40 jaar Deweer Gallery, een flinke brok kunstgeschiedenis in een tentoonstelling gegoten

Veertig jaar een kunstgalerij houden en passioneel met kunst bezig zijn, het laat sporen na. Zeker wanneer je de gewoonte had om af en toe alle werken van de kunstenaars die je tentoonstelt zelf op te kopen. Het leidde in het geval van Deweer Gallery tot een fabelachtige collectie van meer dan 1700 stuks, de persoonlijke collectie van de familie niet meegerekend.

Mark Deweer zaliger, de oprichter van de galerij ergens diep in de jaren zeventig, was een durver op artistiek vlak, zo niet een visionair. Al toetste hij zijn coup de foudres en zijn intuïtieve keuzes af met kenners als Jan Hoet, zoals wanneer zijn oog voor het eerst viel op het werk van Panamarenko. “Je gaat toch geen vliegers verkopen?”, vroeg Marks vader, oprichter van een succesvol textielbedrijf, hem laconiek. Toch deed hij het. En de kunstgeschiedenis gaf hem gelijk.

Er verschijnen nog meer canon-geworden Belgische kunstenaars in de beginjaren. Intussen onvermijdelijk geworden namen als Jan Fabre en Hans Vandekerckhove, maar tevens voor het brede publiek een beetje onachtzaam vergeten kunstenaars als Joseph Willaert. Wat echter opvalt in de tentoonstelling die Deweer voor haar veertigste verjaardag heeft opgebouwd is het internationale karakter van de collectie. Om vanuit een onooglijk dorpje in het diepe West-Vlaanderen een galerij op te richten met internationale uitstraling en allure, van in den beginne investerend in jong talent uit Rusland, Spanje of Zwitserland – kunst kent geen grenzen -, il faut le faire.

De tentoonstelling is netjes opgedeeld in vier ruimtes, voor elk decennium een. Voor de keuze van de werken – het bleek onmogelijk om alle 1700 werken te tonen – gingen de zonen van de stichter, Gerald en Bart, evenveel uit van hun buikgevoel als hun vader deed bij de keuze van de kunstenaars die hij aankocht en tentoonstelde. “Wij zijn romantici”, lachen de broers Deweer. Niet noodzakelijk de grote namen dus, al zijn die er zeker, maar ze hadden bij de keuze oog voor kunstenaars die voor de galerij belangrijk waren, en nog steeds zijn.

De tentoonstelling biedt een fascinerende trip doorheen de kunstgeschiedenis van de laatste veertig jaar, met niet steeds de meest evidente kunstenaars. Hoewel hun impact soms gewoonweg esthetisch is, schuwt de galerie het niet om intellectueel meer uitdagende kunstenaars te presenteren. Daarin ligt misschien de schoonheid en het boeiende van de tentoonstelling: ze vormt een eclectische reis doorheen het kunstlandschap, maar steeds gedreven door een duidelijke, eenvormige visie over kunst.

Enkele geheel subjectieve hoogtepunten:

1979-89

Als eerste brengt Deweer kunstenaars van de Duitse Neue Wilde (neo- expressionisme in Duitsland) en de Italiaanse Transavanguardia (neo- expressionisme in Italië) naar België. Georg Baselitz, Antonius Höckelmann, Stephan Balkenhol, het waren toen nog geen namen die op iedereens lippen lagen. Het is alleszins interessant om ze in deze prille fase van hun carrière te verkennen. Idem dito voor Strawberry Fields Forever dat hier moeiteloos de aandacht trekt, een vroeg werk van Hans Vandekerckhove waarin zijn eega en muze Christina reeds figureert. Een opvallende Thomas Lange ook, die we doorheen de decennia in heel verschillende gedaanten zullen terugvinden.

Ook bijzonder zijn de werken van de Belgische popartkunstenaar Joseph Willaert, waar de tentoonstelling mee begint. Op het eerste gezicht naïeve kunst, al is het debat daarover nog lang niet afgerond. Zoals kunstcriticus Ludo Bekkers schreef: “Neither Willaert nor his oeuvre is naive, on the contrary, the simplicity conceals a precious intelligence that is the guiding principle of his thinking and doing.” 

Sofie Crabbé, Gerald Deweer, Frederic De Meyer, Bart Deweer voor een werk van Joseph Willaert | foto: TheArtCouch

1989-99

Nog meer grote namen in deze ruimte, met onder meer Tony Cragg en Günther Förg. Niettemin stelen de Russen een beetje de show. Deweer haalde als eerste in 1992 Ilya Kabakov naar België. In het spoor van Ilya Kabakov leerde Deweer Gallery heel wat Russische kunstenaars kennen, zoals Vadim Zakharov en Ivan Tchouikov. Zeker het (her)ontdekken waard.

Sofie Crabbé voor het werk van Jiri Georg Dokoupil | foto: TheArtCouch

1999-2009

Dit decennium wordt gekenmerkt door vernieuwing, al zeker in de selectie Belgische kunstenaars. Johan Tahon, Koen Vanmechelen, Berlinde De Bruyckere, Andy Wauman. Ze bevestigen de visionaire smaak van de galerie. We zien voor het eerst werk van George Little, Benjamin Moravec en Enrique Marty opduiken, fascinerende kunstenaars die lang met de galerij verbonden zullen blijven. Al blijven wijzelf betoverd en lang voor het werk van Thomas Lange staan, zijn kleine, indringende piëta’s maar ook vier grotere tekeningen met expressieve kleuren die deze ruimte afsluiten.

Sofie Crabbé en Annelies Vanbelle voor het werk van Thomas Lange | foto: TheArtCouch

2009-19

Ah, mis vooral het ongelofelijke werk van Jan Fabre niet in de kleine ‘donkere’ ruimte, ongetwijfeld het hoogtepunt van het vierde decennium. Al waren we ook erg aangetrokken tot Children Parents van Enrique Marty. In dit aandoenlijke beeldenkoppel, gebaseerd op het huidige uiterlijk van Marty’s ouders plus foto’s uit hun kindertijd, perst hij een heel leven samen, tot een intrigerende hybride beeltenis, een amalgaam van jong en oud. Apart detail: de haren die de ‘poppen’ dragen zijn écht afkomstig van zijn ouders.

Eyecatchers in deze ruimte zijn ongetwijfeld ook Landschaft mit hohem Himmel, een groot reliëf met dreigende wolkenlucht van Stephan Balkenhol en een aantal werken van Thomas Kratz, die met lichte kleuren zo dun schildert dat het lijkt alsof een zijdezachte huid over het canvas wordt gelegd. Het langst blijven we echter stilstaan bij het werk van Jorinde Voigt en haar complex gecodeerde, enigmatische verhalen en landschappen. Daar gaan we zeker dieper op in in een volgende post.

Bart & Gerald Deweer en Frederic De Meyer voor het werk van Enrique Marty| foto: TheArtCouch

Een tentoonstelling die alleszins makkelijk in een museum zou passen. BYE, BYE AND HELLO – 40 YEARS DEWEER GALLERY loopt van 25 september tot 15 december bij Deweer Gallery. Voor de gelegenheid kunnen werken uit de collectie met 40% korting worden gekocht. De werken kan je ook online raadplegen, klik hier.

Klik hier voor alle info over de tentoonstelling!

Gerald Deweer en Frederic De Meyer voor een werk van Josef Felix Müller | foto: TheArtCouch

Author: Annelies & Frederic

Share This Post On

1 Comment

  1. Het is zoals bij de dood van een oud familielid: moet je nu blij zijn om het leven dat er was of treuren om het leven dat er niet meer zal zijn. In dit geval kan je alleen maar groot respect opbrengen voor de onverdroten ijver, het kennersoog en de zeer professionele aanpak van de galerij. De collectie spreekt voor zich en meet zich met die van de beste musea. Fabre en Panamarenko zijn hors catégorie. Van de mij onbekende namen – ik ben geen kenner – vielen Robin Winters en Andy Wauman me op.

    De tentoonstelling was vormgegeven met het enthousiasme van de florissante galerist. The plot thickens.

    De korting op de vertoonde werken leek wel performance art op zich. Alsof je de kunst tentoon zet en de kunstwereld te kijk.

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op