Armenian Rhapsody, de contrasterende gemeenschappelijke visuele taal van Narek Arzumanyan and Artur Eranosian

Ben ik op zoek naar homogeniteit, of zijn het juist de contrasten die me opvallen? Wat treft mijn oog — en via dat oog mijn aandacht? Wat blijft er over wanneer de visuele prikkels zich een weg hebben gebaand door de constante stroom van mijn gedachten en zich daar, ergens, hebben genesteld? En wat gebeurt er precies in die tussenruimte?

Het contrast is onvermijdelijk. Het is het eerste dat zich aandient. De uiterst gecontroleerde, in geometrische patronen gedwongen observaties van Artur Eranosian en de impulsieve, haast lijfelijke uitbarstingen van Narek Arzumanyan staan zo scherp tegenover elkaar dat ze bijna vanzelf een schokeffect veroorzaken. Ze lijken elkaars tegenpolen. En toch slagen ze erin, eenmaal naast elkaar geplaatst, een vreemdsoortige harmonie op te roepen. Alsof ze niet zonder elkaar kunnen bestaan. Of op zijn minst: alsof ze elkaar nodig hebben om ten volle gelezen te worden.

Dat zijn grote woorden, zeker omdat hun werk ook los van elkaar krachtig en relevant is. Elk van hen draagt een eigen verhaal, een eigen beeldtaal, een eigen artistiek parcours. Maar wie hun werk samen heeft gezien, merkt hoe moeilijk het wordt om ze nadien nog volledig van elkaar los te koppelen.

Misschien ligt dat aan hun gedeelde oorsprong. Beiden komen uit Jerevan, Armenië, en werden op jonge leeftijd uit hun oorspronkelijke context losgemaakt. Ontheemding, herinnering en verplaatsing zijn geen expliciete thema’s die zich eenduidig laten aanwijzen, maar ze lijken wel in het werk gegrift. Ze verklaren misschien waarom narratieve elementen zo diep in hun praktijk doordringen, al gaan beide kunstenaars daar op radicaal verschillende manieren mee om.

Artur Eranosian werkt sinds 2010 als professioneel fotograaf. In België vond hij aanvankelijk een decor dat perfect aansloot bij zijn blik: de bevreemdende sfeer van steden en dorpen, waarin het alledaagse plots absurd, geconstrueerd of bijna surrealistisch kon lijken. Hij fotografeerde mensen in hun eigen omgeving, maar altijd met een oog voor compositie, afstand en vervreemding.

Toen hij het werk van Raoul De Keyser ontdekte, opende dat zijn blik voor de abstractie die in het dagelijkse besloten ligt. In straatbeelden, gevels, objecten en stedelijke structuren begon hij de geometrische en minimalistische vormentaal te herkennen van kunstenaars als Piet Mondriaan, Barnett Newman en Kazimir Malevich. Vanaf dat moment verdween de menselijke figuur steeds meer uit zijn werk. Wat overbleef, waren vormen, lijnen, vlakken en ritmes: fotografische beelden die steeds nadrukkelijker aan schilderkunst deden denken.

Sinds 2020 is schilderen meer en meer zijn hoofdmedium geworden. Met dezelfde aandacht voor zuiverheid, gelaagdheid en precisie die zijn fotografie kenmerkte, maakt Eranosian nu verstilde composities in olieverf op doek. De keuze voor olieverf is bewust. Ze laat hem toe intense kleuren en subtiele nuances op te bouwen, maar verbindt zijn werk ook met een lange schilderkunstige traditie, niet alleen technisch, maar evengoed inhoudelijk.

Waar Eranosian de werkelijkheid reduceert tot haar essentie, explodeert Narek Arzumanyan er dwars doorheen. De Armeense kunstenaar valt zijn doeken aan met olieverf en bevolkt ze met dromen, demonen, mythes en gedichten die uit het echte leven zijn gegrepen. Zijn aanpak is even onberekenbaar als zijn beelden.

“Soms zit ik dagenlang op mijn sofa, starend naar een leeg doek. Dan schilder ik vanuit de verte. Ik verzamel moed. Want echte kunst blijft voor mij een onbereikbaar heiligdom.”

Die aarzeling voor het doek staat in schril contrast met de explosieve energie die zijn werk uitstraalt. Narek werkt met een rijke symbolentaal en combineert zichtbare tragiek met een scherpe lichtzinnigheid die vaak tot zijn naasten, maar nog veel meer tot zichzelf is gericht.

In hoge mate is het werk van beiden autobiografisch: expliciet bij Narek, maar evengoed bij Artur. Niet omdat ze rechtstreeks hun levensverhaal vertellen, maar omdat ze elk een manier ontwikkelen om met de wereld om te gaan, of zelfs: om in de wereld te staan. De buitenwereld, met haar gebeurtenissen, herinneringen en breuken, wordt bij hen omgezet in beelden die opnieuw zin en betekenis kunnen dragen.

Dat is iets wat we allemaal doen, voortdurend. Alleen beschikken kunstenaars over een eigen techniek, een eigen blik en een eigen taal om dat proces zichtbaar te maken. In die zin zijn de contrasten tussen beide kunstenaars uiteindelijk geen tegenstelling, maar dialecten van eenzelfde taal. Misschien is het precies daarom dat hun werk, hoe verschillend ook, zo vanzelfsprekend naast elkaar kan bestaan: omdat het elkaar begrijpt.

foto’s: ©TheArtCouch


Armenian Rhapsody met werk van Narek Arzumanyan and Artur Eranosian loopt van 23 mei tot 21 juni bij Verduyn Gallery in Moregem. Klik hier voor alle info.


Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op