een lichte alledaagsheid door. Met kleuren gaf Frits intuïtief vorm aan zijn zintuiglijke indrukken. Gaandeweg begon hij meer geabstraheerde taferelen te schilderen waarin hij mensen, het water en de horizon schematisch weergaf in enkele kleuren, terwijl zijn parktaferelen van de Parijse Jardin Luxembourg en de bloemenwinkels weldadige explosies van kleur vormden. Met zijn werk maakte Frits voor de Tweede Wereldoorlog deel uit van een discours in de beeldende kunst. Hij stelde regelmatig tentoon in galerieën en kunsthandels in Frankrijk en Nederland en zijn werk werd besproken door critici in verschillende tijdschriften. Na de Tweede Wereldoorlog verlegde het artistieke discours zich richting formele abstractie en informele tendensen, maar Frits zou zijn eigen stijl van schilderen altijd trouw blijven en er een blijvend publiek mee aan zich weten te binden.


Marie Raymond, Yves en Frits Klein, 1954. Copyright foto: Alle rechten voorbehouden. Copyright Yves Klein Archives c/o ADAGP, Paris.
Portret van Rotraut en Yves Klein tijdens hun reis door de Verenigde Staten, 1961, haven van New York. Copyright foto: Alle rechten voorbehouden.
Kosmische visie
In Cagnes-sur-Mer ontmoette Frits de Franse Marie Raymond, met wie hij in 1926 in het huwelijk trad en van wie hij in 1961 zou scheiden. Hun leven zou zich in de daaropvolgende jaren afwisselend afspelen in Parijs en aan de Middellandse Zee. Pas na de Tweede Wereldoorlog vestigde het gezin zich definitief in Parijs, aan de Rue d’Assas. Marie’s kunstenaarschap zou vooral na de oorlog tot wasdom komen, na lessen op de École des Arts Decoratifs in Nice en aan de vrije academies van Montmartre. In Parijs manifesteerde ze zich als schilder, organisator van kunstsalons en als correspondent van het Parijse kunstleven voor het Nederlandse tijdschrift Kroniek van Kunst en Kultuur. In 1946 nam ze deel aan de eerste tentoonstelling in de Parijse galerie Denise René: Abstract Painting. Marie had haar eigen stijl gevonden – een stijl die goed aansloot bij de abstract-expressionistische tendensen van die tijd. Frits bleef zich consequent uitdrukken in een tijdloze figuratieve, post-impressionistische beeldtaal, terwijl Marie zich met haar werk onder de voorhoedes van de moderne kunst schaarde. Haar werk werd in Frankrijk in 1949 bekroond met de prestigieuze Kandinsky Prijs, een waardering voor haar vooruitstrevende houding als beeldend kunstenaar.
Zoals nagenoeg alle abstracte schilders begon Marie figuratief te schilderen. Gaandeweg evolueerde haar werk via invloeden van het impressionisme en het kubisme richting een expressieve, kleurrijke stijl die vaak geassocieerd wordt met stromingen zoals het tachisme en de École de Paris. Haar werk kenmerkt zich door levendige kleuren en spontane penseelstreken, een sterke nadruk op ritme en beweging, en door een intuïtieve, emotionele benadering van abstractie. Marie was een van de meest succesvolle schilders van de naoorlogse abstracte beweging in Parijs, maar ironisch genoeg werd haar succesverhaal overschaduwd door dat van haar zoon Yves, die op dat ogenblik al bezig was furore te maken. Na zijn dood bleef het Franse publiek zelfs lange tijd onwetend over Marie’s verdere werk. Begin jaren zestig was haar ontwikkeling vergelijkbaar met die van andere toonaangevende schilders uit die tijd, zoals Sam Francis. Toch bleef Marie’s stijl open en experimenteel, wat haar onderscheidde van de meeste naoorlogse abstracte schilders. Zo ‘explodeerden’ de afmetingen van haar doeken vergeleken met de traditionele formaten van de naoorlogse periode. Net als haar zoon ging ze daarom op de muur of vloer schilderen. Haar filosofische verwantschap met Yves werd zichtbaar in het loslaten van de traditionele schildersezel en in de aanwezigheid van een utopische droom van gewichtloosheid en kosmische visie. Moeder en zoon benaderden vergelijkbare vragen, alleen waren hun esthetische antwoorden verschillend. In tegenstelling tot haar zoon gaf Marie bijvoorbeeld het penseel niet op.

Werk van Yves Klein en Marie Raymond. Foto: Aad Hoogendoorn
Onafgemaakt gesprek
Vanaf eind jaren zestig diversifieerde Marie’s werk zich en omarmde ze een nieuw gedefinieerde figuratie. Veel van haar doeken kregen een ‘all-over’-stijl, waarin vormen bijna oplossen in het picturale veld. Dit ging gepaard met een voortdurende spanning tussen het behouden en laten verdwijnen van tekens. Deze stijl straalde een kosmische kracht uit, een gevoel van universele wetmatigheid – de invloed van haar zoon is hier voelbaar. Andere werken van Marie noemde ze zelf ‘structureel’. Hierin gebruikte ze echte structuren – lineaire figuren, menselijke silhouetten, abstracte bustes –, alle verbonden met egaal gekleurde vlakken. Door figuratieve vormen naast elkaar te plaatsen werd ze gedwongen haar uitgangspunten te heroverwegen: compositie, de relatie tussen vorm en teken, het platte vlak van het doek en de kracht van kleurvlakken. Haar abstracte bustes vormden antwoorden op grote naoorlogse vragen zoals: Wat is de relatie tussen abstractie en representatie? Moet de menselijke figuur terugkeren in de kunst? Wat blijft er over van abstractie na Yves’ iconoclastische werk uit 1945-1960?
Na 1968 gingen Marie’s structurele werken diep in op deze vragen en weerspiegelden ze bredere bewegingen uit de jaren zeventig, zoals de Franse avant-gardistische kunstenaarsgroep Supports/Surfaces. Veel van haar werk uit deze periode is kosmisch met figuratieve sporen – grote informele of abstracte velden waarin gezichten uit het kosmische magma opdoemen. Tijdens de jaren zeventig en tachtig bleef Marie zichtbaar in de Franse kunstwereld. Ze bezocht openingen, volgde de hedendaagse ontwikkelingen nauwgezet en publiceerde beschouwende artikelen. Haar teksten verschenen regelmatig in het invloedrijke, in Brussel gevestigde tijdschrift +-0 (Plus Moins Zéro). Haar artikelen toonden belangstelling voor het allernieuwste in de kunstwereld, wat haar onderscheidde van haar tijdgenoten. Zo wees ze al in 1983 op de Amerikaanse beeldhouwer en conceptuele kunstenaar Jenny Holzer (1950). Tot het einde van haar leven zou ze achtervolgd worden door de herinnering aan haar zoon, wiens dood ze aanvaardde als een onafgemaakt gesprek.

Frits Klein, Strand, 1964. Copyright Frits Klein c/o Pictoright Amsterdam, 2026.
Interpretaties
Toen Yves Klein minder dan vijf maanden voor zijn overlijden huwde met Rotraut Uecker, was hij al jaren met haar bevriend. Zij verkeerde in die tijd via haar broer Günther in Zero-kringen en was bedrijvig als schilder en beeldhouwer. Haar eerste solotentoonstelling vond in 1959 plaats in de New Vision Centre Gallery te Londen. Ze was toen amper eenentwintig jaar oud. Geboren in Duitsland, verhuisde ze in 1957 naar Nice om er als kindermeisje te werken bij de Franse kunstenaar Arman (1928-2005), die net als Yves Klein deel uitmaakte van de Nouveau Réalisme-beweging en met hem bevriend was. Klein kwam regelmatig bij Arman aan huis en leerde zo Rotraut kennen. Beiden vonden elkaar snel in hun gedeelde liefde voor kunst, muziek, dans en kleur, en ook in hun diepe verbondenheid met het universum. Yves herkende in haar onmiddellijk het creatieve potentieel en moedigde haar aan in haar eigen zoektocht naar betekenis en expressie. Rotraut schilderde onvermoeibaar, experimenterend met oppervlakken en texturen, gedreven door een energie die zowel donker als licht was. Het stel reisde veel: van Nice naar Düsseldorf, daarna naar Parijs, en vervolgens naar Londen en de Verenigde Staten. Elke ervaring verbreedde Rotrauts artistieke horizon.
In 1958 maakte Rotraut een reeks Indiase inktwerken op papier, terwijl ze op zoek was naar een persoonlijke beeldtaal. Deze abstracte kalligrafische vormen weerspiegelden haar jeugdherinneringen, angsten en diepe verbondenheid met het heelal. Later gebruikte ze ook gouache en aquarel en creëerde ze composities die ze soms Paysages noemde. In plaats van externe landschappen uit te beelden, drukten deze werken innerlijke visioenen uit, waarin intuïtie samensmolt met de fysieke wereld. In 1960 begon Rotraut aan een belangrijke nieuwe reeks, getiteld Vols de sensibilité. In een verduisterde kamer overschilderde ze geprojecteerde dia’s van klassieke kunstwerken van Vincent van Gogh, Jacques-Louis David, Paul Gauguin en anderen, waarbij ze direct in dialoog trad met de oorspronkelijke composities. In plaats van ze te kopiëren, probeerde ze de creatieve processen van eerdere kunstenaars te ervaren en er haar eigen interpretaties aan toe te voegen via kleur en vorm. Met deze methode wilde ze de kunstgeschiedenis lichamelijk ervaren. Concreet kwam haar werkwijze erop neer dat van de geprojecteerde meesterwerken alleen enkele sporen van kleur, perspectieflijnen en figuren in beweging overbleven, en ook grote witte plekken die als de ontbrekende gedeelten een belangrijke bijdrage aan het geheel leverden.
Rotraut, Galaxy, 1987, acrylverf op doek, 120 x 220 cm, particuliere collectie. Copyright Rotraut c/o Pictoright Amsterdam, 2026
Sterrennevels
Later, na het overlijden van Yves, begon Rotraut grote panelen te beschilderen met sterrennevels, als grote foto’s van de melkweg. Ze gebruikte daarvoor onder meer acrylverf en gips. Ze wilde er haar verkenning van het universum mee verdiepen. Tijdens deze pijnlijke jaren van rouw werd haar verbondenheid met het heelal essentieel, als een levenslijn voor haar geest. Deze band stelde haar in staat een diepere, bijna ander-wereldse connectie met Yves te behouden en gaf haar de emotionele en spirituele gronding die ze nodig had. Via deze kosmische verbinding vond ze troost en kon ze haar verdriet transformeren tot een verfijnde artistieke visie.
In 1968 hertrouwde Rotraut met de curator Daniel Moquay, met wie ze drie kinderen kreeg. In de jaren tachtig verhuisde het gezin naar Arizona, Verenigde Staten, waar Rotraut haar kunstenaarsloopbaan verderzette. Ze maakte er onder meer monumentale, kleurrijke sculpturen, vaak speels en organisch van vorm. Sinds 1998 verdeelt ze haar tijd tussen Phoenix, Parijs en Sydney. Ze stelde wereldwijd tentoon. Samen met haar echtgenoot Daniel bestiert ze vandaag de nalatenschap van Yves Klein.
Artistieke erfenis
Hoewel de individuele stijlen van Frits Klein, Marie Raymond, Yves Klein en Rotraut Uecker uiteenlopend zijn, variërend van figuratief tot abstract, delen ze meerdere thematische interesses, zoals het menselijke of zwevende lichaam, de natuur en de kosmos. Ieder van hen verkende deze motieven op een eigen manier, wat zowel continuïteit als vernieuwing tussen de generaties laat zien. De tentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam benadrukt het complexe samenspel tussen gedeelde artistieke interesses en de unieke beeldtalen waarin die tot uitdrukking zijn gebracht.
Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie: Frits, Marie en Rotraut is een tentoonstelling van kunsthistorisch belang. Ze laat zien dat het kunstenaarstalent van Yves Klein – de bekendste telg van de Klein-dynastie – niet zomaar uit de lucht kwam gevallen. Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat de controversiële kunstenaar van het immateriële de artistieke genen van zijn ouders heeft geërfd, en dat beiden allesbehalve zondagsschilders waren. Hen vielen in Nederlandse musea in de loop der jaren zowel solotentoonstellingen als retrospectieven te beurt. Ook het werk van Yves was meermaals te zien in Nederland, zij het postuum. Vandaag beschikken meerdere toonaangevende musea in Amsterdam, Utrecht en Schiedam over werken van alle drie de Kleins – Frits, Marie en Yves – in hun vaste collectie. Ook instellingen als De Nederlandsche Bank en de Nederlandse Staat bezitten werken van vader, moeder en zoon Klein. Toch bleef dit rijke erfgoed lange tijd grotendeels onderbelicht. Tot nu. Dankzij jarenlang toegewijd onderzoek door het 0-INSTITUUT in Voorschoten, in samenwerking met de Yves Klein Archives in Parijs en met co-curator van de tentoonstelling Colin Huizing – de andere is Tijs Visser –, bieden deze tentoonstelling en bijbehorende publicatie eindelijk een allesomvattend en ongekend inzicht in de artistieke erfenis van de familie Klein.

Yves Klein, diverse ongetitelde monochromen. Foto: Aad Hoogendoorn
De tentoonstelling Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie: Frits, Marie en Rotraut strekt zich uit over drie verdiepingen van een van de vleugels van Stedelijk Museum Schiedam. Naast de combinatie van oeuvres van de vier kunstenaars, worden aan de hand van rijk archiefmateriaal (brieven, foto’s, drukwerk) de levenslopen en bijzondere relaties die de familieleden hadden met Nederland inzichtelijk gemaakt. In deze tentoonstelling zijn, voor het eerst sinds 65 jaar in Nederland, circa dertig werken van Yves Klein te zien en veertig werken van zijn familieleden. Een absolute aanrader, vooral voor fans van kleurrijk werk en International Klein Blue.
Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie loopt tot 25 oktober in het Stedelijk Museum Schiedam (NL)

Rotraut, Sans titre, ca. 1974. Copyright Rotraut c/o Pictoright Amsterdam, 2026.
- ‘Up Close’ met fotograaf en filmer Ed van der Elsken - juli 17, 2026
- Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie: Frits, Marie en Rotraut - juli 10, 2026
- Improvisatie als leidmotief: Bart Vandevijvere - juni 19, 2026




