Het is elke kunstenaar gegund om op zijn zeventigste verjaardag een nieuw élan te vinden en nog veertien jaar lang met hernieuwde energie aan enkele van zijn beste, of op zijn minst meest besproken, werken te beginnen. Dat is alvast wat Matisse overkwam, die tijdens de sombere oorlogsperiode tot aan zijn overlijden in 1954 een verrassende reeks werken produceerde. In het Grand Palais loopt tot 21 juli een tentoonstelling die volledig op deze periode focust.
Wat deze late fase in Matisse’ oeuvre zo interessant maakt, is dat ze allerminst aanvoelt als een epiloog. Integendeel: het is een periode van radicale vereenvoudiging, formele vrijheid en artistieke heruitvinding. Waar men bij een kunstenaar op gevorderde leeftijd misschien een terugplooien op vertrouwde vormen zou verwachten, gebeurt bij Matisse precies het omgekeerde. In zijn laatste jaren ontwikkelt hij met de gouaches découpées een nieuwe plastische taal, waarin uitgeknipte vormen en pure kleurvlakken een zelfstandige beeldwereld gaan vormen. Die techniek ontstaat deels uit noodzaak — zijn fysieke mogelijkheden namen af — maar groeit uit tot een volwaardig medium waarin hij de essentie van zijn beeldtaal lijkt te destilleren.
Net daarin schuilt de bijzondere betekenis van deze periode. De decoupages zijn geen louter late experimenten of decoratieve uitlopers van een groot oeuvre, maar een geconcentreerde voortzetting ervan. Alles wat Matisse al decennialang bezighield — kleur, ritme, ornament, ruimte, beweging — keert hier terug in een uitgezuiverde en vaak monumentale vorm. De eenvoud van de uitgeknipte vormen is daarbij nooit simplistisch: ze is het resultaat van een lang proces van reductie, waarin Matisse niet minder, maar juist meer intensiteit weet te bereiken.
De tentoonstelling maakt ook duidelijk dat de schilderkunst in deze jaren geenszins naar de achtergrond verdwijnt. Integendeel, schilderijen, tekeningen, geïllustreerde boeken, textielontwerpen en glasramen tonen hoe breed en multidisciplinair zijn praktijk in deze periode werd. Reeksen als Intérieurs de Vence, Thèmes et variations en Jazz, maar ook de ontwerpen voor de Chapelle de Vence, tonen een kunstenaar die tot het einde toe in beweging blijft en elk medium gebruikt om zijn onderzoek verder te zetten.
Misschien is dat wel de voornaamste reden waarom deze jaren zo blijven fascineren. In plaats van af te ronden of samen te vatten, lijkt Matisse hier een nieuw begin te formuleren. Zijn late werk bezit de helderheid van iemand die niet langer alles wil zeggen, maar precies weet wat essentieel is. Wat in deze tentoonstelling zichtbaar wordt, is dan ook niet enkel de laatste Matisse, maar misschien wel de meest vrije.
- Kengo Kuma: architectuur als gesprek met de wereld - april 30, 2026
- Rodin & Michelangelo, beeldhouwkunst tussen lichaam en ziel - april 30, 2026
- Koen Vanmechelen brengt kosmopolitische sculpturen naar Venetië - april 22, 2026



