Met Wifredo Lam: When I Don’t Sleep, I Dream presenteert het Museum of Modern Art in New York de eerste volledige retrospectieve van de Cubaanse modernist in de Verenigde Staten. De tentoonstelling toont niet alleen de indrukwekkende stilistische evolutie van Lam, maar legt ook een krachtige nadruk op de spirituele bronnen die zijn werk doordesemen. Het resultaat is een expo die modernisme verbindt met Afro-Caribische rituelen, familiegeschiedenis en een diep doorleefde zoektocht naar vrijheid.
Lam werd geboren in 1902 in Sagua La Grande, in een Cuba waar Afrikaanse, inheemse en Aziatische invloeden elkaar kruisten. Die complexiteit werd de kern van zijn oeuvre. Zijn kunst, zo zei hij zelf, was een “act of decolonization”: een poging om zich los te schilderen van de beelden en denkkaders die door koloniale samenlevingen werden opgelegd. Dat deed hij via hybride figuren, vibrerende landschappen en gedurfde formele experimenten die de grenzen van het modernisme openbraken.
Hoewel Lam jarenlang in Europa woonde en er midden in de turbulente jaren 30 zijn politieke en artistieke overtuigingen vormde, was het zijn terugkeer naar het Caribisch gebied na 18 jaar ballingschap die zijn werk radicaal heroriënteerde. Hij vond er opnieuw aansluiting bij de spirituele praktijken en gemeenschappen die zijn jeugd hadden getekend — en in het bijzonder bij de Afro-Cubaanse religies die in de schaduw van de officiële cultuur werden onderhouden.
De invloed van een madrina
Een sleutelrol in dat spirituele universum speelde zijn madrina, Ma’Antoñica Wilson. Antropoloog Martin Tsang, die uitgebreid onderzoek deed naar de religieuze dimensie in Lams werk, benadrukt hoe bepalend haar figuur was. “Hoewel in de meeste biografieën staat dat Ma’Antoñica Wilson zijn religieuze peetmoeder was, is er nauwelijks onderzocht wat dat echt betekent,” zegt Tsang. “Als matriarch van de Afro-Cubaanse religie Lucumí was zij verantwoordelijk voor Lams spirituele welzijn.”
Haar rol ging veel verder dan ceremonieel meter-zijn. Ze begeleidde hem via divinatie, rituelen en offers aan de orishas — de Afrikaanse godheden die in Lucumí centraal staan. Wilson was bovendien een van de belangrijke organisatoren en beschermers van de cabildos: half-verborgen gemeenschapsruimtes waar mensen van Afrikaanse afkomst hun religies konden praktiseren, vrij van de controle en repressie van de autoriteiten.
“Priesteressen zoals Wilson waren eigenlijk de architecten van de Afro-Cubaanse religies,” legt Tsang uit. “Vrouwen waren bewaarders van diep spiritueel kennis. Ze leidden rituele ruimtes, initiaties, en droegen een groot gezag binnen de gemeenschap.”
Via haar kreeg Lam een directe inkijk in de materiële en symbolische wereld van deze religies: van de altaren en huiselijke nisjes tot de objecten die daarin een centrale rol spelen. Tsang benadrukt dat deelname niet noodzakelijk initiatie betekent, maar wel “een manier van zijn: luisteren naar de orishas, offers brengen, bidden, en leven tussen de iconografie en materialen van de religie.”

Wifredo Lam. Grande Composition (Large Composition). 1949. Oil and charcoal on paper mounted on canvas
Eleguá in verf
Die iconografie sijpelt duidelijk door in Lams oeuvre. Tsang wijst vooral naar een terugkerende figuur: Eleguá. “Eleguá is de boodschapper van de orishas,” zegt hij. “Een trickster, en de eerste godheid die veel Lucumí-beoefenaars ontvangen bij hun initiatie, vaak in de vorm van een klein cementen hoofd.” Deze hoofden stonden overal op Cuba in huiselijke schrijnen, waar ze geofferd en aangesproken werden.
“In veel van Lams werken duikt een Eleguá-achtig figuurtje op — een klein, koepelvormig hoofd,” aldus Tsang. “Er is geen twijfel dat Lam deze figuren gezien heeft, misschien zelfs van dichtbij onderzocht. Ze waren alomtegenwoordig.”
Toch waarschuwt hij voor al te letterlijke interpretaties: “Het is niet zinvol om exacte religieuze symboliek toe te wijzen aan Lams werk. Maar we kunnen er wel de rijke symbolen, presences en spirits van de Afro-Cubaanse religies in herkennen.”

Wifredo Lam. La jungla (The Jungle) – detail. 1942–43. Oil and charcoal on paper mounted on canvas
Een nieuw modernisme, geboren uit geestelijke diepte
Het spirituele vormt in het MoMA geen voetnoot, maar een leidraad om Lams oeuvre vanuit een bredere gevoeligheid te bekijken. Het toont hoe modernisme niet enkel een esthetische breuk was, maar ook een spirituele emancipatie: een herwaardering van beelden en kennis die lange tijd waren gemarginaliseerd of onderdrukt.
Lam wist dat zijn werk niet altijd meteen begrepen zou worden. “Ik wist dat ik het risico liep niet begrepen te worden, door niemand,” zei hij ooit. “Maar een echt schilderij heeft de kracht om de verbeelding aan het werk te zetten, zelfs als dat tijd kost.”
De tentoonstelling in New York bewijst precies dat: dat zijn werk nog altijd in staat is om verbeelding, geschiedenis en spiritualiteit te activeren — en om nieuwe manieren te openen om de wereld te zien. Door de lens van Ma’Antoñica Wilson, van de orishas en van de levende Afro-Caribische cultuur wordt Lams oeuvre niet alleen een esthetische ervaring, maar ook een ontmoeting met een diepere, dekoloniale vorm van bewustzijn.
Wifredo Lam When I Don’t Sleep, I Dream loopt nog tot 11 april 2026 op de 3e verdieping van het MOMA East, New York
- Spel van codes en vormen: een blik op het oeuvre van Rik Vandewege - december 5, 2025
- Wifredo Lam in het MoMA: wanneer schilderkunst een spirituele afdruk wordt - november 29, 2025
- Solitude, vijf kunstenaars onderzoeken de waarde van eenzaamheid - november 8, 2025





