Een plaats van ontdekking en verwondering… Benoît Pouplard en Cécile Fouillade in het hoge Noorden

Bestaan er nog stukjes wereld die ons ongekend zijn? Waar zijn de avonturiers van weleer, die de jeugdjaren van mensen van mijn generatie wisten te boeien met wilde ontdekkingstochten naar bedreigende, maagdelijke gebieden? Er zijn nog wel zulke gebieden, zoals het Hoge Noorden, dat al eeuwenlang avonturiers, wetenschappers, schrijvers en kunstenaars bezielt. Maar evengoed bevinden die onbekende werelden zich dichterbij: in de materialen die ons omringen, in porselein, glazuur, klei. In stoffen die we denken te kennen, tot ze onder hitte, druk of aanraking een essentie prijsgeven die we niet hadden voorzien, en die we zelfs na decennialang experimenteren nog niet helemaal meester zijn.

Keramiek is in die zin geen volgzaam medium. Elk fragment lijkt een hele wereld te kunnen oproepen. Bij elke transformatie die het materiaal ondergaat, verschuift ook de betekenis. Al blijft het door mensenhanden gemaakt, toch blijft het vaak grillig en ongrijpbaar. Vaak resulteert dat in verwondering: precies op het punt waarop kunstenaar en materiaal een mysterieuze verbinding aangaan.

In de tentoonstelling Nature meets the North – Waar het Noorden de Natuur raakt brengt Galerij Adrienne D in Marke twee Franse kunstenaars samen die elk op hun manier het Hoge Noorden benaderen: Benoît Pouplard en Cécile Fouillade. Beiden werken met keramiek, beiden laten zich raken door poollandschappen, ijs, dieren en kwetsbare ecosystemen. Maar hun Noorden is niet hetzelfde. Bij Pouplard lijkt het een innerlijk continent, een denkbeeldige geografie. Bij Fouillade is het geworteld in waarneming, ontmoeting en lichamelijke nabijheid tot dieren en landschappen.

Pouplard noemt zijn imaginaire wereld Céladonie. Alleen al die naam roept een plek op die tegelijk bestaat en niet bestaat. Een gebied tussen porselein en celadonglazuur, tussen mythe en materie. Hij verwijst naar Thule, het legendarische uiterste Noorden van Pytheas: een plaats waar men niet kan wandelen en niet kan varen, waar aarde en zee samen in suspensie zijn. Dat beeld past wonderwel bij zijn keramiek. Zijn sculpturen lijken op drift geraakt tussen tegengestelde, haast onmogelijke toestanden.

Pouplard spreekt over chaos, over geomorfogenese, over de poëtische massa van keramiek die door het vuur wordt onthuld. Zijn blauwgroene tinten doen denken aan poolijs en gletsjers, maar niet op een geruststellende manier. Dit is geen ansichtkaart-Noorden. Het is een landschap dat kraakt, schuift, breekt. Een romantische afgrond waarin de schoonheid bijna ongemakkelijk wordt. Het Hoge Noorden is allang niet meer alleen een mythische bestemming. Het is een thermometer, een waarschuwing, een plaats waar de veranderingen van het antropoceen zichtbaar en voelbaar worden. Pouplards keramiek balanceert tussen fantasie en catastrofe, tussen bewondering en onrust. Zijn Céladonie is verzonnen, maar ze lijkt gevaarlijk werkelijk.

Cécile Fouillade vertrekt vanuit een andere gevoeligheid. Voor haar is porselein een “vast wit continent”: delicaat, grillig, koppig. Het scheurt, vervormt, breekt soms. Ook bij haar is keramiek dus geen neutraal materiaal, maar een landschap dat zichzelf voortdurend bevraagt. Ze noemt haar werk een ontmoeting tussen vuur en koude. Die tegenstelling is essentieel. Want hoe maak je kou zichtbaar met een materiaal dat door hitte ontstaat? Hoe vertaal je vacht, veer, adem en ijs in porselein?

Fouillade vond haar inspiratie tijdens maritieme expedities naar Groenland, Noorwegen en IJsland. Daar keek ze naar dieren, naar vormen, naar texturen, naar fragiele leefgebieden. Haar sculpturen zijn opgebouwd uit fijne porseleinscherven en dragen iets van vachten, veren, huiden, schubben. Ze zijn teder, maar niet sentimenteel. Wie naar haar werk kijkt, wordt bijna vanzelf trager. Je moet dichterbij komen. Je moet kijken zoals je naar neerdwarrelende sneeuw kijkt, of naar een dier dat jou even bespiedt voordat het schuw verdwijnt.

De reportage hieronder over Cécile Fouillade versterkt dat beeld van geduld en aandacht. Geen spectaculaire gebaren, maar een bijna rituele omgang met materiaal. Handen die herhalen, schikken, opbouwen. Tijd wordt vastgelegd in de vorm.

Samen tonen Pouplard en Fouillade dat het Hoge Noorden niet één plaats is. Het is mythe en biotoop, droom en alarm, verbeelding en verantwoordelijkheid. En keramiek blijkt het geschikte medium om die spanning te dragen. Omdat het zelf kwetsbaar is. Omdat het breekt en toch blijft. Omdat het door vuur moet gaan om koude op te roepen.

Hoewel ze in het Hoge Noorden beginnen, is hun tocht niet vast te leggen op een geografische kaart. Ze speelt zich af in dat moment waarop materie ons opnieuw vreemd wordt. In de kleine verschuivingen van het materiaal opent zich een onbekende wereld, die zich laat ontdekken zonder zich ooit helemaal te laten bedwingen. Pouplard en Fouillade herinneren ons eraan dat ontdekken eerst en vooral uit verwondering bestaat. En ze tonen dat er, ook vandaag nog, veel is om ons over te verwonderen.


Waar de Natuur het Noorden raakt loopt nog tot 25 mei bij Galerie Adrienne D. in marke (Kortrijk). Klik hier voor alle info
Deelnemende kunstenaars: Benoît Pouplard (met foto’s van Laurent Joffrion), Cécile Fouillade, Tjok Dessauvage en Frans Vercoutere, Liliane Van Asselberghs, Veerle Van der Eecken, Martin Goerg


© Benoît Pouplard BLUE WANDERER | CREUSET, courtesy Adrienne D. Art

© Cécile Fouillade, YACK BLANC, courtesy Adrienne D. Art

Author: Frederic De Meyer

Share This Post On

Submit a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest

Deel dit artikel op